En op het eindfeest hoort hij/zij er dan bij

In highschoolfilms is school slechts een sociale arena. Aan de hand van '21 Jump Street', vanaf vandaag in de bioscoop, de belangrijkste wetten van het genre. Muurbloempjes fleuren op na make-overs en alle volwassenen zijn volslagen nitwits.

Of de makers er nu met een dikke knipoog aan refereren of er keurig aan voldoen: 21 Jump Street, waarin twee agenten (Schmidt en Jenko) undercover gaan op een middelbare school, is een liefdevolle ode aan de wetten van het highschool-filmgenre. En die zijn niet voor niets al decennia lang hetzelfde. De vijf belangrijkste op een rij.

1 Seks is belangrijker dan natuurkunde.

'Mag het wat zachter? Ik probeer hier te leren.' In 21 Jump Street barst undercoveragent Jenko verbaasd in lachen uit als een van de populaire jongeren op het schoolplein dat zegt - om blanco aangestaard te worden door de rest van het groepje.

Toch: de opmerking is ook vervreemdend. Huiswerk schittert normaal gesproken in afwezigheid in de highschool-film.

School dient slechts als sociale arena: de doorsneeles begint er met het zuchtend openslaan van boeken en eindigt met de bel die dwars door het slotbetoog van de docent gaat. Daarbij geldt de cinematografische wet die ook voor traplopen opgaat: alles ertussenin is onbelangrijk, tenzij de personages naar elkaar lonken tijdens de les.

Natuurlijk zijn het ook hormonenbommetjes, die jongens en meisjes, die compleet andere prioriteiten hebben. Maar vooral zijn het keurige middenklassekinderen, die straks naar de universiteit van hun ouders gaan en voor wie de carrière al is uitgestippeld.

In tegenstelling tot hun Afro-Amerikaanse leeftijdsgenoten uit films à la Dangerous Minds (1995) hoeven ze niet goed op te letten om uit een miserabel bestaan te kunnen ontsnappen, zo concludeert socioloog Robert C. Bulman in zijn boek Hollywood Goes to High School (2005). Dat leren voor hen ondergeschikt is, is een teken van luxe.

2 Onder elke bril en beugel zit een schoonheid met een gouden hart verborgen.

Tijdens zijn eigen middelbareschooltijd zag Schmidt eruit als rapper Eminem, maar dan dik met een beugeltje. 'Not-so-slim-shady' was zijn bijnaam. Als hij undercover gaat, is de plaatjesbeugel weg en blijkt hij opeens populair - door het verstrijken van de tijd zijn de dingen waarover hij vroeger werd gepest (tolerantie, een voorliefde voor strips) opeens geaccepteerd.

Het is een omdraaiing die de meeste personages in highschool-films actief moeten afdwingen. Een make-over is daartoe het middel bij uitstek. De muurbloempjes van de cinema volgen en masse het voorbeeld van Olivia Newton John in Grease (1978) en werpen hun gebreide truien en dikke brillen af om de wereld met ongekende zelfverzekerdheid tegemoet te treden.

Dat klinkt overigens feministischer dan het is: meestal kan de knappe jongen die volgens het standaardplot allang stiekem voor haar mooie innerlijk gevallen is, pas met goed fatsoen voor haar kiezen als ze eruit ziet als een lekker wijf. Maar dat je het lot in eigen handen kunt nemen, is natuurlijk een geruststellende boodschap voor tieners die in een periode verkeren waarin alle zekerheden wankelen. En misschien is dat wel de reden waarom al die highschoolfilms al decennia aan dezelfde regels voldoen. Een voorspelbare structuur, helderheid: een highschoolfilm biedt alles waaraan een puber behoefte heeft.

3 Wie wil weten hoe de verhoudingen liggen, bestudeert het schoolplein of de kantine.

De goths herkennen ze nog wel. De nerds ook. Maar dan staan er nog wat losse groepjes verspreid over het schoolplein, die Schmidt en Jenko helemaal niet kunnen thuisbrengen. 'Wat de fuck zijn dat voor dingen?'

Schrijver-regisseur John Hughes, een van de belangrijkste wetgevers van het genre, formuleerde in The Breakfast Club (1985) voor het eerst letterlijk de belangrijkste bloedgroepen van de middelbare school: de populaire atleten en diva's, de nerds, de buitenbeentjes en de criminelen. 21 Jump Street maakt duidelijk dat die indeling, die zo hardnekkig blijft opduiken in films, op echte schoolpleinen allang gedateerd is.

Maar tegelijkertijd laat de film zien hoe weinig er echt veranderd is: hoe die groepjes met hun eigen kledingcodes en taalgebruik ook mogen heten, ze mengen niet.

De opdracht die de twee agenten krijgen - als nieuweling infiltreren in zo'n groepje - is zo'n beetje de plot waar elke middelbareschoolfilm om draait. Daar verliest de hoofdpersoon zich dan zo in, dat de eigen persoonlijkheid in het gedrang komt. Of hij/zij komt erachter dat eigenlijk iedereen hetzelfde is (The Breakfast Club). Hoe dan ook: de sociale barrières moeten omvergeworpen worden. Volgens sociologen sluit dat prachtig aan bij de stiekeme dromen van veel Amerikanen: 'impliciet verlangt de middenklasse ernaar te ontsnappen aan de wereld van competitie en status, van jaloezie, kilheid, buiten sluiten en conformiteit', aldus Bulman.

4 Een huisfeestje loopt altijd uit de hand.

Natuurlijk organiseren de twee nieuwkomers Schmidt en Jenko een huisfeestje. Er is geen snellere manier om populair te worden - dat weet iedereen die wel eens een highschoolfilm heeft gezien.

Maar dan weet je ook dit: dat soort feestjes verzanden altijd in chaos. Er zijn enorme hoeveelheden alcohol - al dan niet gekocht met een vals identiteitsbewijs - en drugs. Er breekt minstens een vechtpartij uit, vaak tegen een populaire jongen van een naburige school.

Het huis wordt een slagveld, waarbij in elk geval dat dure of dierbare object dat absoluut niet stuk mocht, zal sneuvelen. En waarschijnlijk wordt er iemand ontmaagd in de slaapkamer van de ouders - die overigens altijd te vroeg terugkomen van het weekendje weg.

Waarom zij überhaupt hun tienerzoon of -dochter een weekend alleen laten? Omdat volwassenen complete nitwits zijn in deze films. Doordat ouders en leraren als sukkels worden afgeschilderd en hun levens als afschrikwekkend toekomstbeeld, is het noodzakelijk dat pubers zich tegen hen afzetten en kan hun voorzichtige anarchisme - zoals dat in Ferris Bueller's Day Off (1986) - beloond worden.

5 Alle wegen leiden naar 'prom' (en dat is toevallig altijd over een week of twee).

Zonder veel te verklappen: natuurlijk eindigt 21 Jump Street tijdens het grote eindfeest. Niet de diplomauitreiking - leren deed er immers niet toe - maar hét sociale evenement van het jaar is het moment dat alle lijntjes bij elkaar komen: het is het moment dat de nerd ontmaagd wordt, de bril en beugel vaarwel wordt gezwaaid, de grenzen tussen de kliekjes wegvallen en de slechteriken hun lesje leren.

Maar vooral: dit is het moment dat de hoofdpersoon, die zichzelf zo goed heeft leren kennen, zich als individu presenteert aan de massa.

En dat is het bizarre doel waar alle anarchie, individualisme, en zelfacceptatie uiteindelijk toe moet leiden, zo concludeert socioloog Bulman: sociale acceptatie. Erbij horen door jezelf te onderscheiden: het is een paradox die alleen Hollywood kan oplossen.

-------------------------

Highschoolklassiekers

Rebel Without a Cause (Nicolas Ray, 1955)

Grease (Randal Kleiser, 1978) A

Fast Times at Ridgemont High (Amy Heckerling, 1982)

16 Candles (John Hughes, 1984)

The Breakfast Club (John Hughes, 1985) B

Pretty in Pink (Howard Deutch, 1986)

Ferris Bueller's Day Off (John Hughes, 1986) C

Dazed and Confused (Richard Linklater, 1993)

Clueless (Amy Heckerling, 1995)D

Never Been Kissed (Raja Gosnell, 1999)

American Pie (Paul Weitz, 1999)

Mean Girls (Mark Waters, 2004) E

Superbad (Greg Mottola, 2007)

undefined

Meer over