Encyclopedie van Nederland, deel 49

Meer nog dan tulpen, klompen en nederwiet is de koe het symbool van Nederland. Dat de meeste koeien die je tegenwoordig in de wei ziet staan Amerikaanse koeien zijn, doet daar niks aan af; want uiteindelijk zijn die Amerikaanse koeien toch ook gewoon Nederlandse koeien. De Nederlandse melkkoe was al in de middeleeuwen vermaard, en ze werd alleen maar vermaarder. Plus: de Tweede Wereldoorlog. Geen typisch Nederlands fenomeen, klopt. Maar wel een ramp die ons tekende en veranderde. Wie we zijn en hoe we zo zijn geworden, deel 49.

Koe, de

Wie door Nederland rijdt, loopt of fietst ziet sinds een paar weken weer overal blije koeien in de weilanden. Koeien zonder horens maar met volle uiers, waaruit per dag wel 30 tot 40 liter melk kan komen. En altijd met hun kont naar de wind.

Soms is de koe roodbont, soms is het een roomwitte Charolais of een blonde Blonde d'Aquitaine. En een enkele keer, meestal in een natuurgebied, zie je een mooi woest exemplaar met lange haren én horens, dat wel wat weg heeft van het oerrund (Bos primigenius) dat duizenden jaren in de Europese bossen rondliep, en waarvan de laatste in 1627 in Polen overleed. Dat is een Schotse hooglander of een Heckrund, die niets anders hoeft te doen dan het grasmaaien. Maar meestal is de koe die je in Nederland ziet, zwartwit.

In zijn boek De koe, het verhaal van het Nederlandse melkvee 1900-2000 vertelt Bert Theunissen hoe zich dertig jaar geleden een stille revolutie voltrok op het Nederlandse platteland, toen de traditionele Fries-Hollandse melkkoe uit het landschap verdween en plaatsmaakte voor de Noord-Amerikaanse melkkoe, de Holstein. De Holstein is zwartbont, net als de Fries-Hollander, maar ze is spichtiger - 'scherper', zegt Theunissen - dan haar volle Fries-Hollandse zuster.

En eigenlijk is die Noord-Amerikaanse koe weer wél een Nederlandse koe, want ze is een afstammeling van de Nederlandse koeien die vanaf 1880 door Amerikaanse veehandelaren in Nederland zijn gekocht. Dat deden die veehandelaren omdat Nederlandse koeien beroemd waren om hun melk. Geen productievere koe dan de Nederlandse melkkoe. Dat is al heel lang zo; Nederlanders waren met de Denen de eersten die erin slaagden een koe te melken zonder dat haar kalfje in de buurt was.

Vanaf de Middeleeuwen werden de koeien uit Friesland en Noord-Holland beroemd vanwege hun rijke melkproductie. Waar een gemiddelde koe halverwege de zestiende eeuw 800 liter melk per jaar gaf, produceerde de Fries-Hollandse er met gemak 1.700. Omstreeks 1.800 was dat opgelopen naar ruim 3.000 liter melk, met dank aan de sappige weilanden en de fokkunst van de boeren. De Fries-Hollandse koe was behalve een melkkoe ook een vleeskoe. Toen de Amerikanen hem eenmaal hadden geïmporteerd, en hadden omgedoopt in Holstein-Friesian (later Holstein), maakten ze er een uitgesproken melkkoe van, niet te vet (een 'scherpe' koe dus), maar met enorme uiers. 'Melkkoe' is in de loop der jaren ook een soortnaam geworden voor alles waar geld aan te verdienen valt, wat je lekker 'uit kan melken': de auto is een melkkoe, tabak is een melkkoe, twitter is een melkkoe en zelfs de rioolheffing schijnt een melkkoe te zijn.

Er zijn nu ongeveer anderhalf miljoen melkkoeien in Nederland, en de meeste daarvan komen uit een rietje. Op 28 februari 1935 werd in Nederland de eerste koe drachtig gemaakt door kunstmatige inseminatie en daarna was het snel gebeurd met de eerlijke koeienwip. Nog maar een paar honderd koeien in Nederland worden gezellig gedekt door een stier als ze tochtig zijn; de rest wordt bevrucht via de rietjes van bijvoorbeeld Holland-Genetics in Deventer, de grootste runderfokkerij in Nederland.

Hoe die rietjes precies worden gevuld (en nog veel meer) staat uitgebreid en bijzonder leuk beschreven in Het koeienboek van Bibi Dumon Tak dat in 2001 bij uitgeverij Querido verscheen. Het is officieel een jeugdboek, maar Dumon Tak, die van jongsaf koeiengek is ('zoals andere meisjes paardengek', zei ze in een interview met NRC Handelsblad), heeft er een boek van gemaakt dat ook voor volwassenen heel leerzaam is.

Een ander prachtboek over de koe (titel: De Koe) is van Marleen Felius en Anno Fokkinga. Felius (Rotterdam, 1948) is niet alleen vermaard koeiendeskundige, maar ook beeldend kunstenaar. Vanaf 1968 begon ze zich toe te leggen op het schilderen van runderen, en inmiddels zijn haar schilderijen wereldberoemd.

Wereldoorlog, Tweede

Wanneer is een oorlog afgelopen? Officieel eindigde de Tweede Wereldoorlog voor Nederland op 4 mei 1945, toen op de Timeloberg in Wendisch Evern, bij de Lüneburger Heide, de Duitse admiraal Hans-Georg von Friedeburg de capitulatie van de Duitse troepen in Noordwest-Duitsland, Denemarken en Nederland tekende. De ondertekening, in aanwezigheid van de Britse veldmaarschalk Montgomery, vond plaats om half zeven 's avonds, maar de overgave ging formeel pas in om acht uur in de ochtend van 5 mei. Zodat we er met de viering van Bevrijdingsdag gelukkig niet helemaal naast zitten.

Wat niet klopt, is de situering van de Duitse overgave in Hotel de Wereld te Wageningen. De Canadese generaal Foulkes had in verband met zijn carrièreplanning en cv een mooie capitulatie nodig. Nadat Von Friedeburg zich op 4 mei had overgegeven, ontbood Foulkes op 5 mei generaal Blaskowitz naar Wageningen, om de capitulatie van de Duitse troepen in Nederland te bespreken. Dat gesprek, in aanwezigheid van Prins Bernhard, vond plaats in Hotel de Wereld. De technische uitwerking van de overgave, want dat was het, werd pas een dag later, op 6 mei, getekend in een boerderij even buiten Wageningen.

Weer een dag later was het groot feest op de Dam in Amsterdam, met muziek van draaiorgel 'Het Snotneusje'. Om drie uur 's middags werd plotseling, vanuit De Groote Club aan de Paleisstraat, het vuur geopend op de menigte. Het is nooit duidelijk geworden waarom Duitse officieren, met een laatste moorddadig salvo, dood en verderf zaaiden onder Nederlandse burgers. Er vielen twintig doden en meer dan honderd gewonden.

Maar ook met die laatste doden was de oorlog niet afgelopen. Misschien zijn oorlogen nooit helemaal voorbij, in elk geval niet zo lang er nog getuigen zijn, of kinderen van getuigen. Zo lang er nog verhalen worden verteld, over de oorlog, uit de eerste, de tweede of de derde hand.

De Tweede Wereldoorlog duurde in Nederland van vijf minuten voor vier in de ochtend van 10 mei 1940, toen Duitse troepen binnenvielen, tot 4 (of 5) mei 1945. Een relatief korte periode van nog geen vijf jaar, maar met een impact waar menig tijdspanne van een eeuw een puntje aan kan zuigen.

De Tweede Wereldoorlog is nog overal aanwezig. In mensen van boven de zeventig, in herinneringen en verdriet. Voor wie ze herkent, zijn overal in het landschap de tekenen van de oorlog nog te zien, in veel steden zijn 66 jaar na het einde de sporen van vernietiging nog gemakkelijk aanwijsbaar. Van Rotterdam, dat op 14 mei 1940 als oude Hollandse stad van de kaart werd geveegd, tot Arnhem, waar na de Slag om de Rijnbrug nog welgeteld 145 onbeschadigde huizen stonden.

Nederland telt zo'n 3.500 oorlogsmonumenten - officiële plekken van herinnering.

De Tweede Wereldoorlog torent in al zijn gruwelijkheid ver uit boven alles wat dit land ooit is overkomen. Even dachten we ons, net als 26 jaar eerder, weer in onze neutraliteit te kunnen verschuilen - maar die bleek ditmaal niet te bestaan. Toen de nachtmerrie voorbij was, waren er bijna tweehonderdduizend doden te betreuren, van wie ruim de helft Joodse Nederlanders. Van hen werd driekwart vermoord - een percentage dat in geen enkel ander land zo hoog was. Wie terugkijkt op Nederland in WO II, kan naast het verdriet de diepe schaamte niet ontgaan.

Lou de Jong begon in 1955 aan de 14 delen (in 29 banden) van zijn Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog. Een majestueuze poging vast te leggen wat ons was overkomen en misschien wel tot een afronding te komen. In 1991 was het werk voltooid. Rond dezelfde tijd werd geregeld de vraag gesteld of we bij het herdenken van de oorlog onze blik niet moesten verbreden, of we niet moesten stilstaan bij 'vrijheid' als een begrip dat meer om het lijf had dan de bevrijding van de Duitse bezetter.

Maar de Tweede Wereldoorlog liet zich nog lang niet in de hoek zetten. En nog is hij ruim aanwezig, in onze debatten, in de definities van onszelf, in onze angsten en onze pogingen de werkelijkheid van nu te duiden. Het is een ijkpunt voor goed en kwaad, een spiegel, een trauma en een kantelpunt. Niet alleen richtte de oorlog Nederland bijna fysiek te gronde, van de geest van het in wezen nog negentiende-eeuwse land van 1939 was ook weinig meer over, hoezeer er na 1945 ook pogingen tot restauratie werden ondernomen.

De laatste verzetshelden zijn hoogbejaard, de laatste van de 350 duizend onderduikers bejaard en de overlevenden van de concentratiekampen kunnen hun verhalen met steeds minder lotgenoten delen. Langzaam maar zeker zal de Tweede Wereldoorlog verdwijnen achter de horizon van ons geheugen, tot hij dode geschiedenis is geworden.

Misschien zal er nog eens iemand citeren uit het mooiste gedicht dat erover is geschreven, 'Vrede' van Leo Vroman: Liefde is een stinkend wonder/ van onthoofde wulpsigheden/ als ik voort moet leven zonder/ vrede, godverdomme, vrede; maar wie zal dat nog begrijpen?

Uw reacties en tips

Eén stad hebben Emma en Wilhelmina tijdens hun promotietoer niet kunnen inpakken (DN, 23-4). Op 2 juli 1894 had de stad Roermond, ondanks 's Rijks bevel tot overdracht, verhinderd dat de in die stad berustende archieven van het Gelderse Overkwartier naar het Maastrichtse Rijksarchief werden overgebracht. Wat overigens later tot bij de Hoge Raad als rechtmatig is erkend. Toch was de regering van oordeel, dat van 'de koninginnen' niet kon worden verlangd een bezoek te brengen aan een stad, die de staat een zodanig affront had aangedaan. Daarom stoomde in 1895 de koninklijke trein op weg van Venlo naar Maastricht geblindeerd door het Roermondse station, dat door de marechaussee zorgvuldig van publiek was gezuiverd. Zou dit verklaren, dat Roermond nog immer geldt als de minst Nederlandse stad van Nederland?

Jan Daniels, oud-burgemeester van Roermond

Willem II had inderdaad minder in te brengen sinds de grondwet van 1848, maar niet híj was Koning Gorilla, maar zijn zoon Willem III. Die werd in 1887 zo genoemd in een pamflet dat altijd is toegeschreven aan Domela Nieuwenhuis, Uit het leven van koning Gorilla. Dát was ook de bijnaam, dus niet: de Gorilla.

Jet Bruinsma, Amsterdam

Volgende week:

Deltawerken

mail:dernederlanden@volkskrant.nl

of kijk op vk.nl/dernederlanden

undefined

Meer over