En 's lands beroemdste Oranje-café stroomde leeg

Het beroemdste Oranje-café van het land is het Wapen van Huizen te Huizen. Voor drie gulden kun je er je gezicht oranje laten maken door twee mooie jonge meisjes....

De eigenaar is Izaak Kos. Hij heeft meer dan vijftigduizend gulden geïnvesteerd dit jaar. Hij kocht een aggregaat om duizend lampjes te laten branden. Hij kocht hout om de Big Ben na te bouwen op het caféterras. Hij kocht nog meer hout om de gevel het aanzien te geven van een Engelse dubbeldekker. Hij kocht een Engelse taxi en verfde die oranje. De motor van de taxi ging kapot en hij kocht een nieuwe motor. Hij kocht oranje plastic om het dak oranje te maken. Hij liet chemische toiletten neerzetten op straat. Hij liet twee rijdende bars komen. Hij kocht een Zeppelin om boven het café in de lucht te laten zweven.

Toen alles klaar was kwam de voetballer Danny Blind naar Huizen om het beroemdste Oranje-café van het land te openen. Een jonge Huizenaar zegt: 'Ik stond een kwartier lang naast Danny Blind. Dat was geweldig. Ronald de Boer komt hier ook veel. En Peter van Vossen en Rijkaard hebben hier gewoond.'

In en rond het café zijn drie televisies en twee schermen. Er kijken vele honderden mensen naar de wedstrijd Nederland- Frankrijk, voornamelijk Huizenaren maar ook mensen van heinde en verre, zoals Utrecht en Japan. Twee politieagenten houden een oogje in het zeil.

Huizen is een stad, gesteld op haar rust. Op zondagen moet het er doodstil zijn. Het café staat in een deel van de stad waar Huizenaren wonen die meer dan de andere Huizenaren gesteld zijn op hun rust. 'Hun huizen zijn minder waard geworden sinds de komst van het café', zegt de ene agent. En de andere agent zegt: 'Er gaat nooit iets mis, maar soms gaat er wel iets mis. Een keer zijn na een wedstrijd planten en bomen uit de tuinen der omwonenden gerukt en zijn er spiegels van hun auto's afgebroken. Sindsdien zijn wij gekomen, en er zijn chemische toiletten gekomen zodat de feestvierenden niet in de tuinen der omwonenden plassen.'

Huizen is een stad die groeit. Er zijn vele nieuwe woningen gebouwd en de stad is vol nieuwe, jonge bewoners gestroomd die niet doodstil zijn op zondagen. Er zijn geen cafés, geen discotheken en geen bioscopen voor hen gebouwd en het lijkt er ook niet op dat die snel zullen komen. Een jonge Huizenaar zegt: 'Er wonen hier machtige zakenlui zoals Verwelius, de sponsor van Ajax. Die houden van hun dorp en van de rust.' De Huizenaar Stefan Mooibroek (19) zegt: 'Wij weten niet waar wij naar toe moeten. Er is geen enkel café hier voor ons, behalve dit Oranje-café. Wij zijn hier dag en nacht. Als Nederland wint, dan gaan wij van vreugde auto's staande houden op straat en tegen de zijkanten van die auto's duwen. Ook gaan wij bussen staande houden en er op klimmen.'

Izaak Kos en zijn vrouw zeggen: 'Wij zijn altijd aan het organiseren, altijd. Wij zorgen dat de jeugd hier onder de pannen is. De finale in Wembley is op een zondag. Als het Nederlands elftal de finale haalt, dan gaan wij naar een groot recreatiegebied buiten de stad in verband met de rust op zondag. Daar plaatsen wij een scherm van zeven bij acht meter en wij laten artiesten komen. Dat allemaal kost vijfendertigduizend gulden. Er moeten dan vijfduizend mensen komen om quitte te draaien. Als Nederland wint, dan weet je niet wat je meemaakt. Dan ziet het zwart van de mensen.'

Maar Nederland verliest en het café stroomt langzaam leeg.

Peter Bekkers

Dit is de laatste aflevering in een serie over Oranje-cafés.

Meer over