'Er bestaat niet zoiets als een vrouwelijke blik'

Een Gaelic gemeenschap op het eiland Tory; China in de jaren zeventig; hongersnood in India; kunstenaars in New York en de oorlog in Nicaragua....

De fotoreportages van Martine Franck, Eve Arnold, Marilyn Silverstone, Inge Morath en Susan Meiseglas zijn naast elkaar te zien in de Beurs van Berlage in Amsterdam, omdat zij lange tijd de enige vrouwen waren bij het prestigieuze fotocollectief Magnum.

De titel van de expositie suggereert dat de foto's een vrouwelijke blik op de wereld tonen, of op zijn minst vanuit een typisch vrouwelijk perspectief gemaakt zijn, maar dat is onzin volgens Martine Franck, die voor de opening uit Parijs is overgekomen. 'Ik heb mezelf nooit als een vrouwelijke fotograaf gezien, maar gewoon als fotograaf. Aan de foto's die hier hangen kun je ook niet zien of ze door een man of een vrouw zijn gemaakt. Er bestaat niet zoiets als een vrouwelijke blik, ik denk dat we allemaal een mannelijke en een vrouwelijke kant in ons hebben.'

Hoewel de 63-jarige Franck in eerste instantie niet zo enthousiast was over het idee voor deze reizende expositie, kijkt ze nu met veel plezier terug op de opening in Edinburgh in 1999. 'Eigenlijk zou er een tentoonstelling van alleen Eve Arnold komen, maar omdat zij net een solo-expositie achter de rug had, stelde ze voor om werk van alle vrouwen van Magnum te laten zien. Voor ons bleek het een mooie gelegenheid te zijn om elkaar beter te leren kennen. We wonen allemaal in andere landen en zien elkaar bijna nooit. De reis naar Edinbrugh leek wel een uitje met schoolmeisjes, het heeft ons dichter bij elkaar gebracht. Ik geloof dat al die machofotografen van Magnum het maar niks vonden, het leek hun nergens voor nodig.'

Hoe verschillend de fotoreportages ook zijn, wat de fotografen delen is een compassie met hun onderwerpen. De foto's stralen een grote betrokkenheid uit van degene die ze heeft gemaakt, of dat nu de gruwelijke oorlogstaferelen in Midden-Amerika van Meiselas zijn, de New Yorkse straatscènes van Morath, of de Mongoolse worstelaars van Arnold.

'Allemaal hebben we veel gereisd voor onze foto's en ze zijn gemaakt vanuit een liefde voor het leven. Wij zijn, ieder op onze eigen manier, getuigen van de wereldgebeurtenissen, we maken ons druk over wat er gebeurt in de wereld. Overigens verschillen we hierin niet van onze mannelijke collega's bij Magnum.'

Het vooraanstaande persbureau Magnum, wereldberoemd om zijn documentair-journalistieke foto's, werd in 1947 opgericht door onder andere Henri Cartier-Bresson en Robert Capa. Zij wilden na de Tweede Wereldoorlog een nieuwe wending geven aan de fotojournalistiek en de fotograaf meer onafhankelijkheid geven. In die tijd hadden fotografen niets te zeggen over hun eigen foto's, omdat het copyright bij de opdrachtgevers lag. Oorlogsfoto's, die vaak met gevaar voor eigen leven waren gemaakt, werden in tijdschriften verkeerd om afgedrukt of zonder de naam van de fotograaf erbij, zonder dat die daar iets aan kon doen. De bij Magnum aangesloten fotografen verkopen nu het gebruiksrecht op hun foto's via het agentschap, maar behouden zelf het copyright.

Nieuwe leden worden alleen via een langdurig en streng selectieproces toegelaten. Tijdens de jaarlijkse bijeenkomst wordt daarover door de ongeveer vijftig leden gestemd. In al die tijd zijn er slechts zes vrouwen aangenomen, van wie vier nog in leven: Marilyn Silverstone overleed twee jaar geleden, vlak voor de opening van Magna Brava, en eind februari stierf onverwachts Inge Morath.

Lise Sarfati is er kortgeleden bijgekomen - net te laat om mee te kunnen doen aan de expositie, maar in de bijbehorende catalogus staan wel foto's van haar. Vorig jaar maakten haar foto's over het verval van de industriële erfenis in de voormalige Sovjet-Unie indruk in het Huis Marseille in Amsterdam. Franck: 'Zij is zeer getalenteerd, met een groot gevoel voor situaties waar niets lijkt te gebeuren.'

Hoe het komt dat er nog steeds zo weinig vrouwen aangesloten zijn bij Magnum, weet Franck ook niet. 'Er moeten absoluut meer vrouwen bij, maar er zijn er maar weinig die zich aanmelden. We moeten erop uit om ze te gaan zoeken, denk ik.' Ze beschouwt de tentoonstelling niet als een feministisch statement, maar het zou mooi zijn als er daardoor meer vrouwen hun port-folio naar Magnum opsturen. 'Jonge meisjes hebben natuurlijk wel een voorbeeld nodig.'

Het leven van een fotojournalist is zwaarder voor een vrouw, denkt Franck, vooral vanwege de combinatie van reizen en een gezin onderhouden. Toch vindt ze niet dat ze het moeilijk heeft gehad. 'Ik heb misschien één keer een opdracht gemist, toen ik naar Vietnam wilde, en ze liever een man daarheen stuurden.'

Ook het feit dat ze getrouwd is met Henri Cartier-Bresson, in wiens schaduw ze altijd heeft gestaan, heeft haar niet gehinderd, wel beïnvloed in haar carrière. 'Maar als mijn man een rijke bankier was, had dat ook invloed gehad. Hij heeft me altijd gesteund en ruimte gegeven, wat in veel huwelijken helemaal niet vanzelfsprekend is. Waarschijnlijk was het veel moeilijker geweest als we even oud waren. Maar hij was al zo beroemd toen ik hem leerde kennen, dat ik niet beter weet.'

Franck vindt het nog te vroeg om terug te kijken op haar bijna veertigjarige carrière: 'Ik kijk liever vooruit.' Wat haar volgende project is? 'Dat houd ik nog even voor me, maar ik kan je verzekeren dat het een drukke tijd is.'

Meer over