En Wil, nog wat meegemaakt vandaag?

Wouter, de tandarts, is een 'toffe snuiter' die de taal van de buurt spreekt. Toon hield hem een keer staande op de stoep voor de slijperij en klaagde dat ie zo'n last had van zijn kiezen....

Het is een van de voorvallen die Wil Werkhoven (60), de messen slijper van de Czaar Peterstraat in Amsterdam, beschrijft in Blind an me ooge, waarvoor hij een uitgever zoekt. Die zal er nog wel werk aan hebben, want Werkhoven is een begenadigd verteller, maar geen schrijver.

Voor overbuurvrouw Ineke, een 'volborstige, rasechte Amsterdamse' met een wit poedeltje dat ze senuwelijer noemt, sjouwde Werkhoven stapels kartonnen dozen naar boven. Vol met eieren. Haar zoon werkt er veertig per dag naar binnen, want hij doet aan bodybuilding. Hij slurpt alleen het eiwit op, voegde ze er geruststellend aan toe.

De komst van de gemeentelijke afwerkplaats voor heroïnehoertjes aan de Oostelijke Handelskade, een paar honderd meter van de Czaar Peterstraat, luidde een opwindende episode in voor de buurt. Het eerste hoertje dat Werkhoven ontmoette, deed meteen een beroep op zijn vakmanschap. Of hij een ring van haar vinger wilde slijpen. Het sieraad sneed diep in haar vinger en was omkneld door een felrode rand van ontstoken vlees. Het bleek een koperen knelfitting te zijn, gekregen van een klant die ermee had betaald en had gezegd dat ie van goud was.

De heroïnehoertjes, die hun klanten vaker afwerkten in de Czaar Peterbuurt dan langs de Oostelijke Handelskade, verdeelden de buurt in twee kampen. De ene partij was de toeterende auto's en het geschreeuw snel spuugzat, de andere maakte het minder uit 'want die waren werkeloos en hoefden de volgende morgen niet vroeg hun bed uit'.

Sommigen pikten een graantje mee van de nieuwe handel. Jantje nam drie meisjes in huis, ze betaalden hem een tientje per dag. Wat z'n vrouw en zoontje ervan vonden? 'Ze moeten het maar nemen, want zij vreten er ook van.'

Dat deden ze totdat vaderlief aan de drugs raakte en ze het huis uit vluchtten, Jantje werd er niet veel later uitgezet vanwege een huurschuld. 'Hij verdween met zijn vriendin Daphne, die zelfs in Utrecht had gestudeerd, naar een braakliggend terrein aan de Hoogte Kadijk waar ze een zeildoek over een kuil trokken en nieuwe huisvesting hadden.'

Ook Dirk bood een meisje onderdak. Ze was al enige maanden bij hem in huis toen ze haar gebit in de auto van een klant had laten liggen. 'Wat denk je dat ze me vroeg? Of ze mijn gebit kon lenen, want ze werd doodmoe van het praten zonder gebit.' Dirk was de beroerdste niet. 'Toen ze het in haar mond had gewurmd, kon ze helemaal niet meer praten, het was veel te groot.'

Sinds de afwerkplaats is verhuisd naar de andere kant van de stad, zijn de hoertjes goeddeels verdwenen uit de Czaar Peterbuurt. Maar de reuring is gebleven, verzekert Werkhoven. 'Als ik 's avonds thuiskom en m'n vrouw vraagt: ''En Wil, nog wat meegemaakt vandaag?'' heb ik altijd een verhaal.'

Meer over