Erwin Muller is hoogleraar veiligheid en recht aan de Universiteit Leiden en voorzitter van de evaluatiecommissie van de wet voor de veiligheidsregio’s.

INTERVIEWErwin Muller

Erwin Muller: ‘Is Nederland voorbereid op grote toekomstige rampen? Nee, is helaas het antwoord’

Erwin Muller is hoogleraar veiligheid en recht aan de Universiteit Leiden en voorzitter van de evaluatiecommissie van de wet voor de veiligheidsregio’s.Beeld Jiri Büller

De commissie die de wet veiligheidsregio’s evalueerde, komt met harde conclusies: de wet moet compleet op de schop om voorbereid te zijn op toekomstige rampen en crisissen. ‘Nu staat in de wet precies waar en wanneer Pietje Puk ergens moet zijn bij een ramp, maar de vraag die eerst gesteld moet worden, is: is Pietje wel nodig bij dat type ramp?’, zegt voorzitter van de evaluatiecommissie Erwin Muller.

Toen de protesterende boeren in oktober vorig jaar voor het eerst naar Den Haag trokken, viel het Erwin Muller op hoe verschillend de veiligheidsregio’s omgingen met de kilometerslange stroom aan trekkers. ‘In de ene regio mochten ze doorrijden, in de andere werden ze omgeleid, in de derde bekeurd en in de vierde regio mochten ze een blokkade opwerpen.’ Zoiets ‘kan natuurlijk niet’, stelt de hoogleraar veiligheid en recht aan de Universiteit Leiden.

De uiteenlopende behandeling van de boeren is exemplarisch voor de manier waarop de 25 Nederlandse veiligheidsregio’s optreden bij rampen en crisissituaties, vindt Muller. In plaats van samen te werken, proberen de regio’s vooral elk probleem op hun eigen manier op te lossen.

Daarbij houden ze zich vast aan oude draaiboeken en de tien jaar oude wet voor veiligheidsregio’s. Een wet die, volgens de commissie die deze wet heeft geëvalueerd, compleet op de schop moet om Nederland bestand te maken tegen de rampen van de toekomst.

De huidige wet is te gedetailleerd, staat samenwerking tussen veiligheidsregio’s in de weg en is in vele opzichten achterhaald, zegt commissievoorzitter Muller. Ingrijpen is hard nodig. ‘Als we zouden verwachten dat we de komende jaren alleen met reguliere branden en ongelukken te maken krijgen, zouden we niet voorstellen om de wet zo resoluut te veranderen.’

Het rapport van de evaluatie, die in opdracht van het ministerie werd uitgevoerd, is vrijdag overhandigd aan minister Grapperhaus. Muller: ‘Nu nog staat in een draaiboek precies waar en wanneer Pietje Puk ergens moet zijn bij een ramp, maar de vraag die eerst gesteld moet worden, is: is Pietje wel nodig bij dat type ramp?’ Zo zouden bijvoorbeeld ict-professionals als vanzelf ingeschakeld moeten worden bij een cyberaanval.

De wet moet onder meer veranderen omdat crisissen volgens de commissie onvoorspelbaarder zijn geworden.

‘Als er vroeger iets misging in een gemeente, kon je dat makkelijker isoleren. Nu is alles via internet met elkaar verbonden. De verwachting is dat grotere rampen als de coronacrisis, ict-verstoringen of dierziekten de komende jaren steeds vaker zullen voorkomen.

‘Daardoor is de noodzaak van samenwerking veel groter. Maar we zagen de afgelopen jaren dat de wet onvoldoende houvast biedt aan veiligheidsregio’s om samen te werken bij een regiogrensoverschrijdende ramp. Dan is het onduidelijk wie waar over gaat, welke bevoegdheden er zijn, hoe de lijnen lopen.’

Veiligheidsregio’s weten vaak niet wat voor mensen en materiaal de buren in huis hebben, constateerde de commissie in tientallen gesprekken met onder meer de voorzitters van veiligheidsregio’s – de burgemeesters van de grootste gemeenten in die gebieden. ‘Bij een grote brand gaan veiligheidsregio’s er zonder meer van uit dat ze een beroep kunnen doen op de buurregio. Zonder te weten of die de benodigde hulp wel kan bieden.’

Zijn de veiligheidsregio’s goed genoeg voorbereid op de rampen die ons mogelijk te wachten staan?

‘De vraag is: zijn we als Nederland als geheel daarop voorbereid? Nee, is helaas het antwoord. Niet op de grotere, grensoverschrijdende crisissen. Het niet aanpassen van de wet kan serieuze gevolgen hebben voor de veiligheid van ons allemaal, omdat het karakter van crisissen verandert.’

Het onvoorstelbare voorstelbaar maken, dat is volgens Muller nodig om Nederland ervan te doordringen dat we als land slecht zijn voorbereid op de rampen van de toekomst. ‘Ik heb jarenlang in Nederland trainingen gegeven over crisissituaties. Als wij toen een scenario hadden geschetst als corona, had iedereen gezegd: doe eens normaal, Erwin.

‘Nu pas kunnen mensen zich voorstellen wat zo’n gezondheidscrisis betekent. Bij al die rampenfilms uit Hollywood is dat ingewikkelder. Toch is dat wel waar we ons als land nu op moeten inrichten. Maatregelen treffen, samenwerken en vooral: veel oefenen.’

In plaats van één organisatie zouden veiligheidsregio’s meerdere flexibele crisisteams moeten optuigen, gebaseerd op de grootste risico’s in hun gebied. ‘De kans op een neergestort vliegtuig in Zeeland is minder groot dan in de buurt van Schiphol, maar de dreiging van het water speelt in Zeeland weer een grote rol. Je kunt niet voor elke denkbare crisis een scenario bedenken, ook omdat je ze allemaal periodiek moet oefenen, maar wel voor de meest waarschijnlijke rampen en crisissen.’

Wat gebeurt er in de praktijk als een crisis een regio overstijgt?

‘Als het twee regio’s betreft, moeten die twee samen afstemmen hoe ze de crisis aanpakken. Dat is ingewikkeld, want elke regio wil een crisis graag zelf oplossen. Er bestaat bijvoorbeeld een vage afspraak over bron- en effectgebied. Dus: waar vindt de klap plaats en waar gaat de wolk heen? Moerdijk (de ramp bij chemiebedrijf Chemie-Pack in 2011, red.) is een mooi voorbeeld van hoe twee regio’s hun inwoners op een andere manier informeerden. De een zei ‘hou ramen en deuren dicht’, de andere niet. Ja, dan wordt het wel ingewikkeld.’

Jullie vinden dat burgers op voorhand meer betrokken moeten worden bij een ramp.

‘Burgers gaan anno 2020 echt niet meer zitten wachten tot de burgemeester zegt wat ze bij een ramp moeten doen. Die hebben dan al van alles gehoord via sociale media. Betrek ze er dan ook eerder bij. Als ze wonen in een gebied met een hoog risico, nodig ze bijvoorbeeld uit om mee te doen met een rampenoefening. Of vraag of ze bepaalde noodvoorzieningen in huis hebben. Een ramp is voor burgers heel ver weg, die moet je dichterbij brengen. Niet om angst te zaaien, maar om de kans dat zoiets gebeurt, reëel te maken.’

Coronacrisis

Vanwege corona zijn de 25 veiligheidsregio’s volop in het nieuws. Maar in de evaluatie van de wet veiligheidsregio’s speelt de gezondheidscrisis geen rol van betekenis – de gesprekken waren net afgerond toen het virus in Nederland toesloeg. De grote evaluatie van de corona-aanpak in Nederland is weggelegd voor een andere instantie: de Onderzoeksraad voor Veiligheid. Wel hoopt Erwin Muller, voorzitter van de commissie die de wet evalueerde, dat corona ‘het juiste zetje in de goede richting’ geeft en zo bijdraagt aan verandering van de wet.

Lees ook:

Wet veiligheidsregio’s moet compleet op de schop: Nederland is niet voorbereid op toekomstige rampen
Nederland is niet goed voorbereid op de rampen en crisissen van de toekomst. Deze worden steeds onvoorspelbaarder en ingewikkelder en daarom moeten de 25 veiligheidsregio’s veel meer samenwerken. Om dat te vergemakkelijken, is een nieuwe wet voor de veiligheidsregio’s ‘essentieel’.