Er valt niet te leven in Zuid-Bulgarije

Het is er warm en de sfeer is gemoedelijk. Maar werk is er niet in Kardzhali, in het zuiden van Bulgarije. Daarom vertrekken de inwoners en masse.

JAN HUNIN

KARDZHALI - Er zijn ergere plaatsen om te wonen dan Kardzhali. Met meer dan 290 dagen zonneschijn per jaar is het de zonnigste stad van Bulgarije, en dat wil wat zeggen in een land dat niet over een gebrek aan zonneschijn te klagen heeft.

Bovendien gaat het leven er nog niet gebukt onder geboden en verboden. Over het opsteken van een sigaret in een openbaar gebouw zal niemand een opmerking maken en als het echt nodig is, mag je op straat verbodstekens negeren. Zelfs de aanwezigheid van een haar uit de baard van de profeet Mohammed in de plaatselijke moskee kan de overwegend Turkse inwoners van de stad er niet van weerhouden naar hartelust alcohol te drinken.

Vervelen hoef je je ook al niet in het in het zuiden van Bulgarije gelegen Kardzhali. In de hoofdplaats van de gelijknamige provincie wemelt het van de toeristische trekpleisters, met de Thracische ruïnes van Perperikon als hoogtepunt.

Maar al die voordelen zijn niet besteed aan de inwoners. Die doen er alles aan om uit het gebied weg te vluchten. Vooral het platteland rond Kardzhali is zwaar door emigratie getroffen. Een derde van de families werkt in het buitenland.

Dat heeft alles met armoede te maken, legt de burgemeester van een van de dorpen uit. 'Vroeger kregen de dorpelingen 20 lev voor een kilogram tabaksbladeren, vandaag nog amper 3, en dat is niet genoeg om van te leven. Dus werkt er niemand meer.'

Ander werk is er niet. Volgens de burgemeester, zoals de meeste inwoners een etnische Turk, is van de regering geen hulp te verwachten. Die steekt het geld toch maar in eigen zak.

Omdat er geen werk is, trekken de inwoners massaal naar Denak, zegt hij. Denak? Hij blijkt Den Haag te bedoelen, het eindstation van de meeste Bulgaren die naar het Westen vertrekken. Hoewel Nederland de laatste jaren veel concurrentie heeft gekregen van Spanje, blijft Den Haag hun geliefde bestemming. Officieel wonen er drieduizend Bulgaren, vooral etnische Turken, maar wellicht ligt hun werkelijke aantal vele malen hoger. De meesten komen uit de omgeving van Kardzhali.

Een van degenen die naar Nederland vertrok, staat voor een buurtwinkel een biertje te drinken. Zijn naam wil hij niet geven, maar hij spreekt wel behoorlijk Nederlands. 'Vijftien jaar Nederland, dan ken je wel wat', zegt hij. Alleen tijdens zijn vakantie komt hij nog naar Bulgarije.

Sinds meer dan tien jaar runt hij in Amsterdam een slopersbedrijf. Naar eigen zeggen is hij 'ongeveer de eerste' Bulgaar in Nederland, en wellicht de eerste in Amsterdam.

De keuze voor Nederland berust op toeval. Hij was in Kardzhali zijn auto aan het voltanken, toen hij door een Turk uit Turkije werd aangesproken. 'Spreek jij Turks?', vroeg hij. 'Ik ben op doorreis naar Nederland en heb een defecte auto.'

'Hij vroeg wat ik in Kardzhali uitspookte. Ik zei: 'Niks'. Hij: 'Wil je niet mee met mij naar Nederland?''

En zo vertrok hij naar Nederland. Na een tussenstop in Den Haag belandde hij in Amsterdam.

'Hier in Kardzhali kun je niet leven. Een liter benzine kost hier evenveel als in Nederland, maar de mensen verdienen wel tien keer minder. Nee, het lidmaatschap van de Europese Unie heeft geen verbetering gebracht.

'Kijk maar om je heen. Het gaat overal slecht hier. Ik heb twee dochters. Een heeft haar diploma gehaald, maar werk vindt ze niet. Je moet geld geven om te kunnen werken. Hier regeren nog steeds de communisten. Eens arm, altijd arm, is de regel hier. Van wat leven ze hier? Van 200 lev, 100 euro per maand? Iedereen weet dat. Hier kun je niet leven.'

-----------------------------------------------------------------------------------------

INTERVIEW EKREM SHABAN, VAN 1996 TOT 2007 IN NEDERLAND

'Hele regio kwam mij na'

Over Nederland hoorde ik de eerste keer via mijn dorpsgenoot Mehmet, zoals bijna alle inwoners van Beli Vir een (etnische) Turk. Mehmet was in 1989 met een Turkse getrouwd en naar Turkije geëmigreerd. Bulgarije was toen in de ban van de anti-Turkse repressie. Heel veel Turken vluchtten naar Turkije. In 1993 of 1994, in welk jaar precies kan ik me niet meer herinneren, bracht Mehmet een bezoek aan mijn dorp. Hij vertelde hoe hij in Turkije een vrachtwagenchauffeur had leren kennen die in Nederland werkte. Hij zei dat je in Den Haag kon werken.

Ik zat toen in het leger. Als beroepssoldaat verdiende ik 100 euro per maand. Als je jong bent, heb je niet zoveel geld nodig.

In maart 1996 vertrok ik met twee vrienden. Eerst brachten we een avond in Duitsland door. Maar in Duitsland ben je niet zo vrij, dat is niets voor ons. We reisden per trein door naar Brussel. Een dag lang zaten we in Schaarbeek. Ook dat werd niks. Toen zei ik tegen mijn vrienden: 'Nederland heeft zulke goede voetballers: Gullit, Rijkaard, ... Laten we naar Nederland vertrekken.'

Op het Centraal Station van Rotterdam stapten we uit. Ik voelde het meteen: 'Dit is het land waar ik wil blijven.' Ik zei tegen mijn vrienden: 'Wie wil, kan naar Duitsland of Brussel, maar ik blijf hier.'

'Als jij blijft, dan wij ook', antwoordden ze. Het waren eenvoudige jongens. Ik was een beetje hun leider.

De eerste avond brachten we op het station door. We spraken er met Turkse immigranten. 'Hier is niet zo veel werk', zeiden ze. 'Jullie moeten naar Den Haag.'

In Den Haag ging ik op zoek naar Turkse koffiehuizen. Op het Hobbemaplein belandde ik bij een Turkse bakker. Boven de bakkerij had hij kamers. 'Je mag blijven', zei hij. 'De huur bedraagt 125 gulden per maand. Je betaalt maar wanneer je werk gevonden hebt.'

We hadden toen nog 50, 60 gulden. Van onze laatste centen hebben we in de Turkse bazaar een dekbed gekocht. In een goedkope winkel kochten we schoonmaakspullen.

Na twee, drie dagen hadden we alle drie werk. In de tuin. Ik werkte voor Turkse Turken. In Scheveningen werkte ik in een hotel. Ik heb ook in een restaurant gewerkt en in een pizzeria. Mijn werkgevers waren tevreden over mij. Als ik werk, werk ik voor 100 procent. Je mag niet vergeten dat ik een soldaat ben. Ik hou van discipline. Als er gestolen wordt, haal ik de politie erbij.

Ik ben onmiddellijk begonnen Nederlands te leren. Ik leerde het met behulp van De Telegraaf en de Via Via, je weet wel, dat blad voor tweedehandsauto's. Om Nederlands te leren sloot ik vriendschap met Nederlanders. Als je ergens wil wonen, moet je kunnen praten.

Over Nederland ben ik zeer te spreken. Ik heb er respect voor mensen geleerd. Pas in 2007 ben ik naar Bulgarije teruggekeerd. Ik wilde mijn eigen baas zijn. Ik weet wat ik kan. Iemand die dommer is dan ik en mij commandeert, dat ligt moeilijk. Ik weet niet of ik nog terugkeer naar Nederland.

Als manager van een elektronicawinkel in Kardzhali verdien ik goed mijn brood. Als ik ooit terugkeer, dan wil ik wit kunnen werken, met een verblijfsvergunning en een school voor mijn kinderen.

Je mag wel zeggen dat ik de eerste Bulgaar in Nederland was. Na mij is de hele regio gekomen. Vooral na 1998 was het gemakkelijk om aan een visum te komen.

De mensen zijn zoals schapen. Als er één gaat, volgt de rest.

undefined

Meer over