error

Opleiding Conservatorium Rotterdam en New York...

Marcel Serierse (Rotterdam, 1962)
Speelde/speelt bij Chaka Kahn, Toots Thielemans, Michel Petrucciani, Ernie Watts, Al Jarreau, Johnny Griffin, Lionel Richie, Paul van Vliet, Herman Brood, Ilja Reijngoud kwartet, Dutch jazz Orchestra, Paul de Leeuw, Laura Fygi, Toppers in Concert (vanaf morgen).

Marcel Serierse (Rotterdam, 1962)
Verder Docent Conservatorium van Amsterdam.

Marcel Serierse (Rotterdam, 1962)
‘Het wereldje is klein, en dat is het altijd al geweest. Er is eigenlijk niet zo veel concurrentie onderling bij drummers. Dat is ook wel prettig. We gaan als vrienden met elkaar om. Het gebeurt dagelijks dat we een collega bellen om in te vallen bij een of andere gig.

Marcel Serierse (Rotterdam, 1962)
Als drummer bij grote namen als Paul de Leeuw of de Toppers speel je vooral in dienst van het liedje. Het moet klinken zoals zij willen dat het klinkt, en je moet natuurlijk heel strak kunnen spelen. Als je invalt voor een collega die een min of meer vaste plek heeft bij een band, is het een kwestie van jezelf nog meer kunnen wegcijferen. De vaste geluidsman van Marco Borsato kwam bij een invalbeurt eens naar me toe na een soundcheck en vertelde dat hij pas na drie nummers zag dat ik zat te spelen, en niet Borsato’s vaste drummer Ton Dijkman. Dat is een mooi compliment, dan doe je je werk goed.

Marcel Serierse (Rotterdam, 1962)
Wat de sessiedrummers die kunnen leven van hun vak bindt, is de hoge mate van professionaliteit en flexibiliteit. Je moet overal zomaar kunnen zitten, als je gebeld wordt voor een gig. Alle elementen moeten aanwezig zijn: talent, goed kunnen spelen, op tijd komen, een aardige gozer zijn. En je heel goed kunnen voorbereiden. Oefenen van tevoren gebeurt niet altijd. Meestal krijg je de muziek toegestuurd, en worden er bij de soundcheck nog wat afspraken gemaakt. Bij de Toppers in Concert en andere écht grote concerten gelukkig wel, trouwens. De Toppers blijft een zware klus. Drie uur lang zo goed als één grote medley, dat vereist goed luisteren en heel consequent mee kunnen spelen. Wij zijn de metronomen van de band, een ritmische fout kun je je op zo’n moment niet veroorloven.

Marcel Serierse (Rotterdam, 1962)
Wat kritiek en complimenten betreft, sta je vaak alleen. Je bent je eigen en enige criticus. Ik heb wel dingen ingespeeld in studio’s waarbij iedereen laaiend enthousiast was over mijn partij. Behalve ikzelf. Een kwestie van nét dat ene geluid of nét die ene break niet goed. Dan moet het over. Je legt je eigen lat. Die leg ik soms hoger dan mijn opdrachtgevers doen.

Marcel Serierse (Rotterdam, 1962)
Ik houd mezelf scherp door zoveel mogelijk af te wisselen tussen commerciële klussen als de Toppers en kleine klussen waarbij ik mijn ballen eraf kan spelen. Waar ik vrijer kan zijn in mijn spel. Natuurlijk, ik verkeer in de financiële luxe dat ik me kan permitteren om in een kleine jazzclub in, zeg, Culemborg met een paar jazzcats voor weinig geld te spelen. Maar dat houdt het nu eenmaal dragelijk. Door te veel commerciële klussen te doen, zou ik afstompen. En dat is het begin van het einde.’

Meer over