reportage

Er zijn testlaboratoria genoeg, maar waarom gebruiken we ze niet?

De nieuwste machines staan klaar bij het Hudson-laboratorium in Utrecht om de coronatests te verwerken. Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant
De nieuwste machines staan klaar bij het Hudson-laboratorium in Utrecht om de coronatests te verwerken.Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

Prachtig om te zien, die fonkelnieuwe hoogvolumelabs om de coronatestcapaciteit op te schroeven. Jammer alleen dat er zoveel capaciteit onbenut blijft en zoveel geld onnodig wordt betaald. Nederland blijkt een versplinterd laboratoriumlandschap waar grote belangen spelen bij de verdeling van de coronatests.

In een bedrijfspand aan de Utrechtse Hudsondreef waarin voorheen een garage was gevestigd, staan rijen geavanceerd ogende machines opgesteld. In de steriele ruimtes kunnen op grote schaal coronatests worden geanalyseerd.

‘Fantastisch mooi om te zien, dit lab’, zegt minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid). Hij is deze namiddag in februari op werkbezoek. Of ze de Zuid-Afrikaanse variant van het virus al eens zijn tegengekomen, wil de minister van de veelal jonge labmedewerkers weten. Nee, die heeft ze nog niet gezien, antwoordt een van hen.

Het Hudsonlab is het tweede Nederlandse hoogvolumelab dat eind vorig jaar opende, na het lab van Eurofins in Rijswijk. Het was een reactie op de politieke en maatschappelijke onrust die was ontstaan omdat Nederlanders zich op dat moment nauwelijks konden laten testen. De nood was zo hoog dat minister Hugo de Jonge kortstondig overwoog om Nederlandse coronatests naar Abu Dhabi te vliegen voor een analyse in een lab van het internationale laboratoriumbedrijf Unilabs.

Dat bleek een brug te ver. Wel vroeg de overheid destijds aan datzelfde Unilabs om een megalab te te bouwen in Nederland. Dat is er nu. Per dag kunnen er ruim 30 duizend tests worden geanalyseerd.

In zijn speech in de hal van het Hudsonlab vertelt minister De Jonge hoe blij hij is met de komst van de hoogvolumelaboratoria. ‘Hadden we die maar gehad in het begin van de pandemie’, zegt De Jonge. ‘Het landschap van kleine Nederlandse labs die heel dicht op de patiënt staan, is heel mooi maar ongeschikt voor een pandemie. De Dienst Testen kan nu niet meer zonder de grote labs.’

Met felblauwe drankjes, voor de gelegenheid geserveerd in reageerbuizen, brengen de medewerkers en de staf van het lab een toost uit. Maar liever dan mooie woorden van de minister zouden ze meer tests toebedeeld krijgen. Want ruim drie maanden na de opening heeft de gloednieuwe apparatuur in het Hudsonlaboratorium nog niet voluit gedraaid.

Medewerker in het Hudson-laboratorium in Utrecht. Beeld  Foto Raymond Rutting / de Volkskrant
Medewerker in het Hudson-laboratorium in Utrecht.Beeld Foto Raymond Rutting / de Volkskrant

Spaghetti van teststroompjes

Het Nederlandse testlandschap zou er van bovenaf uitzien als een spaghetti van teststroompjes richting heel veel laboratoria. Het is in elk geval niet geworden wat minister Hugo de Jonge in november aankondigde: een paar hoogvolumelabs zouden de bulk van de tests analyseren en de ziekenhuislabs zouden slechts een bijrol gaan vervullen in het Nederlandse testbeleid en zich richten op de complexe diagnostiek.

Het lab aan de Hudsondreef analyseerde tot vorige week 2.000 coronatests per dag. (Deze week is dat aantal 4.000 per dag, vanwege tests die aangeleverd worden door de GGD Gelderland.) Maar voor deze aantallen hadden ze geen gloednieuw megalab uit de grond hoeven stampen.

Opvallend genoeg krijgt het lab geen tests toegestuurd uit de teststraten van de GGD regio Utrecht. Die heeft onder meer een grote, zogeheten XL teststraat staan bij de Jaarbeurs, zo’n 5 kilometer van het megalab af. De GGD regio Utrecht stuurt zijn tests naar het ziekenhuislab UMCUtrecht en naar het labbedrijf PGL. PGL laat de tests dagelijks per vliegtuig naar Oostenrijk overbrengen voor analyse in een PGL-lab daar.

De Dienst Testen, opgericht door het ministerie van Volksgezondheid, regelt die verdeling van tests over de laboratoria. De organisatie bepaalt, in samenspraak met de 26 GGD’s, hoe deze worden verdeeld over maar liefst 64 laboratoria. De acht grote laboratoriumpartijen waarmee afnamegarantiecontracten zijn gesloten, waaronder het Hudsonlab, krijgen op dit moment zo’n 55 procent van de tests toebedeeld. De overige tests worden verdeeld over de andere, veelal kleinere labs, waarmee geen afnamegarantie is afgesproken en waar per test moet worden afgerekend.

Waarom worden de tests zo versplinterd zijn verdeeld, is de grote vraag. En vooral: waarom zou je tests sturen naar labs waar je per test moet betalen, als je al hebt betaald voor de analyse van die tests in de grote labs?

Want hoewel het lab aan de Hudsondreef maar 2.000 tests per dag verwerkt, krijgt het tot en met juni de verwerking van zo’n 10 duizend tests per dag vergoed, bijna eenderde van de totale capaciteit. ‘Wij worden betaald voor veel tests die we niet analyseren’, zegt de woordvoerder. ‘Eigenlijk is het pure geldverspilling.’

Dubbel betaald

Dat er dubbel wordt betaald voor tests, wat de overheid miljoenen euro’s extra kost: dat is dan maar zo, vindt Pieter Vos, voorzitter van Fenelab, een van de brancheverenigingen van laboratoria. ‘Dat de gesloten horeca moet worden ondersteund, kost ook miljarden.’

Vos kan zich ook voorstellen dat de Dienst Testen niet van de ene op de andere dag de teststromen wil verleggen van de kleine naar de grote labs. ‘Dat zou onbeschoft zijn om te doen, nadat die labs het afgelopen jaar veel hebben geïnvesteerd en veel voorraden hebben opgebouwd om aan de vraag te kunnen voldoen.’

De Dienst Testen spreekt, wat wollig, van ‘een verdelingsmodel voor een duurzaam testlandschap’. Elke regionale GGD is verbonden met minimaal één klein medisch microbiologisch lab en één of twee grotere labs. ‘De bedoeling is dat de laboratoria en GGD’s weten wat zij kunnen verwachten’, zegt een woordvoerder. De niet-gebruikte testcapaciteit dient als een buffer voor tijden met een stijgende vraag.

‘De indeling is vanuit landelijk perspectief zo efficiënt en gelijkwaardig mogelijk ingericht’, bezweert de woordvoerder. ‘Omdat het Hudson-lab het meest noordelijk gelegen grote lab is, krijgt het de tests uit het noorden toebedeeld, en niet die van de GGD regio Utrecht.’

Er is veel meer testcapaciteit ingekocht dan op dit moment nodig is. Dat komt omdat er veel minder wordt getest dan verwacht. In februari zou er een piek zijn, met 110 duizend personen per dag: een voorspelling, onder meer op basis van een prognose van het RIVM. De werkelijke testvraag is echter veel lager: zo’n 45 duizend per dag.

Na de crisissituatie in het najaar met de lange wachttijden voor een test, kocht het ministerie van Volksgezondheid op grote schaal testcapaciteit in. Niet alleen bij twee gloednieuwe Nederlandse megalabs, maar ook bij grote laboratoriumpartijen als Synlab (België), U-diagnostics en PGL, met labcapaciteit in het buitenland. De Nederlandse organisatie PGL stuurt de tests naar een lab in Salzburg. Synlab analyseert tests in België en U-Diagnostics stuurt de samples naar Duitse labs. Ook drie Nederlandse labs met andere specialismes kregen een garantiecontract (Fenelab consortium, TLR international laboratories en Hay Diagnostics).

Testmateriaal in het Hudson-laboratorium. Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant
Testmateriaal in het Hudson-laboratorium.Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

Onderlinge kinnesinne

De afnamegarantiecontracten met deze acht partijen lopen tot en met april, mei of juni. Vorig jaar ging het om een bedrag van 317 miljoen euro aan garantstellingen. Om hoeveel geld het nu gaat, wil minister De Jonge niet vertellen. Wie rekent met een totaal van zo’n 30 duizend betaalde tests per dag bij de megalabs komt op een bedrag van bijna 2 miljoen euro per dag.

Opvallend is dat er dan toch ook nog een aanzienlijk deel van de tests, zo’n 45 procent van het totaal, naar de veelal kleinere laboratoria wordt gestuurd, waarmee de overheid geen garantiecontract heeft afgesloten. Daarvoor moet nog apart worden afgerekend, en bovendien een hoger bedrag. En dat terwijl er reeds door de overheid betaalde tests onbenut blijven.

Sommigen betrokkenen denken dat de goede relaties die de GGD’s al jaren hebben met de regionale labs meespelen. Daarbij komt de macht van de gewoonte: waarom zou je je teststromen gaan verleggen naar labs die je niet kent, als niemand je daartoe dwingt? Een labdirecteur die, net als veel anderen geïnterviewden niet met naam genoemd wil worden vanwege de gevoeligheid van de kwestie, zegt: ‘Ik heb het gevoel dat Dienst Testen met te veel labs in de weer is, dat ze de bestaande labcontacten tevreden willen houden.’

Vorig jaar werd tijdens de pandemie niet alleen duidelijk dat Nederland een heel versplinterd laboratoriumlandschap heeft, met kleine ziekenhuislabs en iets grotere laboratoria als huisartsenlabs. Maar ook kwam een onderlinge kinnesinne bovendrijven, toen de ziekenhuislabs aanvankelijk de regie in de coronatests naar zich toe wisten te trekken.

Duidelijk werd toen dat de medisch microbiologen van de ziekenhuislabs veel invloed hadden, bij het RIVM en ook in het Outbreak Management Team. Vrijgevestigde medisch microbiologen krijgen vergoedingen voor de tests. De beroepsvereniging van medisch microbiologen riep vorig jaar de leden zelf op de honorariumsom die ‘zeer aanzienlijk’ kan zijn en ‘niet in redelijke verhouding staat tot de geleverde diensten’ te matigen. Maar in de meeste ziekenhuislabs zijn zij in loondienst en verdienen zij er niet extra aan.

Daarbij voelen de ziekenhuislabs zich door de komst van de megalabs in hun positie bedreigd - wat bijvoorbeeld als de grote labs na de pandemie, als er een overcapaciteit aan labcapaciteit in het verschiet ligt, veel goedkopere contracten met zorgverzekeraars gaan sluiten voor reguliere analyses? Er spelen, kortom, veel grote belangen bij de verdeling van de coronatests over de labs.

Hudson-laboratorium in Utrecht. Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant
Hudson-laboratorium in Utrecht.Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

Goodwill

‘Er is gewoonweg veel geld te verdienen met coronatests’, zegt Marc Bonten, arts- microbioloog en hoofd van het ziekenhuislab UMCUtrecht. ‘Een aantal vrijgevestigde microbiologen van ziekenhuislabs in vrijgevestigde maatschappen heeft er het afgelopen jaar ruim geld mee binnengehaald. Ik niet. Ik ben in loondienst, het verdiende geld gaat naar het ziekenhuis.’

Volgens Bonten heeft de macht die aan de ziekenhuislabs wordt toegeschreven overigens weinig invloed op de verdeling van de tests. Op basis waarvan die verdeling wordt gemaakt is ook hem niet duidelijk, zegt hij. Wel valt het hem op dat het Utrechtse ziekenhuislab naar verhouding veel coronatests ter analysering krijgt toebedeeld. Zo’n tweeduizend per dag, tot vorige week evenveel als het megalab in dezelfde stad met een veel grotere capaciteit.

‘Wij krijgen de tests van de GGD regio Utrecht, ook die uit hun XL-teststraat’, vertelt Bonten. ‘Wij werken al zo lang samen met die club, ik denk dat die samples ook vanwege goodwill naar ons toe komen.’

Het is volgens Bonten keihard werken. ‘Soms vallen personeelsleden bijna om. Ik zou er niet eens rouwig om zijn als wij wat minder coronatests zouden toegewezen krijgen. We spelen in elk geval nu zeker geen bijrol in het Nederlandse testlandschap.’

In het grote Hudsonlab aan de andere kant van de stad zitten ze ondertussen geen duimen te draaien. ‘De labmedewerkers specialiseren zich verder, bijvoorbeeld bij de analyse van de verschillende soorten mutanten van het virus. Dit is een zeer geavanceerd lab dat ingewikkelde analyses aankan’, zegt de woordvoerder. ‘Veel medewerkers willen hier werken omdat ze iets willen bijdragen in tijden van een pandemie. Ook na corona zal dit lab zich verder ontwikkelen.’

Meer over