Erecode, tradities en inwijdingsrituelen maken plaats voor zakelijkheid en anonimiteit Moderne mafia Italië pantsert zich tegen spijtoptanten

De oude mafia bestaat niet meer. Afgeschaft zijn de erecode en tradities, de inwijdingsriten, de eed van trouw. De moderne mafia heeft geen gezicht en geen principes....

Van onze correspondent

Jan van der Putten

ROME

Maar ook de nieuwe mafia blijft behoefte hebben aan medewerkers bij de overheid. Zoals de president van de rechtbank en de vorige gevangenisdirecteur van Reggio Calabria, die zondag vanwege hun diensten aan de mafia in de gevangenis zijn beland. Of de rechters in Messina, die tientallen gevaarlijke mafiosi hebben vrijgelaten omdat ze weigerden hun voorarrest te verlengen.

Vele jaren lang heeft de omertà, de zwijgplicht, de mafia praktisch onkwetsbaar gemaakt. Een mafioso die werd opgepakt, hield per definitie zijn mond. Als 'man van eer' was hij immers geboren om te lijden. De gevangenis moest zijn karakter stalen; wie zwak bleek, riskeerde zijn leven. De uitdagende houding van de hoogste mafiabaas Totò Riina, die sinds begin 1993 in de gevangenis zit, is een voorbeeld van hoe de ware mafioso zich in tegenspoed dient te gedragen.

De zwijgplicht geldt ook voor gewone burgers. De mafiabazen die onder hen wonen? Nooit van gehoord. De moorden waar ze met hun neus bovenop hebben gestaan? Niets gezien.

Deze onthutsende onwetendheid heeft een simpele verklaring: wie zijn zwijgplicht verzaakt, verkwanselt zijn leven en dat van zijn familie. Vandaar dat vrouwen en familieleden van spijtoptanten niet weten hoe snel ze de 'verrader' dood moeten verklaren. Onlangs heeft een van hen zelfmoord gepleegd, uit schaamte over zoveel oneer.

Een lawine van elfhonderd pentiti (spijtoptanten) heeft niet de mafia zelf, maar wel haar traditionele structuur kapot gemaakt. De ene peetvader na de andere is op hun aanwijzingen gearresteerd. De laatste van de reeks is Riina's zwager Leoluca Bagarella, die eind vorige maand dank zij een paar spijtoptanten werd aangehouden.

Onderzoeksrechter Guido Lo Forte is de rechterhand van Italiës belangrijkste mafiabestrijder, hoofdprocureur Giancarlo Caselli van Palermo. Lo Forte heeft gemerkt dat het belang van de spijtoptanten vermindert. 'Helaas zal nooit meer een pentito voor ons een ledenlijst kunnen opstellen. We zullen nooit meer honderden mafiosi tegelijk kunnen arresteren', zo zei hij.

Dat komt doordat de overgebleven en nieuwe mafiabazen hun maatregelen hebben genomen. Het inwijdingsritueel, waarop de nieuwe mafioso kennis maakte met zijn companen, is afgeschaft.

Mafiaconclaven zijn verleden tijd. Moderne mafiosi zoeken elkaar niet meer op, want ze kennen elkaar niet. Ze kennen slechts hun directe baas. Vaak neemt die hen voor slechts één karweitje aan. Als ze doorslaan, zal de schade voor de mafia dus beperkt blijven.

Het personeelsbestand van de mafia verandert drastisch. De bedreigers, de afpersers, de moordenaars, de financiële marionetten, het zijn niet meer de desperado's uit de onderste lagen van de maatschappij.

Na de arrestatie van Bagarella zijn ook zijn naaste medewerkers in het moordbedrijf aangehouden. Het waren een student, een bouwondernemer, een verzekeringsagent, een kledingverkoper, een employé bij de waterleiding.

Een van Bagarella's medewerkers was een pooier. Volgens de oude mafia-ethiek was dat een infaam beroep, een man van eer onwaardig. Maar met de oude mafia verdwijnt ook de oude code.

Alles moet anders worden, opdat alles hetzelfde zal blijven. De mafia zou zelfs haar militaire controle over het grondgebied willen opgeven, om een witte-boordenmafia te worden van financiële criminelen. In het rijke noorden van Italië functioneert die variant overigens al geruime tijd uitstekend.

De medeplichtigheid van hoge functionarissen blijft belangrijk. Zo cultiveert de mafia vanouds de vriendschap met magistraten en politiemensen die hen uit de cel moeten houden, of hun verblijf daar zo prettig en kort mogelijk moeten maken. Daardoor waren sommige gevangenissen luxe-hotels geworden, waar de mafiosi de dienst uitmaakten, feesten aanrichten en vrouwen lieten komen.

In een van die gevangenissen, in Reggio Calabria, zit sinds zondag de mafiose rechter Giacomo Foti. Tot nu toe zijn 160 rechters met een vuile toga ontdekt. Voor hen daagt hoop.

Want er zijn aanwijzingen dat de politieke klimaatsverandering fataal wordt voor de mafiabestrijding. In het huidige klimaat van politieke restauratie is de Operatie Vuile Handen volop in de aanval tegen de anticorruptierechters. De uitschakeling van de antimafiarechters moet de restauratie afronden.

Meer over