Episode 20: rashomon

Regisseur Kurosawa reconstrueert in Rashomon de dood van een samoerai aan de hand van vier betrokkenen. Hun verklaringen zijn tegenstrijdig, maar Kurosawa komt niet met een eenduidige oplossing van de zaak. Een film over subjectieve waarheid.

PAUL VERHOEVEN EN ROB VAN SCHEERS

Rashomon (1950)

Genre: historisch drama/misdaad

Regie: Akira Kurosawa

Met: Toshiro Mifune, Machiko Kyo, Masayuki Mori, Takashi Shimura

Zwart/wit. 88 minuten. Winnaar Gouden Leeuw filmfestival Venetië 1951

---------------

'Dit is de eerste postmoderne film; een onderzoek naar waarheidsvinding. De realiteit is in deze film niet eenduidig, maar volstrekt subjectief. Vier betrokkenen schetsen in Rashomon hetzelfde voorval, maar telkens is de uitkomst anders. Wat vaststaat is dat in een Japans bos een lijk is gevonden, het slachtoffer betreft een samoerai. Wat we ook weten, is dat diens vrouw is gevlucht, en de vermoedelijke dader - een struikrover - gearresteerd. Voorts heeft een getuige zich aangediend in de persoon van een houthakker.

De politierechter begint zijn verhoor, en door het gebruik van vele flashbacks ben je als kijker bereid mee te gaan in alle vier de reconstructies, hoe tegenstrijdig ook. Feitelijk zegt de regisseur: deze elementen bied ik je aan, we bekijken de zaak van alle kanten, en verder zoek je het zelf maar uit. Zo radicaal. Vooral omdat er aan het slot nog steeds geen eenduidige oplossing is.

De eerste keer is Rashomon een wonderlijke kijkervaring. Het spel dat Akira Kurosawa met ons speelt, heb je dan natuurlijk niet door. Ik was een jaar of 16, en de term postmodern moest nog worden uitgevonden. Het filosofische idee dat er geen 'algemene waarheid' bestaat, maar slechts een 'subjectieve', hakte er flink in. En niet alleen bij mij, want de film kent vele navolgers, denk aan Das weisse Band van Michael Haneke. In Rashomon zie je precies hoe het proces van subjectieve waarheid zich voltrekt.

Alle getuigen proberen hun straatje schoon te vegen, de struikrover Tajomaru (Toshiro Mifune) voorop. Hij voelt zich in zijn goede eer aangetast, omdat de houthakker durft te beweren dat hij van zijn paard is gevallen. Welnee, snoeft Tajomaru. Hij heeft het echtpaar juist op listige wijze in de val gelokt, en de vrouw voor de ogen van haar man verkracht. En dat niet alleen, hij claimt dat ze daar seksueel plezier aan beleefde: de grootst denkbare vernedering voor een echtgenoot. De vrouw kan met die schande niet verder leven, en maant de mannen tot een duel: wie wint, mag haar hebben. Uiteindelijk steekt Tajomaru zijn zwaard door het hart van de samoerai.

Als je Rashomon de eerste keer ziet, denk je: nou, oké, dat klinkt plausibel.

Dan volgt het verhaal van Masako (Machiko Kyo), de vrouw. Zij komt met heel andere details. Nadat ze is verkracht en de struikrover gevlucht, wil ze haar geknevelde man Takehiro (Masayuki Mori) bevrijden. Hij kijkt haar evenwel zo vernietigend aan dat ze terugdeinst. Vol verachting drukt hij uit: jij, slet! H oe durf je mij nog onder ogen te komen? Pleeg liever harakiri! Ze heeft een dolk en richt die op zichzelf, alsof ze haar buik wil opensnijden. Plotseling draait ze die dolk om en loopt ermee op Takehiro af. Juist op dat moment - beweert ze tijdens de zitting - valt ze flauw. En nee, ze heeft geen idee hoe haar man het leven liet. Verwarring maakt zich meester van de kijker.

De derde versie komt van het slachtoffer. Hij is weliswaar dood, maar via een medium kan vanaf gene zijde toch met hem worden gecommuniceerd. Dat medium is een oudere vrouw en eenmaal in trance spreekt ze met Takehiro's grommende mannenstem, een spookachtig effect. Hij richt zich vanuit de ellendige duisternis van de dood tot de politierechter. Het zit anders, zegt hij. Zijn vrouw heeft de struikrover gesmeekt haar mee te nemen, en om die reden moest hij uiteindelijk zélf wel harikiri plegen. Zelfmoord dus? We weten het niet, en om de zaak nog wat ingewikkelder te maken, herroept de houthakker zijn eerdere verklaring. Tijdens de zitting heeft hij zijn snor gedrukt, hij wilde er niet te veel bij betrokken raken. Als hij later zijn relaas doet aan een priester en een zwerver spreekt hij alle getuigenissen tegen. Aanvankelijk beweerde hij alleen het lijk te hebben gevonden, in werkelijkheid zag hij alles van een afstandje. Waar of niet? De kijker mag het oplossen, want hierbij laat Kurosawa het.

Dit postmoderne schaakspel is al ijzersterk, ook filmisch valt er veel te genieten. Met name in het tweede verhaal, waaronder Kurosawa een Japanse variant op Ravels Bolero zet. Als de vrouw vertelt over die blikken vol onverholen haat, cirkelt de camera om haar vastgebonden echtgenoot heen, en houdt haar ondertussen in het vizier. Ze loopt op hem toe, stapt weer terug, de hele scène is heel knap gechoreografeerd. Tussendoor zien we zijn getergde gezicht, in een medium shot, een medium close en een close-up. Hij is meedogenloos en totaal onbeweeglijk Maar om het niet te statisch te maken, laat Kurosawa de schaduw van bewegende bladeren op zijn gezicht spelen. Een prachtige studie naar wat een camera kan toevoegen aan drama. Als je het verschil wilt weten tussen toneel en filmkunst, moet je deze scène bekijken. Daar wordt iets gedaan met de camera wat bij toneel niet bestaat. Dit is nu met recht filmkunst.'

undefined

Meer over