Erf & Goed

Het gebeurde in de tijd dat niemand nog vond dat VVD-leider Bolkestein op Den Uyl leek: ook Bolkestein zelf zou een dergelijk compliment toen verre van zich hebben geworpen, alsof hij een granaat in de hand gedrukt kreeg waar de pin uit was getrokken....

Vergelijkingen werden er ook vroeger wel gemaakt, maar die waren een stuk minder hartelijk. Het was geen hels karwei om een paar professionele anti-racisten te vinden, die graag wilden verklaren dat Bolkestein een racist was, Le Pen in het net, niets meer, niets minder. Dat ging de meeste PvdA'ers weer te ver. Die namen liever hun toevlucht tot de formule van de 'bedenkelijke ideeën': die had de man en dat betekende toen nog niet dat hij hardop nadacht, maar hardop dingen zei die niet deugden.

In ieder geval zaten er die avond afgevaardigden van beide stromingen in de zaal. Een kleine minderheid kon niet wachten tot de sprekers klaar waren met hun verhaal, zodat zij eindelijk een vraag kon stellen die geen vraag was maar een jury-oordeel: Bolkestein is racist, and we are unanimous in this. De rest van het publiek keek bedenkelijk, en dat was precies wat men straks hoopte op te merken.

Maar het liep anders: Mohammed Arkoun, de Algerijnse korangeleerde die bij voorbaat kon rekenen op de sympathie van de tribune vanwege onpersoonlijke verdiensten: hij was geen Bolkestein, en Bolkestein zelf waren verwikkeld in een pittig debat. Dat verliep ongeveer zo:

Arkoun: 'Zoals u weet, wordt in de achttiende sura gesproken over de lieden van de Grot en al-Raqim en over de jongelingen die vroegen om de barmhartigheid Uwentwege.'

'Ja', peinsde Bolkestein voor zich uit, 'zeker, onmiskenbaar, maar dan mag ik u misschien wijzen op de achtendertigste sura, ook wel bekend als de surat sad'. Hier knikte Arkoun licht verveeld; 'waar sprake is van de schatkamers van barmhartigheid van Uw Heer de Geweldige, de Schenker'.

En zo laaide het vuur steeds hoger op, terwijl het publiek tevergeefs wachtte tot het iets goedbedoelds over moslims naar voren kon brengen, in meer algemene zin. Maar algemener werd het niet: de scheidslijn tussen de schriftgeleerde en zijn opponent vervaagde en de boze reacties bleven waar ze waren - onder stoelen en banken.

Het drong toen tot me door dat de criticus Bolkestein gedoemd was een niet onverdienstelijke islam-kenner te worden, die zijn bezwaren zo gedetailleerd verwoordde dat geharde anti-racisten geen woede konden voelen, maar hooguit glazig uit hun ogen begonnen te kijken. Zo gaat dat: je hebt je bedenkingen, leest eens wat, verdiept je in de geschiedenis en voordat je het weet heb je alleen nog maar een goed gesprek met mensen die je op het allerintiemste niveau kunnen tegenspreken. Niets verplicht zozeer als kritiek.

Ik herinner me een conversatie die ik jaren geleden voerde met een Amerikaanse fundamentalist, een christelijke, die niets van homoseksualiteit moest weten, en dreigend tegen me riep: 'Wind er maar geen doekjes om, want ik weet precies wat jullie met elkaar uitvoeren.'

Daarna noemde hij uit de losse pols wat standen, combinaties en mogelijkheden, waar ik tot dan toe nog niet aan had gedacht.

Bolkestein heeft inmiddels zijn tweede boek gepubliceerd over moslims en de islam: er zijn genoeg devote volgelingen, die minder energie steken in hun liefhebberij. Zijn laatste werk is de interviewbundel Moslim in de polder, waarbij hij werd geassisteerd door het VVD-kamerlid Oussama Cherribi, die hem in contact bracht met zeven 'geslaagde Nederlandse moslims'. De wereld hangt van toeval aan elkaar, de politiek al wat minder, en het laat zich raden dat de nabijheid van deze Nederlands-Marokkaanse collega ervoor gezorgd heeft dat Bolkesteins meningen over moslims veel van hun globale strekking hebben verloren. Bekend maakt niet automatisch bemind - dat geloven ze alleen nog bij de EO - maar wel beduidend minder categorisch.

'Moslim in de polder' is het precieze tegendeel van dat andere boek over Nederlandse moslims, dat een paar maanden geleden verscheen. Auteur Pim Fortuyn betoogde in Tegen de islamisering van onze cultuur dat het moslim-zijn en het Nederlanderschap elkaar niet verdragen, en dat de Nederlandse samenleving beducht moet zijn voor een islamitische vijfde colonne, die haar grondwettelijke verworvenheden zou aantasten. Hij kwam er overigens niet aan toe uit te leggen, hoe de relatief kleine en sociaal zwakke groep van Nederlandse moslims in een handomdraai de macht kon overnemen.

Mensen van vlees en bloed leggen het af tegen sweeping statements, en in Fortuyns zeer globale denkwereld is dan ook enkel plaats voor 'dé islam' en 'dé moslim'.

Bolkestein is daar kennelijk minder van overtuigd, want hij laat zeven moslims aan het woord met allemaal een eigen voor- en achternaam, die hij ondervraagt over de scheiding tussen kerk en staat, de implicaties van de sharia, de status van de vrouw binnen de islam en hun houding tegenover homoseksualiteit. Dat is een mooi, liberaal vragenlijstje dat resulteert in iets minder liberale antwoorden.

Voorbeeld: de ondernemer Üzeyir Kabaktepe, die ook coördinator is van de moskee AyaSofya, geeft toe dat 'homoseksualiteit bestaat' en dat 'homoseksuele handelingen universeel voorkomen'. Dan maakt hij meteen een draai, die ook niet-moslims bekend moet voorkomen: 'Maar de homoseksuele identiteit is een ander vraagstuk. De koran is expliciet over mannen die met elkaar willen samenleven als waren ze man en vrouw: het is verboden en zelfs godslasterlijk.'

Je krijgt de neiging hem te vertellen dat het er soms nog woester aan toegaat, en dat er mannen zijn die met elkaar willen samenleven als waren ze man en man. Maar hoe afgemeten zijn standpunt ook mag klinken, typisch islamitisch is het niet. Vergelijk wat dat betreft de uitspraken van het GPV-Tweede-Kamerlid Eimert van Middelkoop - een 'oorspronkelijke Nederlander' zou Fortuyn zeggen - die in deze krant meldde: 'Ik heb een broer die homofiel is. Schaam ik mij beslist niet voor, maar het brengt me natuurlijk wel in verlegenheid. Op grond van de Bijbel wijs ik de homoseksuele praxis af, maar ja - kom daar nog maar eens om in deze tijd. Als het om gewone individuele mensen gaat ben ik mild.'

De geslaagde, geïntegreerde moslim laat zich dus heel goed vergelijken met de geslaagde, geïntegreerde gereformeerde, waarbij opvalt dat de GPV'er verreweg het royaalst klinkt.

Het geeft aan dat je je geen overdreven voorstelling moet maken van Kabaktepe als moslim-van-de-wereld. Rechts binnen klein rechts. Het is erg Hollands, en daarmee is de winst wel vergeven.

Bolkestein schreef ooit dat de moslimwereld fundamenteel van de westerse verschilt, omdat de eerste geen Renaissance heeft gekend, en geen Verlichting. Dat is een discutabele stelling over een ver verleden, waar ook de meeste Nederlanders niet dagelijks van getuigen. Maar wie 'Moslim in de polder' leest, mist juist het recente verleden: de erfenis van Lou Reed, James Brown, Jimi Hendrix, Teach your parents well - die hele rebelse popcultuur, waarmee zowel Nederlanders als Antillianen en Surinamers zijn bespat.

De moslims in Bolkesteins boek klinken beleefd, soms plichtmatig en meestal plechtstatig. Misschien hebben ze de Renaissance gemist, maar doorslaggevender lijkt mij dat ze nooit een soulbroek hebben aangetrokken tegen de uitdrukkelijke wil van hun ouders.

Meer over