NieuwsKolen

Energiebedrijf RWE eist schadevergoeding voor Nederlands klimaatbeleid

Het Duitse energieconcern RWE eist 1,4 miljard euro schadevergoeding van de Nederlandse staat. De eigenaar van de kolencentrale Eemshaven stelt dat het Nederlandse klimaatbeleid zijn investeringsbelangen schaadt, specifiek het wettelijk verbod op kolenstook in energiecentrales per 2030.

De nieuwe kolencentrale van RWE in de Groningse Eemshaven. Beeld Harry Cock / de Volkskrant
De nieuwe kolencentrale van RWE in de Groningse Eemshaven.Beeld Harry Cock / de Volkskrant

RWE beroept zich hierbij op een zogenoemde ISDS-clausule in het Energiehandvestverdrag, dat de Europese Unie in 2019 mede namens Nederland heeft ondertekend. Zo’n ISDS-clausule geeft investeerders en bedrijven het recht overheden aan te klagen die hun financiële belangen schaden.

Zulke clausules zijn politiek omstreden. Progressieve partijen en milieuorganisaties vrezen dat bedrijven op grond van ISDS-bepalingen in internationale verdragen klimaatbeleid kunnen frustreren, wanneer dat indruist tegen het individuele bedrijfsbelang. Ook ander overheidsbeleid dat het algemeen belang dient zou op grond van ISDS door investeerders en bedrijven aangevochten kunnen worden.

Die vrees lijkt nu bewaarheid te worden. RWE vindt dat het de dupe wordt van het regeringsbeleid om de Nederlandse broeikasgasuitstoot voor 2030 met 49 procent te verlagen. Met dat doel voor ogen besloot het huidige kabinet in 2019 het gebruik van steenkool als brandstof in energiecentrales op termijn te verbieden. Op dat moment telde Nederland nog vijf kolencentrales, waarvan de Eemshavencentrale de grootste is. Deze kolencentrales moeten binnen tien jaar overstappen op een andere brandstof (zoals biomassa) of sluiten.

Vrees voor stroomtekort

RWE heeft de afgelopen jaren met het ministerie van Economische Zaken onderhandeld over financiële genoegdoening, schrijft minister Bas van ’t Wout donderdag in een Kamerbrief. De Duitse energiegigant voelt zich geschaad omdat de Eemshavencentrale pas vier jaar in bedrijf was toen het kolenstookverbod werd aangekondigd.

De Nederlandse overheid heeft medio jaren nul de bouw van nieuwe kolencentrales nog gestimuleerd, omdat het toenmalige kabinet Balkenende-II vreesde voor stroomtekorten in de toekomst. Wel was het destijds de bedoeling dat de CO2-uitstoot van de nieuwe centrales zou worden afgevangen en ondergronds opgeslagen. Dat kwam er in de praktijk niet van omdat dit niet rendabel bleek.

Minister Van ’t Wout vindt echter dat het kabinet RWE en de andere twee eigenaren van Nederlandse kolencentrales (het Duitse energiebedrijf Uniper en het Amerikaanse investeringsfonds Riverstone) voldoende tegemoet is gekomen. Zij krijgen in totaal 3,6 miljard euro subsidie om de bijstook van biomassa in hun centrales te bekostigen. Ook heeft Nederland de energiecentrales ruim tien jaar tijd gegund om hun investering terug te verdienen. RWE dreigde desondanks naar het arbitragehof van de Wereldbank in Washington te stappen en heeft de daad nu bij het woord gevoegd.

Achterste benen

Het is voor het eerst dat een bedrijf de Nederlandse staat aanklaagt op grond van een ISDS-bepaling. Uit een melding op de website van het arbitragehof, het Internationaal Centrum voor Beslechting van Investeringsgeschillen (ICSID), blijkt dat de klacht van RWE op 2 februari formeel in behandeling is genomen.

GroenLinks, dat steeds gewaarschuwd heeft voor de mogelijke gevolgen van ISDS-bepalingen in nieuwe handelsverdragen zoals CETA (EU-Canada) en TTIP (EU-VS), staat op de achterste benen. Energiewoordvoerder Tom van der Lee spreekt van ‘onbeschaamde obstructie’ van het Nederlandse klimaatbeleid. Hij wil dat de Tweede Kamer volgende week een hoorzitting organiseert met de directeur van RWE.

Duitsland heeft al enige tijd een soortgelijke zaak aan zijn broek. Het Zweedse Vattenfall heeft de Duitse regering voor het ICSID gedaagd, omdat Duitsland Vattenfall ertoe dwingt diens kerncentrales te sluiten. De zaak bij het ICSID is nog niet beslist, maar het Duitse hooggerechtshof heeft Vattenfall al in het gelijk gesteld. Net als Nederland betoogt Duitsland voor het arbitragehof van de Wereldbank dat de ISDS-bepaling in het Energiehandvestverdrag niet opgaat voor intra-Europese investeerder-staat-geschillen. Dit zou blijken uit een arrest van het Europese Hof van Justitie uit 2019.

Meer over