Er zit veel wijsheid in het Oosten

De wetenschap in de nieuwe EU-landen vertoont hier en daar nog wat stalinistische trekjes, maar achterlijk zijn ze er niet....

Door Ben van Raaij

ij komen bepaald niet met lege handen. Europa 'Wis rijk, maar ook lui. De nieuwe lidstaten willen meedelen in die welvaart. Maar we zullen ook nieuwe dynamiek in de Europese Unie brengen, zeker op wetenschappelijk gebied.'

Prof. dr. Norbert Kroysicus en secretaris-generaal van de Hongaarse Academie van Wetenschappen, laat er geen misverstand over bestaan: de nieuwe EU-landen hebben ook iets te bieden. 'We hebben een lange wetenschappelijke traditie en kunnen schipperen met beperkte middelen. Hongaren wn dat ze je alles kunnen afnemen, behalve wat er in je hoofd zit. Vandaar onze hang naar kennis.'

Vanaf vandaag is de EU 120 duizend wetenschappers rijker. Formeel dan, want in de praktijk draaien ze al mee in het stelsel voor onderzoeksfinanciering het inmiddels Zesde Kaderprogramma waarin in vijf jaar tijd zo'n 19 miljard euro omgaat, 5 procent van alle publieke onderzoeksgelden in de Unie. KroToetreding is een geleidelijk proces dat nu hooguit accelereert.'

De nieuwkomers mogen nu ook meehelpen om de ambitieuze Europese doelen te realiseren. In 2000 is in Lissabon afgesproken dat de EU in 2010 de meest concurrerende en dynamische kenniseconomie ter wereld moet zijn. Twee jaar later kwam daar in Barcelona bij dat de investeringen in onderzoek en ontwikkeling omhoog moeten van 1,98 naar 3 procent van het bruto binnenlands product. In mankracht betekent dat zevenhonderdduizend onderzoekers meer, en dat allemaal om de groeiende kloof met de VS te dichten.

Die 120 duizend extra onderzoekers zijn dus welkom, maar critici vrezen dat de nieuwkomende landen de voortgang vooral vertragen. Ze steken minder geld in onderzoek, vaak minder dan 1 procent van hun BBP, en sukkelen met hun overgang naar een kenniseconomie achter het EU-gemiddelde aan. De angst is dat de kosten van het inhalen van die achterstand worden afgewenteldop het EU-onderzoeksbudget.

'Dat het wetenschappelijk gezien tien ontwikkelingslanden zijn is een onjuist beeld', zegt prof. dr. Peter Nijkamp, voorzitter van de Nederlandse onderzoeksorganisatie NWO. 'Ze zijn onder meer goed in alfa-en gammawetenschappen en wiskunde. Wel hebben ze gebrek aan grote research-faciliteiten.'

Grootste handicap is de achtergebleven wetenschappelijke infrastructuur, erkent Nijkamp. 'De voormalige Oostblok-landen hebben een centraal geleid stelsel gekend, en niet alle stalinistische trekjes zijn al verdwenen. Sommige landen hebben bijvoorbeeld niet eens een NWO, alleen een academie, waar vroeger al die partijleden in zaten.'

Hongarije ht al radicaal gemoderniseerd, stelt KroDe ombouw van onze academie tot research-netwerk kostte de helft van de wetenschappers, zesduizend man, hun baan.' Niet alle landen zijn echter zo ver. Nijkamp: 'In Polen zijn ze nog niet gewend publieke middelen in competitie te verwerven. Er is nog veel vriendjespolitiek.'

De Belg prof. dr. Luc Soete, hoogleraar internationale economische betrekkingen aan de Universiteit Maastricht, betwijfelt of de toetreders 'Lissabon' en 'Barcelona' dichterbij brengen. Toch is hij positief over het wetenschappelijk peil. 'Ze lopen misschien iets achter, net als de Spanjaarden, Portugezen en Grieken toen die lid werden. Maar die achterstand wordt ingelopen.' Op enkele gebieden zullen de nieuwkomers volgens hem zelfs dominant worden: wiskunde, techniek en ICT.

Die inhaalslag i¿s trouwens al opgetreden: 'De formele uitbreiding loopt achter de feiten aan. De kracht van de nieuwe landen zijn hun lage lonen. Veel bedrijven hebben er dus allang een deel van hun research and development heen verhuisd.' Dat proces schrijdt voort. Volgens Soete is nu Bulgarije de hotspot voor software-ontwikkeling. 'Zelfs Indiase bedrijven gaan erheen. Het is nu goedkoper dan India.'

Zijn Nederlandse universiteiten bang voor de goedkope Oost-Europese concurrentie, in contractonderzoek en Europese fondsen? Nee, zegt Ed d'Hondt, voorzitter van de vereniging van universiteiten VSNU. 'Mogelijk zal de participatie van Nederlandse universiteiten binnen het Kaderprogramma iets teruglopen (van 6 naar 5,4 procent), maar de beoogde verhoging van EUonderzoeksbudgetten biedt ook kansen.' D'Hondt refereert aan het streven van eurocommissaris Busquin om het budget met de helft op te hogen.

Zorgen bestaan wel over het risico dat jonge onderzoekers nu massaal hun heil in het rijke deel van de EU komen zoeken, net als de veelbesproken Poolsetrekarbeiders. 'We moeten zo'n braindrain voorkomen door onze research-faciliteiten op te waarderen', zegt Krook kun je de Europese mobiliteitsbeurzen inzetten om mobiliteit in eigen land te stimuleren, vult Nijkamp aan. 'Het is niet in het Europees belang dat landen leegstromen.'

Hun braindrain is onze braingain, vindt d'Hondt. Volgens hem is er al een behoorlijke toename van Oost-Europese wetenschappers aan Nederlandse instellingen, al zijn er nog geen cijfers. 'Maar de universiteiten kijken natuurlijk naar het potentieel in de nieuwe lidstaten. We hebben plannen om daar b-talent te gaan scouten.'

De belangrijkste bijdrage van de nieuwe EU-landen kan wel eens liggen in het forceren van een broodnodige hervorming van de wetenschappelijke infrastructuur van de EU. De Kaderprogramma's staan volop ter discussie.

Critici vinden het stelsel een monstrum vanwege de enorme bureaucratie waarmee aanvragen gepaard gaan, de sterke nadruk op toegepast onderzoek en de massale window-dressing die erdoor wordt uitgelokt. Wetenschappers klagen voorts dat ze door de Brusselse politieke voorliefde voor dure, tijdrovende networks of excellence en internationale samenwerking amper toekomen aan het echte onderzoek.

Een aanzet tot zo'n hervorming is het plan voor een European Research Council. Die ERC moet uitgroeien tot een Europese NWO: een fondsenverdeler die in tegenstelling tot het huidige stelsel, waar politieke en economische overwegingen vaak domineren alleen op kwaliteit honoreert.

De ERC moet er zijn bij het begin van het Zevende Kaderprogramma, dat loopt van 2007 tot 2012. Om te beginnen met een budget van 500 miljoen euro, zegt Nijkamp, oplopend tot drie miljard. 'Uitsluitend bestemd voor excellente onderzoekers, niet voor ad hoc samenwerkinkjes met Thessaloniki.'

Waarom is zo'n stelsel er niet allang? Nijkamp lacht. 'De EU heeft altijd een moeizame balans gekend tussen nationale en Europese belangen. Maar die eeuwige discussie over juste retour je moet evenveel terugkrijgen als je betaalt zou verboden moeten worden. Verdelende rechtvaardigheid is niet in het belang van de wetenschap.'

Ook de nieuwe toetreders zijn hier voorstander van, verzekert Kronuit Boedapest. Ze willen dus ook geen speciale behandeling. 'Onze groepen moeten op dezelfde wijze om onderzoeksgelden concurreren als iedereen. Op basis van excellence.' Maar natuurlijk hebben ze handicaps. 'Daarom vinden we dat een deel van de EU-structuurfondsen voor regionale ontwikkeling gebruikt moet worden om de onderzoeksinfrastructuur te verbeteren.'

Nederland kan bij die omslag naar een kwaliteitsbewuste onderzoeksfinanciering een belangrijke rol spelen als het vanaf 1 juli het voorzitterschap van de EU bekleedt, zegt Nijkamp. Dit najaar beginnen de inleidende schermutselingen over het Zevende Kaderprogramma. 'Er is consensus gegroeid. We moeten spijkers met koppen slaan.'

Soete heeft de blik intussen al op een nieuwe horizon gericht: EU-kandidaatlid Turkije. 'Turkije is geen gevaar maar een godsgeschenk, de toekomstige levensader van Europa. Het land heeft twee miljoen studenten, dankzij een gunstige demografie en een goed kennisbeleid. De grootste kweekvijver van Europese wetenschappers denkbaar.

'Daar vallen de nieuwe EU-landen in absolute aantallen bij in het niet. Bovendien zijn die nog sterker vergrijsd dan de oude EU. En een vergrijsde samenleving staat haaks op een dynamieke kenniseconomie', aldus de Belg.

Meer over