ProfielErnst Kuipers, Directeur Erasmus MC

Ernst Kuipers, de man van de vrije ic-bedden

Als er één persoon is die weet hoe het is gesteld met het aantal ic-bedden voor coronapatiënten in Nederland, is het Ernst Kuipers. De bestuursvoorzitter van het Erasmus MC leidt vanuit zijn ziekenhuis de coördinatie van de urgente coronazurg. Code zwart? ‘Deze rol past hem als een oude jas.’

Ernst KuipersBeeld Jiri Büller

In het Erasmus MC gaat de grap rond dat jonge arts-onderzoekers die het hoge tempo even te veel wordt, zich maar bij Ernst Kuipers moeten melden. Niet veel later stap je zijn kamer weer uit met twee dingen: een grote glimlach op je gezicht en drie keer zoveel werk als je al had.

Het is Ernst, zoals hoog tot laag in het ziekenhuis de bestuursvoorzitter noemt, ten voeten uit, zegt maag-darm-leverarts Manon Spaander. Veeleisend, zeker, maar ook opgeruimd en opbeurend. Het kantoorcliché over denken in oplossingen in plaats van problemen lijkt voor Kuipers te zijn bedacht. ‘Dat gaat met een gemak, dat zit er van nature in’, aldus Spaander. ‘Heel prettig in een crisis.’

Zelfs een optimist als Ernst Kuipers (60) moet hebben geslikt toen de coronacrisis zich in haar volle omvang ontvouwde. Als voorzitter van het Landelijk Netwerk Acute Zorg (LNAZ) is hij verantwoordelijk voor de landelijke coördinatie van de urgente coronazorg. In zijn eigen ziekenhuis in Rotterdam huist het militaire centrum dat de patiënten verdeelt over de Nederlandse intensive cares.

In het begin scheerden de prognoses over het aantal benodigde ic-bedden gevaarlijk dicht langs de maximale capaciteit. Zwarte scenario’s kwamen in beeld waarin de zwaksten niet meer werden geholpen om de rest te kunnen redden. Ambulances reden het hele land door om patiënten over de steeds schaarsere lege bedden te verdelen.

Kuipers beet zich in die operatie vast, zegt medebestuurslid Joke Boonstra van het Erasmus MC. Een deel van de ziekenhuizen zag niets in een landelijk ict-systeem voor het tellen van de bedden. ‘Dus belde hij zelf het ene na het andere ziekenhuis af om ze alsnog te laten meedoen.’ Toch hielden ziekenhuizen vragen over de noodzaak en betrouwbaarheid van de landelijke registratie. Zij bleven (ook) de oude systemen gebruiken.

‘Ziekenhuizen zijn niet gewend om dit soort meekijkers te hebben’, zegt Kuipers nu over het systeem, dat volautomatisch het aantal bedden op een locatie moet weergeven – en de ziekenhuizen dus de controle over hun capaciteit ontneemt.

Code zwart

Of het uiteindelijk dit registratiesysteem blijft, hangt ‘van tal van factoren af’, maar Kuipers is niet gaan twijfelen aan de noodzaak van een landelijke beddenregistratie. Zo’n systeem kan volgens hem levens redden - te vaak moesten ziekenhuizen tijdens het hoogtepunt van de crisis stad en land afbellen om te kijken of ergens nog een bed over was, ‘soms met ernstige gevolgen’.

Uiteindelijk bleef code zwart uit. Het aantal coronapatiënten neemt gestaag af en de zorg is in een nieuwe fase beland. Voorzichtig beginnen ziekenhuizen met het wegwerken van het stuwmeer van reguliere zorgbehandelingen, terwijl een routekaart klaarligt om de samenleving stukje bij beetje te heropenen. Een delicaat evenwicht moet worden gevonden tussen het voorkomen van een nieuwe golf en het in leven houden van de economie.

Het ligt voor de hand dat Kuipers als LNAZ-voorzitter in die discussie voorstelt om het bedrijfsleven nog even in de wachtkamer te laten zitten. Toch was het Kuipers die op 22 april al aandrong op het openstellen van kappers en andere contactberoepen, gelijktijdig met de basisscholen op 11 mei. Het Outbreak Management Team (OMT) en het kabinet wilden daar toen nog niet aan.

‘Je wordt straks gewoon wel gedwongen om gecalculeerde risico’s te nemen’, verklaarde hij aan tafel bij Jinek, in een van zijn vele publieke optredens sinds het uitbreken van de crisis. Twee weken later gingen OMT en kabinet alsnog mee met Kuipers, die volgens vrienden en collega’s altijd een paar stappen vooruit denkt. Boonstra: ‘Deze rol in de coronacrisis past hem als een ouwe jas.’

Huisartsengezin

Wie hoort dat Ernst Kuipers (1959) opgroeide in een huisartsenpraktijk, legt snel de link met zijn beroepskeuze. Toch was het volgens jongere broer Edgar niet vanzelfsprekend dat hij in de voetsporen van vader Henk zou treden. Die prentte hen een voorkeur voor ‘echte wetenschap’ in. Dat was wiskunde, natuurkunde, scheikunde misschien – geen geneeskunde.

Thuis in Creil, het dorpje in de Noordoostpolder waar Kuipers opgroeit, zien de in totaal vijf broers wel van dichtbij wat het vak inhoudt. Als hun vader hechtingen moet aanbrengen, roept hij hen om de patiënten vast te houden. Omdat beide ouders lange dagen maken – moeder Rie heeft een apotheek aan huis – hebben de broers sowieso hun taken. Ze koken, maken schoon en brengen de rekeningen langs bij de klanten van hun moeder.

Iedere zondag gaat het protestantse gezin naar de kerk. Heel strak in de leer zit de familie Kuipers niet – ‘u moet zich geen zwarte kousen voorstellen’, zegt Edgar – maar de broers worden wel doordrongen van de gemeenschappelijke waarden. ‘Werk hard, zorg dat je je steentje bijdraagt, neem je verantwoordelijkheid.’ Het is de basis voor het arbeidsethos dat Kuipers later volgens intimi zal kenmerken.

Student scheikunde

Als oudste kind krijgt hij al jong een leidende rol. Terwijl hun drukke ouders doorwerken, staan de broers in de zomervakanties weken achtereen op een camping in Wanneperveen, zo’n 40 kilometer van Creil. Ernst, dan een tiener, let op de rest en zorgt voor het eten. Samen zeilen ze. Met hun ouders stappen ze ieder jaar op de veerboot naar Terschelling.

Na de middelbare school trekt hij naar Groningen, waar hij begint aan een studie scheikunde – echte wetenschap. Ondanks zijn goede cijfers treedt hij na een jaar alsnog in de voetsporen van zijn vader. Kuipers is een gewetensvolle student geneeskunde, geen feestbeest dat ’s nachts opleeft. De enige studentenvereniging waar hij lid van wordt, is de christelijke Hendrik de Cock. Edgar: ‘Een ontzettend suffe club.’

Onderzoek naar maagzweren

Hoe zwaar het werk in een ziekenhuis kan zijn, leert hij in de late jaren tachtig, als hij als afgestudeerd basisarts de opleiding tot internist volgt in Deventer. In lange shifts werken de arts-assistenten zich te pletter. ‘Als groep hield je elkaar op de been’, zegt Jaap Fogteloo, destijds een van de collega’s van Kuipers.

Met zijn charme, humor en dadendrang maakt hij indruk, zegt Fogteloo, nu internist in Leiden. ‘Samen met anderen hield hij de kudde bij elkaar.’ Nog altijd zien de lotgenoten van toen elkaar één keer per jaar op het assistentendiner in Deventer. Kuipers is er (bijna) altijd bij.

Waar de rest in Deventer ploetert om zich te handhaven, doet hij en passant zijn eerste wetenschappelijke publicatie, over het ontstaan van maagzweren bij patiënten die werken in nachtelijke ploegendiensten. In de kelder van het ziekenhuis voert hij zijn eerste gastroscopieën uit, een techniek waarmee met een bestuurbare slang de binnenkant van maag en darmen kan worden onderzocht. Kuipers is verkocht: hij wordt maag-darm-leverarts, en promoveert in 1994 aan de Vrije Universiteit op onderzoek naar maagkanker.

Maag-, darm- en leverafdeling

Na een aantal jaar in Amsterdam en het Amerikaanse Nashville krijgt hij de kans om afdelingshoofd en hoogleraar te worden in het Erasmus MC. De Rotterdamse maag-darm-lever (mdl)-afdeling is dan net opgericht en piepklein. In zijn omgeving wordt gegrapt dat Kuipers wel érg graag professor wil worden, vertelt hij in 2012 aan vakblad Magma.

Kuipers laat zich niet ontmoedigen en omringt zich met jonge mdl-artsen die de afdeling naar een hoger plan willen brengen. Op (inter)nationale congressen spat de energie van de Rotterdamse delegatie af, zegt Manon Spaander, op dat moment arts in opleiding. Het bepaalt haar keuze voor het Erasmus MC.

Onder Kuipers’ leiding groeit de Rotterdamse mdl-afdeling uit tot een van de grootste van het land, met een kleine driehonderd werknemers. Zelf is hij een van de drijvende krachten achter het bevolkingsonderzoek darmkanker, sinds 2014 een landelijke screening voor Nederlanders tussen de 55 en 75 jaar. Preventie is zijn favoriete woord in de zorg, onmisbaar bij het gezonder maken van de bevolking en het drukken van de oplopende zorgkosten.

Medebestuurslid Joke Boonstra, dan nog klinisch chemicus, werkt samen met hem aan de opzet van de screening. Ze wordt getroffen door zijn oog voor detail. ‘Tijdens de presentatie zag hij dat ik een rekenfoutje had laten staan. Dan hoor je het wel, hoor.’

Kuipers stapelt de bestuursfuncties op, tot hij in 2012 definitief moet kiezen tussen de witte doktersjas en het nette pak van de bestuursvoorzitter. Het wordt het tweede. Als arts hield hij zich nooit stil als hij vond dat de zorg anders moest worden georganiseerd, zei hij bij zijn benoeming tegen Magma. ‘Dan kan je kankerend aan de kant blijven staan, maar je kunt ook de handschoen oppakken als je wordt gevraagd jouw steentje bij te dragen.’

Hout hakken op klompen

In de eerste maanden van de coronacrisis hield Kuipers samen met ic-hoofd Diederik Gommers iedere werkdag een persconferentie in het Erasmus MC over de drukte op de intensive cares. De crisisaanpak slaagt alleen als de beleidsbepalers het publiek duidelijk uitleggen wat er gebeurt en waarom, is zijn overtuiging, zoals een arts zijn of haar patiënten helder moet uitleggen wat hen mankeert en wat eraan kan worden gedaan.

Hoe het niet moet, zag hij in zijn beginjaren in Deventer, zegt Fogteloo. ‘Heldere communicatie was in die tijd veel minder vanzelfsprekend. ‘U heeft een heel ernstige ontsteking’, stelden specialisten soms patiënten met kanker gerust. Daar was Ernst zeker kritisch op.’

Ontsnappen aan de hectiek doet hij door te hardlopen of hout te hakken, dat laatste op klompen. Terschelling is zijn eiland gebleven; vorige week was hij er nog. Zeilen doet hij weinig meer, al ‘droomt hij er nog iedere nacht van’, zegt zijn goede vriend Maarten Frissel. Wellicht dat Kuipers daarom zo ontspannen blijft onder de hoge druk, zoals hij zelf op Radio 1 vertelde. ‘Ik slaap uitstekend.’

CV Ernst Johan Kuipers

1959: geboren in Meppel

1972 – 1978: Gymnasium B, Emmeloord

1978 – 1986: Studies scheikunde (één jaar) en geneeskunde, Universiteit van Groningen

1986 – 1991: Opleiding internist, Deventer Ziekenhuis en UMCG (Groningen)

1991 – 1994: Opleiding maag-darm-leverarts, Vrije Universiteit Amsterdam

1995: Promotie op maagkanker, Vrije Universiteit Amsterdam

1995 – 2000: Maag-darm-leverarts in VUmc en Nashville, Verenigde Staten

2000 – 2012: Afdelingshoofd mdl, Erasmus MC

2000 – nu: Hoogleraar maag- darm- en leverziekten

2006 – 2012: Afdelingshoofd inwendige geneeskunde, Erasmus MC

2013 – nu: Bestuursvoorzitter Erasmus MC.

Ernst Kuipers is getrouwd en heeft vier zoons.

De hoeder van de ic’s

Kuipers werkt in de coronacrisis nauw samen met Diederik Gommers, afdelingshoofd van de ic in het Erasmus MC en een van de meest zichtbare experts tijdens de coronacrisis. Hoe groeide een obsessieve onderzoeker van medicijnen uit varkenslongen uit tot ‘mister intensive care’?

Meer over