Er hoeft geen goede reden te zijn om zelf een geigerteller te maken

Wat te doen met de oude rookmelder? Ernst Arbouw gaat er radioactieve straling mee meten.

null Beeld Joseph Jessen
Beeld Joseph Jessen

Face it: er is geen goede reden om zelf een geigerteller te hebben. Op normale dagen meet je hooguit wat achtergrondstraling en die is in Nederland relatief laag. Op abnormale dagen komen doorgaans de spreekwoordelijke mannen-in-witte-pakken, en die hebben zelf een geigerteller. Waarom zou je er dan toch een willen maken? Daar is geen reden voor, net zoals er geen reden is voor tuinieren of voetbal - iets wat anderen in het weekend schijnen te doen.

De meeste huishoudens hebben een nauwkeurige stralingsdetector hangen, in de vorm van een oude, ioniserende rookmelder. Het hart van zo'n melder is de ionisatiekamer, die je je het best voor kunt stellen als twee plaatjes metaal met daartussen een klein beetje radioactief americium-241. Door de radioactieve straling raken de moleculen in de lucht geïoniseerd waardoor, gevaarlijk simpel samengevat, de lucht een héél klein beetje stroom gaat geleiden. De elektronica in de melder meet hoe groot dat stroompje is. Zodra rook- of roetdeeltjes in de ionisatiekamer komen, wordt het stroompje kleiner, en gaat het alarm.

null Beeld Joseph Jessen
Beeld Joseph Jessen

Voltage meten

Je kunt het proces ook omdraaien. Meer radioactieve straling = meer geïoniseerde lucht = betere geleiding = meer stroom. Die stroom kun je meten. De meeste ioniserende melders bevatten een Motorola MC14475-chipje om het signaal uit de ionisatiekamer te verwerken. Met een draadje aan pin 14, waarop ook de ionisatiekamer is aangesloten, en een extra draad aan de minpool van de batterij, meet je het voltage. Om te voorkomen dat de melder zichzelf in slaapstand zet, kun je een draadje solderen tussen pin 12 en de minpool. Als je wilt voorkomen dat tijdens het experimenteren het alarm gaat (en dat wil je), kun je pin 13 verbinden met de pluspool van de batterij. Soldeer tot slot een weerstand van 56K tussen pin 14 en de minpool en je bent klaar voor de nucleaire Apocalyps.


Voor de zekerheid is de teller getest in een universitair isotopenlab. (Bedankt, Arjo!) Met een stukje radioactief kobalt-60 of cesium-137 bij de ionisatiekamer gaat het gemeten voltage omhoog van 5,95 volt naar 6,0 tot 6,05 volt.


Voor wie zo snel geen toegang heeft tot een isotopenlab: de meter 'ziet' ook nog steeds stof, rook en roet. Je kunt hem ook gebruiken als fijnstofsensor of gewoon als rookmelder. Een duidelijk lager voltage betekent dat je huis in brand staat.

undefined

null Beeld x
Beeld x
Meer over