En toen schoot hij vol Peter Sellars brengt de jaren zestig naar het theaterfestival in Edingburgh

De Schotse hoofdstad Edingburgh is dezer dagen van een saaie provinciestad veranderd in één groot openluchttheater. Ruim 500 duizend bezoekers komen af op duizenden evenementen....

HEIN JANSSEN

Het meest dramatische moment in het Edinburgh International Festival was dat waarop de Amerikaanse regisseur Peter Sellars zijn tranen liet gaan. Tijdens een ontmoeting met een select gezelschap aan de vooravond van de Europese première van zijn nieuwe show I was looking at the ceiling and then I saw the sky werd het hem allemaal te machtig. Het kon hem ook niets meer schelen dat de waterlanders zijn op en top Engelse gehoor in grote verlegenheid brachten.

Sellars sprak die middag over zijn kunstenaarsschap en over zijn nieuwe stuk dat hij samen maakte met componist John Adams en dichteres June Jordan. De regisseur sprak vol vuur over de rol van de kunstenaar in deze verwarrende tijd, nu de eeuwwisseling nadert en vooral jongeren zich in zijn ogen verliezen in cynisme en nihilisme. Hij zei met gevoelens van grote tederheid terug te kijken op de jaren zestig, toen de wereld zo positief-actief was en vooral zo vredig. Hij zei zelfs dat de protestsongs en de songs of love & peace uit die jaren, misschien wel de beste waren die de popmuziek heeft voortgebracht.

I was looking at the ceiling and then I saw the sky is een pop-opera die bestaat uit 24 songs, waarin zeven jongeren in Los Angeles hun dagelijkse sores bezingen. 'A story in songs', noemt Sellars deze opera, die evenals Nixon in China en The death of Klinghoffer tot stand kwam in samenwerking met de Amerikaanse componist John Adams. Deze componeerde voor het eerst popsongs voor een rockband. Sellars en Adams overtuigden de zwarte en radicaal-feministische schrijfster June Jordan van het bijzondere karakter van hun project, dat zou gaan over de jeugd van nu en wellicht over hun nieuwe idealen.

'Hou op met het gekanker en kijk naar de hemel, wie weet zien we daar straks met z'n allen de sterren' Daar komt het artistieke credo van dit drietal in het kort op neer. 'I was looking. . .' is gesitueerd tegen de achtergrond van de aardbeving die Los Angeles begin 1994 trof. Over deze produktie was bij de Amerikaanse première eerder dit jaar, veel te doen geweest. Niet zo zeer de inhoud was omstreden, als wel de vorm. Moest dit werkstuk nu bestempeld worden als opera of als musical? Sellars zelf houdt het op een docu-opera, volgens hem dè theatervorm van de toekomst.

Hoewel de kritieken in Amerika uiteen liepen van vernietigend tot gematigd positief, werd Sellars ingetogen regie alom bewonderd. Vanwaar dan die tranen? Sellars boekte toch grote successen? Vorig jaar nog regisseerde hij de veelgeprezen Merchant of Venice en The Persians. De regisseur zegt dat hij zich steeds meer begint af te vragen waartoe die bejubelde stukken allemaal dienen. De afgelopen maanden heeft hij zich mateloos opgewonden over de situatie in Amerika en met name in Californië, waar onlangs wetten zijn aangenomen die hem doen vrezen dat zijn land afglijdt naar een intolerante, ondemocratische en repressieve samenleving.

'Nog even en we zijn niet ver meer af van wat Hitler in 1933 in Duitsland deed', zegt Sellars zonder enige gevoel voor relativering. 'Als je in Californië voor de derde keer wordt gearresteerd, ga je levenslang de gevangenis in, al heb je maar twee flesjes bier gestolen. Dit land betaalt kennelijk liever 40 duizend dollar per jaar om iemand gevangen te houden, dan vierduizend om hem een goede opleiding te geven. Er wordt in Californië op dit moment meer geld aan gevangenissen uitgegeven, dan aan onderwijs.

'Verder komen er steeds meer wetten die het leven van immigraten zuur maken. Kinderen van illegalen hebben geen recht meer op onderwijs of op medische hulp. Het is schandalig wat er gebeurt en in de media wordt er nauwelijks aandacht aan besteed. En waarom niet? Omdat de media steeds meer in handen komen van grote bedrijven, die er absoluut geen belang bij hebben dit soort zaken onder de aandacht te brengen. Als je in Californië zegt dat er meer aidsklinieken voor de sociaal-zwakkeren moeten komen, word je uitgelachen. Ook in kunstenaarskringen.'

De tranen kwamen, toen iemand uit het publiek opmerkte dat Sellars vanwege al dit engagement waarschijnlijk nooit meer een leuke Shakespeare of een vrolijke Mozart zou regisseren. Sellars schrok, reageerde fel. Of we wel wisten dat The Mechant of Venice een vlijmscherpe analyse is, die vertelt hoe economische motieven tot racisme kunnen leiden. En dat met name Mozart's laatste opera's bol staan van kritiek op machthebbers en zedenmeesters. Hij sprong op een stoel en riep Mandela uit tot dè held van dit fin-de-siècle. 'Dames en heren, Mandela werkt nu samen met mensen die hem 38 jaar gevangen hielden en liever hadden vermoord. Die houding geeft hoop, en ik wil dat de nieuwe generatie dat soort bruggen slaat. Laten we het zelf doen, met onze taal, met onze poezië, anders zijn we overgeleverd aan de politici en aan de media. Laten we elkaar de hand reiken. . .' En toen schoot-ie vol.

Zoals bij alle kleine en grote gebeurtenissen in het Edingburgh Festival galmde Sellars noodkreet nog lang na. Het ging als een lopend vuurtje door de stad en Sellars kreeg veel schouderklopjes. Ook de Engelse en Schotse kranten vinden dat Sellars moed heeft getoond en hij wordt alom beschouwd als dé regisseur die ons verantwoord de 21ste eeuw in zal voeren.

Het is moeilijk het artistieke belang van 'I was looking at the ceiling. . .' los te zien van de beweegredenen van de makers. Toch, het is een uiterst sober, prachtig en soms aangrijpend zangspel. Een muzikaal passiespel, gezongen door zeven acteurs/zangers, die uit alle etnische lagen van de bevolking komen. Op toneel staan een Vietnamese advocaat, een Portoricaanse vluchtelinge, een zwarte bajesklant, een all-American politieman, een volbloed Spaanse, een geblondeerde tv-verslaggeefster, enzovoort. In solonummers, duetten en af en toe in ensemble zingen ze over verloren idealen, verloren kansen en verloren liefdes.

De teksten van Jordan liggen soms gevaarlijk dicht tegen cliché's aan. Maar op de juiste momenten is er de tegendraadse muziek en de haast verstilde regie van Sellars, die het sentiment in het goede spoor houden. Slechts af en toe glijdt 'I was looking. . .' echt uit. Met name in de dramatische scènes waaruit blijkt dat de agent eigenlijk homoseksueel is en de maatschappelijk werkster voor abortus pleit, terwijl ze zelf zo graag kinderen wil. Dan wordt de show iets teveel Medisch Centrum West.

De aardbeving in Los Angeles zorgt in de tweede helft voor een katharsis, een loutering: de gevangenissen gaan open, de verschoppelingen hervinden hun vrijheid, agenten willen geen macho's meer zijn, liefdes worden uitgesproken en de mooie Spaanse sterft, net zo aangrijpend als in West Side Story.

In het ensemble zitten een paar fantastische stemmen. De decorstukken zijn geschilderd door graffiti-kunstenaars met teksten als 'What the fuck is go'n on?' De rockband komt uit Finland en staat onder leiding van het aanstormend talent Grant Gershon. Kijken naar die Finnen, die Adam's spetterende koperwerk, de dramatische aardbevingsklanken en de bitterzoete balladen zo energiek uit de orkestbak zwiepen, is op zich al een feest.

De voorstelling, een van de hoogtepunten van dit Edinburgh Festival, werd met gejuich ontvangen. Dat is op zich niets bijzonders, want Edinburgh juicht graag en veel over alles wat uit Amerika komt. Sellars was na afloop in elk geval ontroerd en zeer bereid nog wat na te praten over zijn nieuwe werk, zijn nieuwe roeping.

In Shakespeare's Return, een pub waar de obers T-shirts dragen met de tekst 'To Beer or Not To Beer', zit Sellars met zijn korte lichaam en koddig stekelhaar driftig voor zich uit te praten. 'Weet je, ik zou willen dat deze show de komende jaren op alle middelbare scholen in Amerika wordt opgevoerd, in plaats van al die flauwekul-komedies die nu gespeeld worden. 'I was looking. . .' gaat over arme mensen, over de manipulatie van de media, over economische uitbuiting, maar biedt ook hoop. Door deze produktie ben ik weer helemaal terug in mijn jeugd, in de tijd dat ik als jongetje van tien bij het poppentheater in onze straat mocht helpen.

'De vloeren schoonmaken, dat was mijn taak. Na twee jaar mocht ik de gordijnen open- en dichttrekken en toen ben ik zelf poppenspeler geworden, zodat ik alle touwtjes in handen had. Ik ben de straat opgegaan, aandacht trekken, het publiek eigenhandig naar binnen halen. Ik heb het vak op straat geleerd. Pas op mijn 25ste ben ik de eerste stukken gaan lezen, Beckett en Arthur Miller. Ik heb het publiek altijd bij alles willen betrekken, nog steeds haal ik mensen van de straat om naar repetities te komen kijken. En op hun advies verander ik de show, telkens weer.'

Sellars vertelt dat hij eigenlijk genoeg heeft van de grote megaprodukties en de regies van beroemde klassieken. Hij heeft behoefte aan een periode van vasten, aan ruimte. 'I need some air' Van artistieke moeheid of een midlife-crisis is geen sprake, zegt hij. Sellars blijft in het theater. 'Het theater is voor mij ook een manier om niet alleen te hoeven zijn, een plek waar ik me kan wapenen tegen de tergende eenzaamheid.'

'I was looking. . .' staat deze hele week geprogrammeerd in een van de grote theaters in Edinburgh. Dat is lang voor een festival dat zo volgeladen is, dat de meeste groepen komen, drie dagen spelen en weer gaan. Het zomerfestival in Edingburgh behoort tot de grootste in Europa, is met zijn budget van zo'n 12 miljoen gulden zelfs twee keer zo groot als het festival van Avignon. De programmering is divers: van de grote Engelse orkesten met dirigenten als John Eliot Gardiner, Sir Charles Mackerras en Claudio Abbado tot soloconcerten van Yo Yo Ma en Andras Schiff. Er zijn uitvoeringen van de Kirov Opera en The Scottish Opera, maar het accent in Edinburgh ligt op dans en vooral op theater. Bill T Jones, Pina Bausch, het Miami City Ballet en de Mark Morris Dance Group zijn de grote namen in het dansprogramma. En in de sector theater valt de komst van twee grote Duitse gezelschappen op: het Berliner Ensemble van Peter Zadek en de Schaubûhne am Lehniner Platz van Luc Bondy. Groepen die zo duur zijn, dat alleen de rijkste festivals ze kunnen betalen.

Met name wordt uitgekeken naar de komst van de grote Burgtheater-acteur Gert Voss, die in regie van Bondy aan het eind van het festival te zien is in The Illusionist van Sacha Guitry. Daarnaast zijn er produkties van Patrice Chéreau en Philip Prowse, een van Engelands meest gevraagde regisseurs.

De Schotse hoofdstad verandert gedurende deze drie weken van een rustige, saaie provinciestad in één groot openluchttheater. De 500 duizend inwoners krijgen in deze tijd bezoek van evenzoveel gasten. Naast het prestigieuze internationale festival, wordt op dit moment ook een boek- en filmfestival gehouden. Maar de stad bruist vooral door het Fringe Festival, zonder enige concurrentie het allergrootste randgebeuren ter wereld. De cijfers: dit jaar geven 8500 artiesten in totaal 13.378 voorstellingen van 1237 shows op 174 verschillende lokaties.

Op alle denkbare (theaters, café's, binnenplaatsen) en ondenkbare (bushokjes, urinoirs) plekken van de stad worden voorstelingen gegeven door Amerikaanse stand-up comedians, Japanse kabukidansers, Franse Beckett-vertolksters, Engelse trapezewerksters en Schotse avantgarde-groepjes. Ze spelen Hamlet II, waarin de prins terugkeert naar Legoland en Lady Macbeth Revisited, waarin de Lady zichzelf vingert op de klanken van Madonna's Vogue.

Fringe zet de stad op zijn kop. The Royal Mile, de mooiste straat van het Verenigd Koninkrijk die heuvelafwaarts loopt van Edinburgh Castle naar de zee, is één groot pretpark van aandachttrekkende acteurs, BBC-cameraploegen, dagjesmensen en talentenjagers.

Dit randfestijn heeft dit jaar aan prestige gewonnen, doordat daar steeds meer toneelschrijvers hun nieuwe stuk in première willen laten gaan, juist dáár en niet in het chique en peperdure International Festival. Zo gaat komend weekend in een klein theater Reader in première, het nieuwste stuk van Ariel Dorfman, vooral bekend van De Dood en het Meisje dat in Nederland gespeeld werd door het RO Theater en vorig jaar is verfilmd door Roman Polanski.

De leukste voorstellingen zie je 's avonds in de Usherhall, waar de grote orkesten en opera's staan en waar de aankomst van het publiek een evenement op zich is. Stevige Engelse dames in mantelpakken, naast manlief die zich voor de gelegenheid heeft gekleed in een kittige kilt. De jeugd houdt zich op in het park en bij MacDonald's, die zijn openingstijden aan het festival heeft aangepast en nu pas om één uur 's nachts sluit. Die Schotse jeugd trekt zich overigens weinig aan van Peter Sellars en Gert Voss. Zij kiest massaal voor Thake That, de hier zo populaire jongensgroep.

Jonge toeristen die geen goedkope kamer meer kunnen vinden (alles zit hier tjokvol), rollen hun slaapzak uit op het kerkhof van St. Johns Church, waar overdag een kunstmarkt is met droogbloemstukken en ansichtkaarten met echte pauweveren.

Artistiek gezien is er deze eerste week van het International Festival grote opwinding over de Mark Morris Dance Group uit de USA. Morris is een wat fatsige, bleke en ongemeen ijdele dansmeneer, die ooit in de Muntschouwburg in Brussel de artistieke leiding van Maurice Béjart wilde overnemen, maar daar gelukkig net op tijd is verjaagd. Wat zijn groep onder de noemer van Hedendaagse Dans laat zien is een gladde, oppervlakkige en flauwe parodie op de klassieke dans. De dansers van Morris zijn technisch perfect, zelfs op het geniale af. Maar leuk doen op Mozart en Händel, en het belachelijk maken van de square- en volksdans, daar kun je toch echt niet meer mee aankomen. Niet in Nederland althans. In Edingburgh is Morris de lieveling van zowel pers als publiek en kaartjes voor zijn voorstellingen worden op straat voor grof geld verkocht.

Indrukwekkender was Lanark, een nieuw toneelstuk van Alastair Cording. Het stuk is gebaseerd op de gelijknamige roman van de Schotse schrijver Alasdair Gray. Lanark is een magnifiek epos, waarin twee jongens de wereld naar hun hand proberen te zetten. Aan de ene kant zien we Duncan Thaw, een wat naïeve jongen die opgroeit in het Glasgow van de jaren vijftig en alles wil doen om kunstschilder te worden. Tegenover hem staat Lanark, die Gray neerzet in een futuristische wereld, de staat Unthank, waar ijzeren wetten heersen. Lanark wil maar één ding: de zon zien.

Het lijvige en diepgelaagde boek van Gray is door regisseur Tony Graham op wonderbaarlijke wijze naar het theater vertaald. Niet meer dan negen acteurs en drie zangers spelen meer dan veertig rollen en toch is alles ongekend helder. Lanark is een meeslepende toneelavond, waarin een schitterend verhaal over jongensdromen en de daarop volgende desillusies wordt verteld in een speelstijl die de spreekwoordelijke Engelse speltechniek koppelt aan een ongelofelijke oprechtheid. Hier staan acteurs op toneel die geloven in wat ze doen, hier worden geen kunstjes of trucjes vertoond.

Lanark heeft iets van de melancholie van Kees de jongen en de magie van The Singing Detective, maar is misschien nog wel orgineler dan die twee grote voorbeelden. Als Lanark uiteindelijk de zon ziet waarnaar hij zo heeft verlangd, juich je stilletjes met hem mee, ook al weet je dat het zijn dood betekent.

Na zo'n voorstelling loop je toch wat lichter door de straten van Edinburgh, waar alles aan het theater refereert. In het park staan houten bankjes die volgens het koperen plaatje zijn geschonken door Charles Taylor Tripp, die van 1950 tot '78 directeur was van het Lyceum Theatre. 'Life's but a walking shadow', staat er als inscriptie onder, een citaat uit Shakespeare's Macbeth. De schaduw loopt voorlopig de goede kant op, want voor vanavond staat Ken & Barb - a day in the life of a supermodel op het programma, bloedstollend theater over de aan- en uitkleedpopjes Barbie en Ken. En daarna een stuk over het sexleven van John Lennon.

The Edinburgh International Festival tot en met 2 september, informatie 0131-226 4001. Informatie Fringe Festival: 0131-226 5257.

Meer over