Ensor schilderde het tijdloze heimelijke gewriemel in de branding

Voor de badgasten lijkt in Oostende maar weinig veranderd sinds een arts honderd jaar geleden nauwgezet formuleerde hoe een patiënt een kuur in de zee moest ondergaan: 'Door de fysieke reacties van de bader kan men de tijdlimiet van het bad bepalen....

ARNO HAIJTEMA

Van onze verslaggever

Arno Haijtema

OOSTENDE

Een frisse zuidwester blaast over de esplanade en het strand van de Vlaamse kustplaats, dus zoeken de toeristen vertier op de beschutte terrassen en in de souvenirwinkeltjes, die ook vliegers verkopen. Ze schuifelen over de boulevard, waar alleen kinderen in vervaarlijke trapvoertuigen de kalmte verstoren.

Kuieren langs de branding, van het door betonrot aangetaste Casino naar de verweerde en afgebladderde kop van de pier bij de haven en weer terug, het is een bezigheid die een geruststellende tijdloosheid in zich draagt. En het roept onweerstaanbaar herinneringen op aan James Ensor (1860-1949), de schilder die zijn hele leven in Oostende doorbracht, de onstuimige groei van het strandtoerisme heeft meegemaakt en het rumoerige en opwindende strandvermaak vastlegde als geen ander.

Vraag de weg aan twee oudere heren, die leunend tegen de balustrade de badgasten gadeslaan en eentje antwoordt: 'De Venetiaanse Gaanderijen? Daar verderop. Maar pas op, daar flaneren de schoonste vrouwen. Verlies uw hoofd niet' Zijn schalkse lach zou rechtstreeks afkomstig kunnen zijn van een figurant op Ensors De baden van Oostende en ook zijn advies laat zich moeiteloos inpassen in de gedachtenwereld van de schilder. De zwemmers op zijn schilderijen zijn zelden met iets anders bezig dan de andere sexe te observeren en begluren. Of ze heimelijk te betasten, te imponeren door hun grote blote billen te tonen of wijdbeens op de golven te dobberen.

In de Venetiaanse Gaanderijen, prachtig gelegen aan de Boulevard, vallen Ensor, zijn tijdsgewricht en het onze op wonderbaarlijke wijze samen. In de Gaanderijen is de dubbelexpositie De baden van Oostende - James Ensor, satyricus ingericht. Het eerste deel van de tentoonstelling toont de geschiedenis van de badcultuur in het stadje, het tweede toont hoezeer het werk van Ensor met de badplaats is versmolten. En met één blik op de boulevard door het raam naar buiten is vast te stellen hoe tijdloos Ensors commentaar op het fenomeen strandtoerisme is.

Ensor was dertig toen hij in 1890 zijn beroemd geworden paneel De baden van Oostende maakte. Wanneer je door de expositie wandelt die over de geschiedenis van de badplaats gaat, wordt ogenblikkelijk duidelijk waarom zijn karikaturale werk, vol erotische verwijzingen, niet in goede aarde viel bij de beau monde die Oostende in de zomer bevolkte.

Ensor groeide op in een tijd dat van strandtoerisme nog helemaal geen sprake was. Het kuren in zee was voorbehouden aan patiënten met de meest uiteenlopende kwalen - variërend van migraine bij vrouwen tot liefdesverdriet bij mannen. De patiënten dienden onder begeleiding een bad te nemen, opdat het zeewater waaraan magische krachten werden toegeschreven ('Het water bij Oostende lijkt wel radio-actief', schreef een Duitse reisgids wervend) zijn heilzame werking zou kunnen hebben.

De patiënt kleedde zich om in een houten hokje op wielen, dat door een paard in de branding werd getrokken. Daar dan, enigszins uit het zicht van begerige blikken, opende de patiënt de deur en liet zich in het water glijden. Ontbrak het hem aan moed om de plons te wagen, dan was er altijd nog de begeleider, die gewapend met een emmer de patiënt van zijn koudwatervrees kon afhelpen.

Hoewel eind vorige eeuw steeds meer mensen, de welgestelden voorop, de geneugten van het strand en de zee ontdekten en het belang van het kuren op de achtergrond raakte, bleven de preutse rituelen. Het prikkelde ongetwijfeld de zinnen van de badgasten, die in het dagelijks leven, overeenkomstig de normen van die tijd, niet gewend waren aan enig lichamelijk bloot. In de salon zouden ze onthutst zijn door een ontblote damesknie, op het strand konden zij de nauwelijks verhulde lichaamsvormen in volle glorie bewonderen.

Ensor legt in De baden van Oostende de erotische spanning bloot, die op zomerse dagen boven het zinderde zand voelbaar moet zijn geweest. Het gewriemel en gewroet in de branding, het per ongeluk ontbloten van een bil of borst - dat alles moet de voyeur hebben wakkergemaakt in de wandelaars op de boulevard. Ensor verbeeldde hun heimelijkste wensen, en niet tot hun onverdeeld genoegen.

Ensor maakte deel uit van de beau monde die vertier zocht in Oostende. Hij bezocht de Kursaal, het casino waar de badgasten gokten. Hij dineerde met ze en flaneerde over de esplanade. Maar alom gewaardeerd als kunstenaar werd hij niet. Niet alleen omdat zijn werk niet voldeed aan de schildertechnische eisen van de negentiende eeuw, maar vooral omdat zijn werk de gegoede burgerij choqueerde.

Ensor was een buitenstaander. Enerzijds wilde hij maar wat graag vertoeven tussen de welgestelden, anderzijds voelde hij meer sympathie voor de minderbedeelden. De opstand van de straatarme vissers van Oostende in de zomer van 1887 - en het bloedige neerslaan daarvan - maakte diepe indruk op hem. Terwijl de badgasten in de branding verpozing zochten, werden op een paar honderd meter afstand vissers doodgeschoten. Ensor verwerkte het geweld in een groot aantal schilderijen en etsen, stuk voor stuk aanklachten tegen de gendarmes, de rechtelijke macht en de politici.

Hij smachtte naar erkenning. Hij bespotte koning Leopold II eerst nog, die 's zomers resideerde in Oostende en zo een belangrijke impuls gaf aan de ontwikkeling van de badplaats. Ensor tekende de vorst terwijl die zijn darmen leegt over de hoofden van het gewone volk. Korte tijd later schakelde hij Leopold met succes in om toegang te krijgen tot een belangrijke expositie, waar zijn werk vervolgens werd afgebrand door de critici.

De constante kritiek moet Ensor ernstig hebben verbitterd. Hij schilderde zichzelf als de gekruizigde Christus - wat overigens behalve over zijn vermeende martelaarschap veel zegt over de hemelse kwaliteiten die hij zichtoedichtte. Hij was een homme d'exception, zoals hij zich noemde, en bovendien een man vol innerlijke tegenstrijdigheden. Hij schilderde het voyeurisme en de erotiek op het strand, maar schaamde zich daar ook voor. Preuts veranderde hij op De Baden van Oostende het seksueel geladen getal 69 op een strandkar in 68, en bij zijn vrienden verontschuldigde hij zich voor het naakt in zijn werk.

De ets Verpesting onder, verpesting boven, verpesting overal (1904) geeft mooi weer hoe Ensor over het leven in de badplaats dacht. Op een bankje zitten een paar in lompen gehulde, stinkende vissers. Ernaast zitten gefortuneerde badgasten. De twee groepn willen niets met elkaar te maken hebben en kijken ieder obstinaat een andere kant op. Ensor kiest geen partij in deze clash tussen twee werelden - zowel de proleten als de gegoede burgers dragen de pest met zich mee.

Voor een schilder met een van lichte walging doortrokken wereldbeeld koos Ensor de voor de hand liggende oplossing: hij stuurde al zijn personages de reinigende zee in. Alleen in badkostuum waren arm en rijk gelijk. En alleen in de branding kon het beschroomde spel gespeeld worden van gluren en bekeken worden, van schijnbaar toevallige aanrakingen en handtastelijkheden onder de waterspiegel. Ensor schilderde zichzelf op De Baden van Oostende op het dak van een badhokje, vanwaar hij door een verrekijker de massa aanschouwt. Hij is de voyeur die de nimfen en sirenes in het water alleen met behulp van zijn kijker dichtbij kan wanen. Hij is de waarnemer die ervan droomt deelnemer te zijn.

De baden van Oostende - James Ensor, satyricus, Venetiaanse Gaanderijen, Oostende. Tot en met 30 sept. dagelijks 10-19 uur. Catalogus Bfr. 1250. (¿ 70,-)

Meer over