Energie slurper

Er gaapt, ruim een jaar voor de opening van het verbouwde Stedelijk Museum in Amsterdam, een gat van 1,6 miljoen euro in de jaarbegroting....

Merijn Rengers en John Schoorl

Het Stedelijk Museum in Amsterdam, het belangrijkste moderne kunstmuseum van de hoofdstad, staat voor een bijna onmogelijke keuze. Het museum moet na de oplevering van de opvallende badkuipvormige entree van het museum in 2009 kiezen tussen het verwarmen en verlichten van het kersverse pronkstuk aan het Museumplein, of het organiseren van toonaangevende exposities.

Een middenweg is er niet, zo heeft de directie van het Stedelijk informeel laten weten aan zijn voornaamste broodheer, de gemeente Amsterdam. In het ergste geval zou het museum zelfs overwegen de nieuwbouw dan maar helemaal niet te betrekken.

Officieel is er niets aan de hand. Stedelijk-directeur Gijs van Tuyl zegt ‘in dialoog’ te zijn met de gemeente. Cultuurwethouder Carolien Gehrels is van alles op de hoogte, zegt zij.

Uit gesprekken met direct betrokkenen blijkt echter dat er veel licht zit tussen de officiële standpunten en de bedrijfseconomische realiteit. Kort en goed: er gaapt, ruim een jaar voor de opening van het verbouwde Stedelijk Museum, een gat van 1,6 miljoen euro in de jaarbegroting van het Stedelijk.

Dat gat is vooral toe te schrijven aan de veel hogere energiekosten. De huisvestingslasten in het oude gebouw bedroegen ruim 1 miljoen euro: voor de nieuwbouw zijn die becijferd op 2,75 miljoen euro op jaarbasis – aldus directeur Gijs van Tuyl. De cijfers zijn doorgerekend door bouwkundig adviesbureau ABT.

Het Stedelijk heeft dit probleem, samen met de ABT-rapporten, doorgeschoven naar de gemeente, de opdrachtgever en voornaamste financier van de nieuwbouw. Wethouder Gehrels laat weten ‘bekend te zijn met het feit dat het Stedelijk Museum op basis van rapporten heeft aangetoond dat vanaf 2010 de huisvestingslasten van het museum zullen stijgen.’

Zij zegt niet verbaasd te zijn. Het gebouw wordt groter, aldus Gehrels, en bovendien ‘moet worden voldaan aan de specifieke klimatologische eisen voor de museale functie van het gebouw.’

Maar daarvoor is volgens Gehrels in het verleden al voldoende geld uitgetrokken. Het Stedelijk krijgt straks al 2 miljoen meer dan in de oude situatie, aldus de wethouder. Geld voor een extra stroomsubsidie is er wat haar betreft niet. In wethoudersjargon heet het dat ‘de bij de verzelfstandiging vastgestelde financiële kaders het uitgangspunt vormen.’

De stad heeft een dubbelrol bij het Stedelijk. Zij bouwt het nieuwe gebouw, en is daarnaast met afstand de belangrijkste financier van de dagelijkse uitgaven van de culturele instelling. Amsterdam maakt jaarlijks ruim 12 miljoen euro over naar het onlangs verzelfstandigde museum.

Dat is duidelijk meer dan de veelbesproken bijdragen van sponsoren als ABN Amro of de Japanse producent van kunststoffen coatings Tejin. Tejin is naast sponsor ook de leverancier van de revolutionaire nieuwe plastics die straks de nieuwbouw sieren.

Betrokkenen gaan ervan uit dat de Kunstraad, het belangrijkste adviesorgaan van de gemeente Amsterdam op het gebied van culturele subsidies, de extra exploitatiekosten van het nieuwe gebouw niet wil financieren uit de huidige cultuurbegroting. Morgen komt de Kunstraad met haar vierjaarlijkse advies over hoe de gemeente de cultuurbegroting moet inrichten.

De Kunstraad zit in een spagaat. Wanneer de raad een extra gebouwsubsidie van 1,6 miljoen euro zou toekennen aan het Stedelijk, moeten elders in de stad een aantal kleine theatergezelschappen of musea de deuren sluiten. Het budget dat de gemeente heeft bestemd voor kunstsubsidies is de afgelopen jaren gedaald.

Dat geldt niet voor het bouwbudget. Amsterdam heeft de afgelopen jaren in hoog tempo nieuwe cultuurgebouwen neergezet, zoals het Muziekgebouw aan ’t IJ, en bestaande musea en theaters verbouwd en uitgebreid (Carré). De combinatie van grotere kunstgebouwen en een gelijkblijvend exploitatiebudget leidt onvermijdelijk tot tekorten. Grotere gebouwen hebben meer expositieruimtes of extra zalen, zijn duurder om te verwarmen en vergen extra inzet van personeel.

Dat is niet het enige. Bij de Kunstraad sluimert al jaren onvrede over de onzakelijke manier waarop het Stedelijk in zijn ogen verantwoording aflegt over gemeentelijke subsidies. De onvrede kent vele oorzaken, waaronder de geringe prioriteit die het museum (onder meer ten tijde van oud-directeur Rudi Fuchs) toekende aan de financiën.

De afgelopen vier jaar stond de Raad twee maal op het punt een venijnig rapport te publiceren over de magere bedrijfsvoering bij het moderne kunstmuseum. Twee keer slikte de Raad dat rapport in, wat ongebruikelijk is voor het als kritisch te boek staande adviesorgaan.

De rapporten verschenen onder meer niet omdat het Stedelijk extra tijd nodig zei te hebben om met geactualiseerde cijfers te komen. Ook liet de Raad meewegen dat het museum middenin de fondsenwerving zat voor de nieuwbouw. Een kritisch rapport over de rammelende cijfers van het Stedelijk zou potentiële sponsors afschrikken, en daarmee de gemeente op nog hogere kosten jagen – zo was de redenering.

Het uitblijven van kritisch proza kwam iedereen goed uit. Het Stedelijk had de tijd om geld op te halen – 18,4 miljoen voor de nieuwbouw – en zijn toekomstplannen beter uit te werken. Dat resulteerde onder meer in de zeer recente benoeming – per 15 april van dit jaar – van een zakelijk directeur, die zich onder meer moet bezighouden met de commerciële activiteiten van het Stedelijk.

Ook de gemeente Amsterdam was blij met het uitblijven van alarmerende berichten over dit ‘hoofdpijndossier’ (aldus de vorige wethouder van cultuur Hannah Belliot). Het Project Management Bureau van de gemeente zat bijvoorbeeld middenin een moeizame aanbestedingsprocedure voor de nieuwbouw van het Stedelijk, waarvoor uiteindelijk zich slechts één gegadigde meldde.

Met het op stapel staande negatieve advies van de Kunstraad en de gestaag vorderende bouw van het nieuwe Stedelijk Museum gaat het gevecht om de nieuwbouw van het Stedelijk een nieuwe ronde in. 33 jaar geleden werd er voor het eerst over de mogelijkheden van nieuwbouw gesproken.

Anno 2008 lijken er nieuwe beren op de weg. Zo zijn de veel hogere stroomkosten van het museum geen goede pr voor de milieuambities van de gemeente. Onder leiding van Groen Links-politica Marijke Vos predikt Amsterdam energiezuinigheid en steggelt het met ondernemers over het afsluiten van koelkasten in supermarkten en de winkeldeuren in de Kalverstraat.

Het zou een slecht signaal zijn, menen milieuambtenaren, als een van de meest prestigieuze nieuwe gebouwen van Amsterdam energie zou slurpen, die bovendien betaald zou worden uit extra subsidies.

Cultuurwethouder Gehrels zegt dat zoiets niet aan de hand is. Volgens haar is er alles aan gedaan om het nieuwe Stedelijk zo energiezuinig mogelijk te bouwen: ‘Bij de oudbouw is de gemeente met de isolatie zo ver mogelijk gegaan als monumentenzorg toestond. Voor de nieuwbouw gelden alle milieuregels naar de laatste inzichten.’

Het gedoe rond de isolatie van het pand is hoe dan ook een achterhoedegevecht, zegt een betrokkene. ‘Iedereen was blij dat er eindelijk een echt mooi gebouw was gekozen. Niemand heeft vervolgens nagedacht over problemen bij de bouw, laat staan over de milieuaspecten of de exploitatie van het pand.’

Daarover kunnen museum en de Amsterdamse politiek de komende maanden verder ruziën. In ieder geval tot de opening van het nieuwe Stedelijk in december 2009. Of langer, want sommige betrokken zeggen off the record serieus rekening te houden met een openingstentoonstelling ergens ver in 2010.

Meer over