Ervaring overtroeft jonge concurrenten

Afgelopen dinsdag verzamelden vier Nederlandse vrouwenparen zich in de speelzaal van het EK in Antalya. Niet voor een gezellig onderonsje of een trainingswedstrijd maar voor de kwartfinale van het viertallentoernooi....

Kees Tammens

Voor Bep Vriend-Carla Arnolds, Jet Pasman-Anneke Simons, vier oude rotten in het vak en sinds twee jaar gecomplementeerd door de junioren Meike Wortel-Marion Michielsen, is het vaste prik in de beslissende fase van een kampioenschap aan te treden. Al achttien jaar rijgen zij de internationale successen aan elkaar.

De aangename verrassing was het optreden van Astrid Dekker-Rosaline Barendregt en Claudia van der Salm-Anke Wijma (de eerste drie ook junior) in de voorronde, waarin zij als tweede eindigden. Die prestatie was goed voor een plaats in de knock-outfase.

In de onderlinge confrontatie ging de ‘jeugd’ vliegend van start. Zij behaalde een voorsprong van 24 imps. De ‘ervaring’ rechtte de rug, kwam erop en erover met een onbeantwoorde reeks van 49 imps. Deze voorsprong werd niet meer uit handen gegeven.

Na de gewonnen halve finale tegen Polen toonde Anneke Simons zich tevreden met het feit dat er eindelijk goed gespeeld was; niet briljant, maar zonder aanwijsbare fouten. In een rommelige en niet al te zorgvuldige partij tegen Engeland greep Nederland vervolgens het goud.

De onderlinge wedstrijd in de kwartfinales was geladen met emoties. In diagram 1 overtroefden de ervaren speelsters de jonge concurrentie.

Zie diagram 1

Op de andere tafel scoorden Vriend-Arnold een rustige +140 in 2*.

Pasman-Simons hadden als noord-zuid een rooskleurige kijk. Het doublet op 1* toonde een hartenkleur, reden voor zuid, Jet Pasman, om met 3* de deelscore te betwisten; 4* leek te hoog (*A en drie vaste troefslagen) gegrepen.

West kwam tegen 4* uit met *A en speelde schoppen na (troef na levert één down op). Dit bood de leider een kans die zij met beide handen greep. Het befaamde broodje heen-en-weer: *A en een schoppen getroefd. Klaveren getroefd, schoppen getroefd, klaveren getroefd, schoppen getroefd en klaveren getroefd. Hierna volgden *A, *H en *B; oost moest troeven en *HB in de dummy was goed voor de tiende slag en een fraaie +620.

Het spel in diagram 2 uit de finale had zowel in bieden, afspel als tegenspel interessante aspecten.

Zie diagram 2

Het bieden van 3* was logisch. Tegenover een vijfkaart harten in noord is 4* in de 5-3 fit een kansrijke onderneming. Nu eindigde het in een scherpe 3SA.

West kwam tegen 3SA uit met *B voor *A in oost die *2 doorspeelde voor *H in zuid. West speelde in deze slag *4 bij (beter is het *10 bij te spelen om *4 als verbinding met oost te bewaren).

Door *A eruit te werken, ontwikkelt de leider drie hartenslagen, heeft al twee ruitenslagen, met *A, *H en *A samen acht. Om een negende slag te ontwikkelen, moet de leider in klaveren van slag. West komt dan met *HV aan de beurt en neemt twee vrije ruiten op voor één down.

Toch is er een weg die naar negen slagen leidt. In de derde slag speelt de leider harten naar *V en *A in oost. Deze speelt de ruiten vrij.

De leider neemt drie hartenslagen mee. Er zijn op dat moment zeven slagen gespeeld en oost moet nog van *VB9, *HV en *109 een kaart afgooien.

Gooit oost een schoppen of een klaveren af, dan maakt de leider drie schoppenslagen of zelfs vier klaverenslagen. West moet dus wel een ruiten afgooien, waarna de leider in klaveren de negende slag ontwikkelt.

De kans voor de tegenspelers: indien west *4 bewaart, kan oost aan slag worden gebracht voor de dertiende harten als downslag.

Meer over