Enfant très terrible

'Ik heb alleen maar onverstandige dingen gedaan.' Zijn talkshow-gasten mogen een cactus kussen, slachtoffers van z'n schrijfsels kunnen door naar de Riagg....

SPREEK ZIJN NAAM uit, en een mestgeur van rellerigheid stijgt op. Eerst nog niks aan de hand. Onder applaus staat gedoodverfd antisemiet Theo van Gogh te zoenen met een filmregisseuse uit Israël.

Zojuist heeft hij haar op het Filmfestival van Rotterdam ondervraagd over haar inzending Adams Zirkus, waarin de jodenvervolging een centrale rol speelt. 'Een bij vlagen ontroerende film', heeft Van Gogh nog benadrukt. Voor de Israëlische degelatie kan Theo niet meer stuk: 'Je bent een geweldige interviewer.' Maakster Lihi Hanoch wijkt na afloop niet van zijn zijde, ook al is haar tevoren ingefluisterd dat ze hier met een regelrechte jodenhater van doen heeft.

Maar dan verschijnt de festivalkrant met het zogenaamde 'besluit' van de festival-leiding om filmer Claude Lanzmann (maker van Shoah) buiten Van Goghs talkshow te houden. 'Pure laster', reageert Van Gogh. 'Ik heb nota bene zèlf besloten Lanzmann maar niet te interviewen, want ik dacht bij mezelf: dat is vragen om moeilijkheden, geschreeuw in de zaal en zo.'

In de tram had gisteren een vrouw onophoudelijk tegen hem geschreeuwd: 'Lul! Wat je zegt over joden en vrouwen. Pas jij maar op lul.' Theo-tje, enfant très terrible uit het reservaat van Nederlandse columnisten, dobbert meesmuilend op de golven van publieke verontwaardiging. Groningen weert zijn Prettig Gesprek van het lokale kabelstation en de Stichting Bestrijding Antisemitisme (Stiba) wil Van Goghs toekomstige talkshow-gasten peilen over diens 'recente antisemitische uitlatingen'. Het een doet hij giechelig af als 'folklore', het ander amuseert hem hogelijk. 'Wij weten zelf vaak niet wie de volgende week mijn gast zal zijn. Hebben ze bij de Stiba soms een geheim contact met het Opperwezen dat de gastenlijst aan ze doorspeelt?'

In de media is het uur van de waarheid aangebroken. De een noemt hem een flapuit die onze fatsoenshypocrisie ietwat 'onbesuisd' te lijf gaat. De ander toornt dat Van Gogh blijkbaar ongestoord zijn 'puberale driften' mag etaleren in podia (als weekblad HP/De Tijd) waar antisemieten doorgaans geen toegang krijgen. Zo'n 'monsterdebat', heet het verder, is alleen hier denkbaar 'omdat nergens anders in West-Europa de verantwoordelijkheid van de lokale bevolking voor de jodendeportaties zo is weggemoffeld en omgezet in een verstikkend schuldgevoel'. De auteur, Sylvain Ephimenco in Trouw, gunt de 'gefrustreerde calorieënverzamelaar' Van Gogh 'een flinke schop onder zijn dikke reet'.

Van Gogh schatert. 'Die Sylvain toch! Bij De Krant op Zondag was het beste Theo voor en beste Theo na, want hij wou dat ik hem voor de televisie ging interviewen. Over z'n zeker niet autobiografische nieuwe boek, waarin een verlaten penopauzer verliefd wordt op een heroïnehoertje achter het Centraal Station. Maar dat boek vond ik helemaal niks, dus dat feest ging niet door. Zo'n schuimbekkende reactie begrijp ik best.'

Evengoed hangt Van Gogh bij de Volkskrant aan de lijn met de vraag om een extra onderhoud. 'Dan gooi ik er nog wat harde grappen tegenaan, anders gaat het wel erg over dat ene en dat komt me wel erg m'n neus uit.'

Dat ene.

Je kunt er niet omheen. In 1984 al weer schreef Van Gogh in het filmblad Moviola dat zijn vroegere vriend, schrijver-filmer, Leon de Winter ('een Messias zonder kruis') het joodse lijden in de Tweede Wereldoorlog misbruikte om er geld en populariteit uit te slaan. Citaat: 'Wat ruikt het hier naar caramel. Vandaag verbranden ze alleen de suikerzieke joden.' Tevens deed Van Gogh De Winter een suggestie aan de hand: 'Wat dacht je van een vrolijke vakantiefilm over een klein meisje dat de halve oorlog door de Gestapo belt: ''Kom me halen! kom me halen! M'n dagboek is klaar''.' Na tien rechterlijke beoordelingen, tot aan de Hoge Raad toe, werd Van Gogh via enkele vrijspraken ten slotte veroordeeld als antisemiet, en andermaal (voor dezelfde publikatie in de context van z'n boeken De Weldoener en Mijn Favoriete Graftak) vrijgesproken.

Tien jaar later: amper had Evelien Gans in haar boek Gojse nijd & joods narcisme geconcludeerd dat filmer-columnist Van Gogh een 'thematische nijd' koestert jegens Leon de Winter, of Van Gogh hoonde in het Amsterdamse universiteitsblad Folia Civitatis: 'Ik vermoed dat mevrouw in vochtige dromen vaak een beurt krijgt van dokter Mengele, maar hoop haar zelf tot in lengte van jaren ook op mijn bescheiden wijze te blijven inspireren.'

Een nieuwe cause célèbre? De reacties in de pers variëren van 'misselijkmakend' tot 'te weerzinwekkend voor woorden'. Sindsdien hebben de pro's van alles-moet-kunnen (postmodern Amsterdam) en vooral de contra's (snoer die smeerlap de mond) hun stellingen betrokken. Piet Grijs - pseudoniem van Hugo Brandt Corstius - ging de contra's al jaren eerder bloedspuwend voor met zijn kruistocht in Vrij Nederland tegen De Eeuwige Antisemiet. Thuis, in een pastelgroen interieur en hardblauwe gordijnen, roept de sater van de normloosloosheid jolig door de telefoon dat hij een verontwaardigde interviewer over de vloer heeft.

- Als Janmaat zo'n opmerking over Mengele had gemaakt, was hij al lang voor de rechter gesleept.

'Misschien kom ik nog wel voor de rechter. Moet mevrouw Gans gaan uitleggen dat ze géén vochtige dromen krijgt van dokter Mengele. Lijkt me wel aardig. Kijk, ik ben veel te onfatsoenlijk, Janmaat wil veel te graag fatsoenlijk zijn om met zo'n opmerking geassocieerd te worden.'

- Jouw attitude is: ik ben geen antisemiet, dus ik mag onder de gordel schoppen?

'Een verkeerde voorstelling van zaken, ik schop niet onder de gordel. Mevrouw Gans beschuldigt me van de meest onbetamelijke dingen. Dat ik jaloers ben op joden en joodse regisseurs, omdat ik zelf geen identiteit heb. Dus krijgt ze een koekje van eigen deeg.'

- Je opmerking was smakeloos, zacht gezegd.

'Dat was ook de bedoeling.'

- Bovendien meedogenloos, gewetenloos.

'Wat krijgen we nou? Je werkt toch voor dat roomse parochieblad? En de jezuïeten van de Volkskrant noemen mij gewetenloos? Weet je wat gewetenloos is? Iemand tien jaar lang voor de rechter halen en hem vervolgens uitmaken voor antisemiet en racist. Te smerig voor woorden en onterechte beschuldigingen waar ik dan een keertje kwaad van word. Wat dacht je daarvan?'

- Ik zou zo'n gedachte over Mengele niet eens in m'n hoofd krijgen, laat staan dat ik ze opschrijf.

'Schei toch uit! Een gezonde geest in een gezond lichaam zeker. Wat is dat toch voor hypocriet gebabbel. Wat kijk je me nu ontsteld aan?'

- Max Arian schreef in de Groene Amsterdammer: 'Ik hoop dat dit varken in zijn eigen stront omkomt.'

'Dat is onbeholpen geformuleerd, maar wat moet ik er verder mee? Max Pam (bevriend columnist van NRC Handelsblad, red.) zei: misschien moet je hem voortaan Max Ariër noemen, om hem te jennen. Leuk hoor, wat ze over me zeggen. Maar onlangs heeft op straat iemand die Battus had gelezen, me gedreigd: wat zou je ervan vinden als we je kind opblazen? Dus heb ik besloten zelf een tijdje niet over die affaire te schrijven. Het is een storm in een glas water, moeten we er weer eindeloos over praten? Dat is wel een beetje dom van je. Laat mevrouw Gans een proces tegen me beginnen, who cares.'

- Heb je dan geen gevoel jegens nazi-slachtoffers, mensen met een concentratiekampverleden? En met de getraumatiseerde tweede en derde generatie wier familieleden zijn vermoord?

'Moet je luisteren: ik ben niet begonnen! Ik word beschuldigd door een mevrouw die al moeite heeft met haar al dan niet joodse identiteit. Het is heel dom om mijn uitspraak over Mengele antisemitisch te noemen. Dan weet je niet wat antisemitisch is. De joden worden toch niet aangevallen als groep? Het was een fantastische sick joke.'

- Kun je je niet voorstellen dat mensen kapot zijn van zo'n zin over het verbranden van suikerzieke joden die naar caramel ruiken?

'Dat is een fout die ik heb gemaakt, dat had ik niet moeten doen. Daarvoor ben ik ook voor de rechter geweest. Mijn idee was: de gruwelijkheid van de holocaust kun je alleen maar proberen te vangen in een sick joke, waarmee het nep-slachtofferschap van Leon de Winter belachelijk werd gemaakt. Het was niet de bedoeling de mensen die in kampen hebben gezeten, nog eens een trap na te geven. Integendeel. Het is geschreven vanuit de bekommernis dat als je je in het openbaar bezighoudt met de holocaust, je niet met de platitudes van De Winter moet aankomen.

'Ik vind dat ik qua De Winter gelijk heb gekregen. Want in een interview met Elsevier zei hij dat de dictatuur van de democratie weer moet worden ingevoerd. Een term die is ontleend aan het jargon van Mao en die geleid heeft tot de Culturele Revolutie, toen er miljoenen over de kling zijn gejaagd. Zo'n term riekt naar Goebbels en impliceert dat mensen als ik op geen enkele manier meer aan het woord mogen komen. Dat vind ik pas weerzinwekkend. Hij is een totalitaire denker die bestreden moet worden. Een paar jaar geleden beklaagde De Winter zich in Het Parool over een slechte recensie in de trant van: ''Als ik dat lees denk ik, razzia, pogrom.'' Dat is jezelf heilig verklaren, je beroepen op de oorlog en je daarmee boven elke kritiek plaatsen. Vandaar die sick joke om zijn belachelijkheid te onderstrepen.'

- Maar tegenover Evelien Gans gebruik je wéér een sick joke.

'Vind ik ook volkomen terecht. Daar heb ik geen enkele spijt van.'

- Dat is op z'n zachtst gezegd een totaal gebrek aan inlevingsvermogen ten opzichte van de holocaust-slachtoffers. De grens hoort toch te liggen bij zes miljoen doden?

'Voor jou ligt daar de grens, voor mij niet. Wat er achter die beschuldiging van mevrouw Gans zit is: die Van Gogh is in de verte net zo erg als kampbewakers in de oorlog, want hij is een antisemiet.'

- Geen antisemiet, maar dan wel op z'n minst de wegbereider van lieden die niet goed nadenken. Besef je dan niet je verantwoordelijkheid als columnist?

'Pff. Ik heb een zin opgeschreven waarmee ik die mevrouw zo hard mogelijk kon beledigen. Punt.'

- Ik vind het gewetenloos, beste Theo.

'Goed jongen, dan schrijf je dat toch op? Al je argumenten vind ik best hoor, maar toen Ischa Meijer in z'n SA-pakje op het podium rondstapte, ironische zelfspot nietwaar, bracht daar toch ook niemand tegen in: besef je wel hoe je mensen kwetst die echte SA-uniformen voorbij hebben zien marcheren?'

- Dan zal Ischa misschien zeggen: ik mag het doen want ik ben joods en jij niet.

'Dat vind ik ook een raar argument, maar goed. Ik heb die discussie met hem op de radio gehad. Ik zei: wat doe je dan met Eddie Murphy die een parodie maakt op een rabbi? Zei hij: maar dat is geen rijkeluisjongen uit Wassenaar. Dan ben ik verder uitgepraat.'

En zo zouden we nog uren kunnen doorgaan. Brandt Corstius is bij Van Gogh 'een obscene heksenjager', die oud-minister Ruding met oorlogsmisdadiger Eichmann vergeleek en Buikhuisen kapotschreef, ofschoon Buikhuisen achteraf gelijk had. Het was, meent hij, 'de eeuwige lafheid van de progressieve intelligentsia' om daar niks tegen te ondernemen.

'Toen Brandt Corstius Kosto een racist noemde vanwege z'n asielzoekersbeleid, heb ik het geheime telefoonnummer van Brandt Corstius met Arabische tekens in de krant gezet, als zijnde het nummer van de Illegale Huisvestingscentrale. Iedereen die vervolgd werd kon hem bellen, onze held van het naoorlogs verzet. Het geweeklaag dat toen in VN opklonk'

- Heldhaftig hoor.

'Hoor eens, mij kan iedereen in het telefoonboek vinden. Hem niet. Brandt Corstius met z'n geheime nummer is de paus van het politiek-correcte denken die almaar roffelend aan de goede kant staat, tot je er misselijk van wordt. Ik zal onze held voorlopig even met rust laten, maar hij verdient het wel om van alle kanten aangevallen te worden.'

- En Theo van Gogh is het gewetenloze spiegelbeeld van Brandt Corstius.

Schaterlach. 'Als patroonheilige van de progressieve gemeente? Schei uit. Van belang is dit: als ik het grote antisemitische gevaar ben, dan is er niet zoveel te duchten, dunkt me. Een hele opluchting voor de mensen die gekwetst zijn.'

Vooruit, bij een kopje thee wil Theo zijn gêne opzij zetten: bij hem thuis in Wassenaar werd, jazeker, gehuild op de vierde mei. Want? Een geëxecuteerde verzetsman als oom. Opa die in een kamp zat. Oma opgepakt wegens verzetswerkzaamheden. 'M'n moeder werd als klein meisje gedwongen toe te kijken bij een executie. Ik heb niet de indruk dat dit voor haar een Joop ter Heul-herinnering is. De schaamte kruipt omhoog nu ik je dit vertel. Ik zeg dit alleen opdat je niet moet denken dat ik geen sjoege heb van wat er in de oorlog is gebeurd. Die is me met de paplepel ingegoten.

'Misschien', zegt hij spottend, 'kan ik voor m'n zoon een uitkering aanvragen bij de Stichting '40-'45 in het kader van de derde generatie-problematiek.'

Ander onderwerp graag. Dat fatsoenlijke Wassenaarse milieu dus. Wibaut, de socialistische wethouder van Amsterdam, was een familieheilige bij de Van Goghjes. Theo was verlegen. Schreef in de schoolkrant: weinig succesvol.

- Geen pestkop?

'Tuurlijk wel. Heb een keer duizend rotjes gegooid naar het hoofd van de lerares geschiedenis, om de slag bij Nieuwpoort passend te gedenken. Toen ben ik geschorst. Maar ik was een lieve jongen hoor. Ik zat op de mavo. Het hoofd der school gaf me een keer geld voor de kapper. Mijn moeder zei: ''Breng dat geld terug, je laat je haar niet knippen.'' Leuke ouders.'

In Amsterdam zou drankzucht zijn bestaan kleuren. De Filmacademie zag in hem een zieke geest. 'Het beest', zoals een jury hem noemde, vond niettemin zijn weg als filmregisseur. (Toppers: Een dagje naar het strand en 06.) Nederland stond op z'n achterste benen toen in Van Goghs filmdebuut Lëuger twee katjes in een centrifuge meedraaiden ('je zag me zwetend voor de camera met de katjes die nog in leven waren'). Diverse filmhuizen weigerden vertoning van deze 'fascistoïde film'. Een criticus die dat laatste opschreef, mocht van de maker een klodder speeksel in het gezicht toucheren. Grijns: 'Ik was altijd wel erg dronken, moet ik zeggen, maar per post heb ik hem nog een zakdoekje gestuurd.'

Vorig jaar schrapte Veronica twee passages uit Van Goghs speelfilm Loos: tv-beelden van een bloedspuwende veroordeelde in de elektrische stoel, alsook de scène waarin een penis aan een piano wordt gespijkerd. In het dagelijks leven konden toupetdragers in het café het ontgelden, dan weer vroeg hij wildvreemden of de batterijen van hun dildo soms uitgeput waren. Filmmaker Ate de Jong is voor hem De Sprekende Stroopwafel. 'Sindsdien noemt hij me Necrofiele Verfkwast.' Zo blijft de homo ludens in balans.

Nieuwe Revu weigerde ooit een (door de KLM gesponsorde) reportage waarin Van Gogh een KLM-stewardess 'een likkende deurmat' noemde. Bij Het Parool beëindigde hij een kortstondige carrière als columnist nadat filmdistributeurs Cannon en UPI met een advertentieboycot dreigden; Van Gogh ('speelfilmen is alsof je klant bent bij een sjieke hoer met een geslachtsdeel als een punteslijper') had geschreven hoe bekende Nederlanders een graantje meepikten bij het overlijden van Simon van Collem. 'Ik schreef hoe integer Simon was, dat hij slechts voor 500 gulden te koop was. Ik eindigde met Joris Ivens: dat er te weinig overleden werd. Die krant komt uit en Ivens overlijdt! Is dat geen voorbeeld van perfecte timing?'

- Je kwetst en beledigt uit verveling?

'Het leven is toch ontzettend saai, niet? Verveling is een drijfveer. Zo'n grap met die piemel is een manier van knipogen naar de wereld. In mijn film Eva zegt Yoka Berretty: ''Het voordeel van Alzheimer is dat je iedere dag nieuwe mensen tegenkomt.'' Dat vind ik leuk, omdat het in een bejaardentehuis speelt. En dat is niet gewetenloos? Aha! Je begrijpt dat dementen, mensen met Alzheimer zich daar bijzonder gekwetst door kunnen voelen'

Hij kijkt me vrolijk aan door een mistbank van sigaretterook. 'Het lukt niet zo met die carrière van jou', zei Paul Witteman hem eens voor een volle zaal. 'Ik zeg: ach, de een maakt carrière als likkende deurmat van Marcel van Dam, en de ander doet 't op z'n eigen manier. Tot mijn verbazing begon Witteman tot zijn oren te blozen. Dat vond ik zo leuk van hem.

'Interviewen voor de tv vind ik zelf een buitengewoon parasitaire bezigheid. Je moet er wat anders naast doen, anders word je stapelgek. Voor de EO wilde ik met Michel Korzec een reportage maken over atoomwapens in Oezbekistan. Ze belden af met de mededeling dat ze toch maar geen zaken wilden doen met de Antichrist Van Gogh, haha.'

- Ben je agressiever gaan schrijven, toen je geliefde je had ingeruild voor de hoofdrolspeler uit je film Vals licht?

'Helemaal niet. Mijn enige probleem was: ik moest die film nog monteren, zat ik iedere dag naar de kop van die goser te kijken.' Sarcastisch: 'Gelukkig hebben mijn goede vrienden Ischa Meijer en Bob Polak daar onmiddellijk juichende stukjes over geschreven, dus kon iedereen handenwrijvend meegenieten. Ischa is een briljant interviewer, maar géén goeie columnist. Zijn Dikke Man in Het Parool op de plaats van Carmiggelt - die zou zich in z'n graf omdraaien, natuurlijk. Zo onbeholpen, zo'n maniertje. Maar goed, de moeder van mijn kind woont hier om de hoek, we gaan uiterst amicaal met elkaar om. Ik ben heel blij dat ik dat gedaan heb, want ik ben dol op mijn kind.'

- Niets is heilig voor je. Behalve je kind?

'Ik vrees dat ik voor één keer moet buigen. Laatst vloog ik uit Polen terug, waar ik twee documentaires met Michel Korzec heb voorbereid, en opeens bhàmmm, al die zuurstofmaskers vallen naar beneden. Een paar mensen bidden. Nu ben ik de grootste schijterd als het om vliegen gaat, maar dacht niet dat er iets ergs aan de hand was. In mijn column schreef ik: Lieuwe, zal je me missen. En grijnzend zegt hij dan tegen me: ''Voor hoe lang, pappa?'' Dat klinkt me als muziek in de oren. Zo moet je met kinderen omgaan, hè, ik ben daar niet sentimenteel over.'

Van G. privé, dat is: een regiment lege wijnflessen op het aanrecht. Dat is een hometrainer omringd door kinderspeelgoed. Dat is een slobbertrui die op navelhoogte weer een zwelling vertoont; de veertig kilo die eraf gingen toen zijn geliefde opstapte, lijken bezig aan hun comeback. Wie is er bang voor het monster uit de Pythagorasstraat? Lang hoeft hij niet na te denken. 'Brandt Corstius. En Leon de Winter. Ik weet dat De Winter een waas voor de ogen krijgt als hij me ziet. Dat vervult me met het diepste genoegen'.

- Je hebt van jezelf al de dorpsgek van de Nederlandse filmwereld gemaakt.

'Ik heb alleen maar onverstandige dingen gedaan. Als ik 40 duizend gulden verdien met 06, mijn film over telefoonsex, dan stop ik dat geld onmiddellijk in Variety om de film per advertentie aan te prijzen in Amerika. Ik heb de sleutel nagemaakt van het kantoor van Glibber & Gladder, de produktiemaatschappij van The Movies dus, en daar voor 25 duizend gulden telefoonsex gebezigd met mijn toenmalige vriendin in Toronto. Dat zijn dingen die je niet doet.'

- Je wilt de Nederlandse Polanski worden?

'Schei toch uit, ik ben een zeer marginaal talent. Ik heb nog twee scenario's op de plank liggen van een Newyorks meisje, Lisa Blaushield. De een over telefoonsex tussen twee kinderen, eindigend in beider zelfmoord. De andere heet Anne Frank in the Hamptons. Dat begon met een modeshow in kleren waarin ze verkracht werd. Buitengewoon geestige komedie. Er komt een barbecuende buurman in voor die Bill Mengele heet.'

- Wéér Mengele.

'Maar uit haar mond. Zij is een joods meisje, dus dat mag zij opschrijven. Ze beschrijft een vrouw die verliefd wordt op haar verkrachter die als psychologische motivatie heeft: ''Nine inches.'' Daar hou ik erg van! En dat is ook gewetenloos.'

Gretig vertelt hij hoe in de film The Nightporter een vrouw (Charlotte Rampling) verliefd wordt op haar vroegere SS-kampbeul (Dirk Bogarde). Van Gogh is zelfs in Wenen op zoek gegaan naar de kamer waar de nachtportier zijn gast bezat, om 'met verkrampte fantasie een fractie te voelen van Ramplings koude rillingen'.

'En dan', schreef hij in Mijn Favoriete Graftak, 'misschien een kaartje schrijven aan die pooier van groot verdriet, Ronnie Naftaniël: ''Beste Ron, het was weer feest! Ik heb die hoer een knappe veeg gegeven. . . Echt ook iets voor jou'' Want de handelsreiziger van onze 4 mei-industrie (''Racisme'', ''Fascisme'') moet je te vriend houden, verklapt mijn nobele inborst.'

- Neem me niet kwalijk: zulk proza riekt naar Julius Streicher in zijn nazi-blad Der Stürmer. En dat wil je ook graag van me horen.

'Is dat niet die omhooggevallen kippeneuker uit Neurenberg die de meest abjecte antisemitische propaganda maakte?' Hij grijnst. 'Pas maar op, ik kan je zó voor de rechter halen.'

Meer over