Erebaantje?

Managers met klinkende namen uit het bedrijfsleven gaan zich met het management van universiteiten bemoeien. Heeft een Philips-topman of Shell-directeur daar wel tijd voor?...

Margreet Feenstra, student en lid van de Universiteitsraad van de Universiteit van Amsterdam, de enige instelling die nog geen voorzitter heeft voorgedragen: 'Ik denk dat het inderdaad niet meer dan een erebaantje is. Deze topmanagers zullen niet de tijd hebben om hun controlerende functie op het universiteitsbestuur structureel goed bij te houden. Zelf ben ik daar minstens twintig uur in de week mee kwijt.

'Het zal wel zo gaan: het college van bestuur geeft voorzetjes, waar nog een handtekeningetje onder gezet moet worden. Hier in Amsterdam is het zelfs zo dat het college van bestuur zijn eigen controleurs aanwijst. Wij, de universiteitsraadsleden, mogen niet eens weten wie ze hebben voorgedragen. We zijn overal buiten gehouden en dat vind ik zeer schandalig. Zolang de universiteitsraad nog niet door de Raad van Toezicht is verdrongen, zou het college van bestuur tenminste de schíjn van democratie moeten ophouden. Maar zelfs dat doen ze niet.'

Ivo, die bij de Landelijke Studentenvakbond LSVB de telefoon opneemt: 'Bestuurders aan de universiteit moeten verstand hebben van onderwijs, en niet van het bedrijfsleven'

Christel Grimbergen, voorzitster van de LSVB: 'Wij hebben er weinig vertrouwen in. Ik denk dat die lui het zélf als een bijbaantje beschouwen. Zulke mensen hebben een heleboel van dit soort bijbaantjes. De namen van deze topmanagers zijn voor ons het bewijs dat Ritzen de universiteit als een bedrijf, en niet als een democratisch functionerend orgaan beschouwt. We vrezen dat de controle op het functioneren van het college van bestuur niet serieus wordt genomen. Op sommige universiteiten is het zelfs zo dat het bestuur zijn eigen controleurs aanwijst. Als de raad van toezicht zichzelf maar niet een soort raad van commissarissen beschouwt, want topmanagers zitten in heel veel raden van commissarissen. Dan komen ze maar twee of drie keer per jaar opdagen, en dat is nou precies niet de bedoeling.'

J. Slechte, president-directeur van Shell Nederland: 'Ik denk dat de raden van toezicht zeer te vergelijken zijn met wat je in grote ziekenhuizen hebt; ik zie het als een commissariaat, dat wil zeggen het goedkeuren van jaarverslagen, de financiële bedrijfsvoering, strategie en personeelsbeleid waar het de top van het universitaire bestuur betreft.

'Voor mezelf hoop ik dat ik met de handen op de rug mijn collega's in de raad kan inspireren om de zeer belangrijke functie die zij hebben, te vervullen. De nadruk ligt op ''met de handen op de rug'', want ik ga adviseren en toezicht houden, maar niet sturen. Dat doet het college van bestuur. Ik ga er net zoveel tijd aan besteden als het college van bestuur nodig acht. Dat zouden een viertal vergaderingen per jaar zijn, maar in de aanloopfase zal er misschien meer tijd met het college van bestuur doorgebracht worden.'

Johan Stekelenburg, oud-FNV-voorzitter: 'Ik werd voor deze functie gevraagd voordat ik wist dat ik burgemeester van Tilburg zou worden. Maar mijn tijdsbestek is zodanig dat ik gelukkig nog heel veel dingen kan doen. Deze functie hoort daar in mijn filosofie ook bij. Het is voor mij indirect belangrijk om kennis te nemen van de ontwikkelingen aan de universiteit, en daar ook nog een rol in te spelen.

'Ik probeer synergie te krijgen door mijn rol als lid van de Raad van Toezicht van de universiteit en mijn rol als toezichthouder van een stad waar óók een universiteit is gevestigd.

'Elke maand meevergaderen, dat zie ik natuurlijk niet zitten, maar ik zie het ook niet als een erebaan. ''Controleur' van het college van bestuur vind ik een zwaar woord. Dat suggereert alsof je echt alle ins en outs van het bestuur moet controleren. Ik zie het eerder als een soort raad van commissarissen, ik word een soort gesprekspartner die op afstand probeert mee te praten over de hoofdlijnen van het beleid van de universiteit. Het aanstellen van mensen uit de samenleving en het bedrijfsleven aan de universiteit, die bovendien een heel netwerk meebrengen, lijkt mij een slimme en verstandige move.'

Peter Rehwinkel, PvdA-kamerlid en oud-Universiteitsraadslid: 'Alleen al het zware takenpakket van zo'n raad van toezicht geeft aan dat het niet iets is wat je op afstand kunt doen. Het zou dus geen erebaantje mogen zijn. Ik ben zeer onder de indruk van het aantal topmanagers en oud-politici die voor deze functie zijn aangesteld. De minister wil dat de raden duidelijk zijn verankerd in de samenleving, en daarom ben ik nieuwsgierig naar wie er nog meer in die raden komen. Ik zou bijna heel flauw zeggen: dat moeten dus géén topmanagers of oud-politici zijn. Maar vrouwen, en mensen die geen glanzende carrière achter de rug hebben. Die representeren tenslotte óók de samenleving.

'Ik zeg altijd: in mijn studententijd was ik door de week U-raadslid en in het weekend studeerde ik. Het meebesturen aan de universiteit kost verschrikkelijk veel tijd. Er is geen reden om bij voorbaat te twijfelen aan de betrokkenheid van de respectabele namen die tot nu toe zijn aangesteld. Maar we houden ze natuurlijk goed in de gaten.'

Wil Thijssen

Meer over