Erotiek is een rondje op je hart

Decennialang is het gebruik van gebarentaal door doven ontmoedigd. Vandaag pleiten dovenorganisaties op het Binnenhof voor erkenning van de Nederlandse Gebarentaal NGT....

door Erik van den Berg

'Dames en heren, attentie! Wil de eigenaar van de grijze Suzuki zich bij de receptie melden?' Een zee van onbewogen gezichten kijkt naar de man op het podium, die geroutineerd de microfoon hanteert. Haastig komt een vrouw naast hem staan. Ze keert haar gezicht naar het publiek en begint te gesticuleren: een reeks vloeiende handbewegingen, ondersteund door een even vloeiende mimiek. Nu komt er wél reactie. Een zaal vol doven kun je tenslotte maar beter aanspreken in gebarentaal.

Dat zoiets wordt vergeten, nota bene op een congres met doven en slechthorenden, vindt Marjan Stuifzand ergerlijk, maar ook typerend: 'Gebarentaal is nog lang geen vanzelfsprekendheid. Je moet er voortdurend aandacht voor vragen. Anders wordt het vergeten.'

Als voorzitter van Dovenschap, een overkoepelende belangenorganisatie, is Stuifzand een van de sprekers op het congres in Alphen aan den Rijn. 'Samenwerking en vernieuwing in psychische hulpverlening aan doven en slechthorenden' staat er op de agenda. In de wandelgangen gonst ook een heel ander thema: je voelt er de opwinding over de aangekondigde actiedag van doven op het Binnenhof. Vandaag komen daar doven van alle gezindten bijeen om met acties en petities aan te dringen op officiële erkenning van de Nederlandse Gebarentaal (NGT).

Al in 1995 pleitte de Tweede Kamer voor een snelle erkenning van NGT, een taal met een complexe grammatica, een scala aan uitdrukkingsmogelijkheden en een geschiedenis die even ver teruggaat als die van het gesproken Nederlands. Tot ergernis van Dovenschap hebben de opeenvolgende bewindslieden geen enkele vooruitgang geboekt, ondanks de stroom nota's en rapporten met voortvarende titels als Handen en voeten aan gebarentaal. De hoop is nu gevestigd op staatssecretaris Vliegenthart, die - naar Stuifzand hoopt - vandaag de petities in ontvangst zal nemen. In november antwoordde de bewindsvrouw op Kamervragen dat mogelijk vóór 2002 duidelijk wordt hoe de 'juridische verankering' van NGT haar beslag moet krijgen.

'Onbegrijpelijk en wreed', noemt een van de sprekers in Alphen het Haagse gedraal. De voorzitter van Dovenschap vindt die uitspraak niet overdreven: 'Het komt neer op geestelijke mishandeling, dat meen ik echt.' Stuifzand is doof geboren. Via een tolk gebarentaal legt zij uit waarom doven erkenning van hun taal zo belangrijk vinden: 'Het gaat om de status van de dove burger. Die bestaat eigenlijk niet in onze samenleving. Er zijn nauwelijks voorzieningen, de toegankelijkheid van diensten en instellingen is heel slecht, we moeten het doen met een handjevol tolken. Als NGT wordt erkend, betekent het dat wij als minderheidsgroep worden erkend. Dan hoeven we ons niet meer zo klein te voelen.'

De gevoelens van frustratie zijn begrijpelijk, als je de geschiedenis van NGT in ogenschouw neemt. Lange tijd werd gebarentaal als een inferieure manier van uitdrukken gezien. Die zienswijze gaat terug naar een internationaal dovencongres in Milaan, eind negentiende eeuw, waar deskundigen oordeelden dat gebarentaal in het dovenonderwijs ongewenst was. De dove diende 'oraal' te worden onderricht. Liplezen (tegenwoordig spraakafzien genoemd) en leren spreken - ook als de dove zijn eigen stem niet hoort - werd decennialang de beste methode geacht om de dove in de horende wereld te betrekken.

Stuifzand maakte er de gevolgen van mee. 'Gebarentaal heb ik informeel geleerd, via vriendjes en ouderen. Op de dovenschool kreeg ik oraal les. Toen ik verder ging studeren in het reguliere onderwijs, kon ik mijn handen niet meer gebruiken. Dat is een heel zware periode voor mij geweest.'

Loes van Dam, maatschappelijk werkster van de Robert-Fleury Stichting, een psychiatrisch ziekenhuis met een afdeling voor auditief gehandicapten, kent de verhalen uit de eerste hand. 'Gebarentaal is jarenlang gezien als iets voor achterblijvertjes. De gedachte was dat doven zich in gebarentaal niet goed leren uitdrukken. Maar je ziet dat kinderen zich van nature evenveel in gebaren als in woorden uiten. Het hoort bij de menselijke expressie. Als je iemand verbiedt die mogelijkheid te gebruiken, dan is dat wreed.'

Van Dams jongere broer is doof. 'Hij is opgegroeid met een verbod om gebarentaal te gebruiken. Tegenwoordig doet hij het wel, maar bij voorkeur als hij onder vrienden is.' Vooral ouderen schromen volgens Van Dam om NGT in het openbaar te gebruiken: 'Ze generen zich als ze het doen. Het is te lang geassocieerd met achterlijkheid.

'Sommigen hebben dankzij eindeloze logopedie heel goed leren spreken en beschikken over een fantastische woordenschat. Maar het heeft vaak iets kunstmatigs. Ze missen informatie die horenden tussendoor opdoen, op straat, onder elkaar. Op latere leeftijd kunnen daardoor grote emotionele problemen ontstaan.'

Het christelijke doveninstituut Effatha heeft vorig jaar zijn excuses aangeboden aan ex-leerlingen. Met het symbolisch vergrendelen van de hoofddeur van het oude Effatha-gebouw in Voorburg is volgens woordvoerder Minnekus de Groot afscheid genomen van 'de jaren van het oralisme'. Vervolgens werd met de onthulling van een Bevrijdend Gebaar in steen het eerherstel van de gebarentaal gevierd. 'Voor heel veel oudere doven was dat een emotioneel moment.' De Groot: 'Er is een beweging op gang gekomen. Er is commotie en dat is alleen maar goed.'

De langverbeide erkenning van NGT zal ook ingrijpende praktische consequenties hebben. Zo zullen doven het recht krijgen op bijstand van een tolk bij openbare instellingen en in het onderwijs. Dat een en ander niet kan worden gerealiseerd zonder een schaalvergroting van de hbo-opleiding tolk gebarentaal, staat vast.

Nederland kent circa 20 duizend doven, een verzamelwoord voor zwaar slechthorenden, doofblinden en zogeheten plots-, laat- en prelinguaal doven (de vroeger gebruikte term doofstom is om zijn denigrerende bijklank naar de zwarte lijst verbannen). Ruim honderdduizend doven en horenden maken gebruik van NGT, een groep die volgens Stuifzand gestaag groeit, en niet alleen doordat het aantal mensen met een gehoorbeschadiging toeneemt. 'Kijk maar naar de doventolk bij het Journaal of naar Teleac dat dit jaar met een cursus gebarentaal komt. NGT wordt gelukkig steeds zichtbaarder.'

Voor een buitenstaander oogt NGT als een ondoorgrondelijk spel van lichaamstaal en visuele codes. Met plezier demonstreert Stuifzand hoe doven NGT letterlijk naar hun hand zetten. Hoe zeg je 'Parijs' in NGT? Twee gevouwen handen, vingertoppen tegen elkaar: de Eiffeltoren. Amsterdam is drie snelle kruisjes onder elkaar (uit het stadswapen). Rotterdam: een liggende V als scheepsboeg. En waar de reis heengaat als je een gloeilamp indraait, is duidelijk: de lichtstad Eindhoven.

NGT-tolken verlenen de redevoeringen in de congreszaal een intrigerend extra. Prozaïsche zinnen over 'inclusief beleid' en 'categoraal beleid' veranderen voor je ogen in een luchtig ballet van handen en dansende wenkbrauwen. Het verschil tussen wat je hoort en wat je ziet prikkelt de zintuigen, een effect dat wordt versterkt door de stille bijdrage van een derde figuur, rechts op het podium.

In razende vaart tikt deze sneltypist mee met de toespraak - steeds een fractie achter de woorden aan, en soms door een misverstaan woord een onbedoelde fantasiezin producerend. De getypte tekst verschijnt op een groot projectiescherm achter hem. Ook doven die geen NGT beheersen, kunnen op die manier volgen wat er wordt gezegd. Tezamen met de gesproken en de visueel verbeelde tekst levert het een intrigerende driehoek op van overlappende en net niet synchrone informatie.

De fascinatie wordt nog sterker als na de pauze de leden van het Handtheater aantreden. Het Handtheater is een Amsterdams gezelschap van dove acteurs. In de voorstelling O Amor Natural laten zij zien hoe gebarentaal zich in de subtielste betekenissen laat plooien. Erotische gedichten uit de gelijknamige bundel van de Braziliaanse dichter Carlos Drummond de Andrade, in Nederland bekend dankzij vertaler August Willemsen en de bekroonde film van Heddy Honigmann, brengen zij zwijgend tot leven.

Dat gebeurt niet alleen in NGT, maar ook in een choreografie van steelse blikken en suggestieve schijnbewegingen. De zaal grinnikt zachtjes als Dick Kerkhoven met één hand een cirkel tekent rond zijn kruin, en een gestrekte vinger voor zijn kruis houdt. Terugvertaald naar Andrade: 'Nooit had ik gedacht dat ik een god tussen mijn dijen had.'

Teja Vossen, projectleidster van het Handtheater, heeft ervaren dat poëzie in NGT heel goed mogelijk is. 'Het is zo'n rijke taal. Een vertaalgroep heeft de gedichten in NGT omgezet en soms nieuwe woorden bedacht of aangepast. Van billeblauw is bijvoorbeeld billegeel gemaakt, omdat het beter in de handvorm paste. En we ontdekten dat het woord erotiek niet in NGT bestaat. Wel geilheid: een rondje op je hand. Erotiek werd bij ons een rondje op je hart. En het mooie is: we zien dat anderen het overnemen.'

Het publiek beloont de voorstelling met het equivalent van een ovationeel applaus: een geruisloos deinende zee van opgestoken handen. Het onritmische geklap van de horenden klinkt plotseling weinig elegant. Vossen: 'De acteurs hebben liever dat niet-doven gewoon applaudisseren. Anders denken ze: hé, alleen doven in de zaal.'

Meer over