... en de regering doet er niks aan

Gebeurt er iets onvoorziens, dan moet iemand de schuld krijgen. Plotselinge gladheid, pedofielen, lawines, veteranenziekte.....

SPELLETJE: Uit de krantenoogst van maanden plukte ik een aantal uitspraken die verwijzen naar verschillende gebeurtenissen die stuk voor stuk de voorpagina's hebben beheerst. Hoe uiteenlopend de aanleiding en de omstandigheden ook waren, toch gaat er een constante schuil in deze zinnen. Een gemeenschappelijk virus, zogezegd.

Wat hebben mist, gladheid, pedofilie, lawinegevaar en de legionellabacterie met elkaar van doen, en hoe zou uw vakkundig oordeel luiden wanneer u de dienstdoende psychiater was en het ziektebeeld moest bepalen?

Daar gaat ie:

'Gladheid heeft dit weekeinde vier verkeersdeelnemers het leven gekost. Bij de meeste slippartijen bleef het beperkt tot blikschade. De botsingen in de nachtelijke en vroege ochtenduren waren voor het overgrote deel toe te schrijven aan de gladheid.' (de Volkskrant, 7 december 1998, toen Nederland werd opgeschrikt door sneeuwval.)

'Het feit dat er Nederlandse slachtoffers zijn, brengt de ramp wel dichterbij, maar de meeste mensen gaan gewoon. Ze hebben hun vakantie al lang van te voren geboekt en willen per se weg. Wel komt er steeds meer kritiek los op de autoriteiten in Tirol.' (Medewerker reisbureau in de Volkskrant, 27 februari 1999, na de lawineramp in Galtür).

'Sinds het overlijden van zijn vrouw, zoekt H. Lubberts naar een antwoord op die ene vraag. Bestaat er wet- of regelgeving ter voorkoming van legionellabesmetting?' (de Volkskrant, 15 maart jongstleden).

'Voor Tiny Geelen uit Almere kunnen maatregelen tegen pedofielen niet ver genoeg gaan. Haar twee kinderen werden misbruikt door een zwakbegaafde jongen. Geelen wil strengere straffen, betere registratie en een wet die bepaalt dat ontuchtplegers niet meer terugmogen naar de wijk waar ze hun delict hebben gepleegd.' (de Volkskrant, 19 maart 1999.)

Vier gevallen, met een oplopende moeilijkheidsgraad. Laat ik met de eerste beginnen.

Het was die avond gaan sneeuwen, zo net na sinterklaas, en op de ochtend van de 7de december ontwaakte Nederland in een onschuldig, lelieblank landschap, dat desalniettemin heel wat doden op zijn geweten zou krijgen.

Gladheid en mist, zomaar, midden in de winter. Er was een tijd dat mensen zoiets van te voren zagen aankomen, zeg vanaf oktober, november, maar maar nu reageerde Nederland verrast. Dat hadden ze ons ook wel eens eerder mogen vertellen. In werkelijkheid deed Erwin Krol zijn best, rukten de strooiwagens uit, bevroor de weg 's nachts opnieuw, en hield de sneeuw zich ook niet aan eerder gemaakte afspraken.

Gevolg: zelfs wie elke weersvoorspelling had gemist, kon die ochtend met eigen ogen zien wat eraan scheelde: een witte, smurrie-achtige substantie op de weg, temperaturen rond het vriespunt, een grijze theedoek van mist die over Nederland was neergedaald. In hoeverre kun je dan nog stellen dat 'gladheid vier verkeersdeelnemers het leven heeft gekost'? Wie is hier verantwoordelijk, de weg of de rijder? Gleed het asfalt te hard onder je door, of drukte iemand het gaspedaal te enthousiast in?

Twee maanden later las ik over een 22-jarige man in Zoetermeer, die ook al weer aan 'mist en gladheid' was overleden. Ik citeer: 'De man zou bij het met hoge snelheid passeren van vier auto's in een bocht de macht over het stuur hebben verloren.' Het is misschien begrijpelijk dat direct betrokken of nabestaanden het eigen aandeel in een ongeluk proberen te verdoezelen, maar pijnlijker wordt het wanneer de krant die drogreden overneemt als officiële doodsoorzaak.

Het tweede voorbeeld, uit Oostenrijk, staat nog vers in het geheugen, zo vers als sneeuw maar kan zijn. Er voltrok zich daar een kleine catastrofe in de Alpen, en de effecten werden des te sterker gevoeld doordat de slachtoffers niet willens en wetens hadden ingetekend voor een gevaarlijk missie van Artsen zonder Grenzen, maar voor hun rust en ontspanning een weekje gingen skiën. Tirol: op de een of andere manier lijkt het alsof Anton Pieck zelf voor het design heeft getekend, en het laatste wat je dan verwacht, is gevaar.

Sterker nog: een jaar geleden werd de wintersporter maar door één vraag gekweld. Ligt er wel genoeg? Reisbureaus gaven sneeuwzekerheids-garanties af, en zo werd het pakket mensenrechten voor West-Europeanen ongemerkt uitgebreid. Goed, de gebeden werden dit jaar verhoord, in overweldigende hoeveelheden. Hele dorpen raakten bedolven, en de natuur bleek niet meer iets om 'van te genieten', als een orang-oetang achter tralies, maar een heus beest dat los kon breken.

Mij treft vooral de koppigheid van de reislustigen, die avondenlang de Journaalbeelden hebben kunnen zien van hun ontredderde landgenoten, en toch, als verwende kinderen, op hun strepen en hun skies stonden. Ze hadden het gepland, dus ze moesten en zouden weg. Eén categorie lijkt hier met succes geëlimineerd: die van de onvoorziene omstandigheden. Daar doen wij kennelijk niet meer aan, daar trappen we niet in.

In een land met de grootste pensioenverzekeraars en de meest uitgebreide ongevallenpolissen is het geloof in de voorzienigheid Gods ingeruild voor een veel primitiever besef: dat we onze premies hebben betaald, en dus rechtens gevrijwaard worden van ongeluk.

Daar komt nog de volgende infantiele reactie bij: gebeurt er iets onvoorziens, dan moet iemand de schuld krijgen. Samenloop van omstandigheden, tragische ontknoping, domweg pech - het wordt niet meer geaccepteerd. Al die popelende vakantiegangers, die zorgvuldig hun eigen verantwoordelijkheid uit de weg gaan, weten instinctief bij welk loket ze moeten zijn om hun recht te eisen. 'De autoriteiten in Tirol.' Ik geloof dat het begrip Pavlov-reactie hier de lading nauwelijks nog dekt.

Op de uitbraak van de veteranenziekte kan niemand terugkijken, want er komen nog steeds gevallen bij, en de verbijstering is begrijpelijk. De pokken onder de knie gekregen, tbc behandelbaar en zelfs aids-medicatie ontwikkeld. Dit is niet het land van de tropische vogelspin, de dodelijke slangenbeet. We hebben geen zomers en daarom, bij wijze van compensatie, een stuk minder enge ziektes. Voeg daarbij het feit dat niets bedaagder en risico-mijdender lijkt dan het bezoeken van een flora-expo - en de consternatie is compleet.

Toch is de veteranenziekte geen nieuwigheid voor Nederland, jaarlijks sterven er een paar mensen aan - te weinig voor grote krantenkoppen, gevaarlijk veel volgens de nabestaanden.

H. Lubberts verloor zijn vrouw, en zijn ongeloof en onmacht zijn voorstelbaar. Maar dan die zin 'Bestaat er wet-of regelgeving ter voorkoming van legionellabesmetting?' Hier wordt het verdriet meteen omgesmeed tot een boze klacht van een vakbondsman. De bazen hebben het gedaan, maar de bazen houden zich weer eens van de domme. Je proeft het ressentiment, dat des te gevaarlijker is, omdat er in dit geval wel sprake is van (begrijpelijke) boosheid, maar niet van een boosdoener. Die combinatie kunnen steeds minder mensen hanteren.

Als ik de vraag van Lubberts lees, hoor ik meteen een tweede, die er als het ware doorheen klinkt.

'Bestaat er wet- en regelgeving ter voorkoming van de dood?' Het antwoord daarop moet luiden 'neen', en dat er nog een mooie taak voor de overheid is weggelegd.

Rest nog Tiny Geelen, moeder van twee kinderen die misbruikt werden door een zwakbegaafde pedofiel. Ook hier verrast de boosheid niet, maar wel de onmiddellijke en koersvaste gang naar Den Haag.

Er heeft een drama plaatsgevonden, en de wet moet aangepast. Het een vloeit kennelijk logisch uit het ander voort. Is er dan geen wet? Jawel, maar die heeft niet kunnen voorkomen dat er kinderen misbruikt werden. Werken wetten dan niet preventief? Soms, vaak niet: er worden nog steeds moorden gepleegd, ofschoon het Wetboek van Strafrecht daar toch heel uitgesproken over is. De wet is bedoeld om de norm te stellen, en wetsovertreders achteraf te kunnen straffen. Is de zwakbegaafde pedofiel gestraft? Ja, maar na zijn straf is hij vrij man, en bovendien leeft hij dan nog steeds.

De enige echte wetsverandering die T. Geelen hier op het oog kan hebben, is de invoering van de elektrische stoel in ons strafrechtstelsel: dat is haar goed democratisch recht, al leent het zich misschien wat minder voor de enthousiaste brief- en handtekeningen-acties die zij inmiddels is begonnen.

Wat verder opvalt, is de onbegrensde almacht die aan de overheid wordt toegedicht: T. Geelen is een ramp overkomen, en de wetsdienaren moeten erop toezien dat zoiets niet nog een tweede keer gebeurt. Daarmee heeft ze haar eigen verantwoordelijkheid geheel tenietgedaan, en die van de Den Haag opgeblazen tot totalitaire proporties.

Ik denk dat de vraag van T. Geelen eigenlijk de volgende is: 'Kan de Overheid, ter voorkoming van misbruik van mijn kinderen, ervoor zorgen dat ikzelf weer kind word, zodat Vadertje en Moedertje Staat over het welzijn van mij en de mijnen kunnen waken?'

Ik geloof dat je Nederland met recht en rede een democratie mag noemen, en zoals Immanuel Kant al zei, is democratie niets anders dan 'het meerderjarig worden van mensen in politiek opzicht'. Wel dringt zich dan de vraag op wat er toch met dit land gebeurd is. Hoe kan het dat burgers die generaties lang stemrecht hebben, plotseling in zo'n regressieve, infantiele staat vervallen? Stampvoetende kleuters, die iedereen de schuld van alles en nog wat geven - de vriendjes, de schooljuf, de vele bruggen die maar openstaan - zonder ook maar een moment in de verleiding te komen het eigen aandeel in ogenschouw te nemen.

Ik heb niet naar bizarre voorbeelden gezocht, geen potentiële Jerry Springer-kandidaten geselecteerd, maar juist gekeken naar alledaagse reacties van alledaagse mensen, die tussen neus en lippen door hun mening gaven. In de psychologie noemen we dit menstype otherblamers: het ontbreekt ze aan verantwoordelijkheidsgevoel, en elk vermogen tot introspectie. Het zijn eeuwige slachtoffers, die telkens maar weer te grazen worden genomen door boze buurmannen, natuurrampen, vrouwen (voor sommigen komt dit op hetzelfde neer) en natuurlijk de Politiek. Hun eigen rol zien ze over het hoofd, en hun onschuld staat bij voorbaat vast.

Wat zou de oude Drees van deze voorbeelden vinden? In zekere zin zijn het toch zijn geesteskinderen: een generatie die is opgegroeid met de verzorgingsstaat, met WAO, AOW, AWW, en een ziekenfondsvergoeding voor mensen die echt een ooglidcorrectie nodig hebben.

Ik denk dat de oude staatsman zich rot zou zijn geschrokken. Wat bedoeld was als vangnet voor de allerarmsten, de minst weerbaren, is ontaard in een collectieve psychose van verwendheid en diva-gedrag. Wie had kunnen voorzien dat meer rechten ertoe zouden leiden dat steeds meer mensen zich sneller en massaler misdeeld zouden voelen?

Gyorgy Konrad misschien, de Hongaarse schrijver die in 1990, na de val van de Muur, voor zich uit peinsde: 'Wat zal er overblijven van het communisme?' Hij gaf meteen ook zelf het antwoord: 'Al die communistische mensen.' Mensen die gehospitaliseerd waren door de staat, bij wie elk sprankje eigen initiatief was gedoofd, mensen met onvrije levens, beperkte levensverwachtingen, en een gesubsidieerd pondje suiker.

Maar deze West-Europese variant zou ook Konrad voor een raadsel stellen. Want de Nederlandse klager put vrijelijk uit twee systemen, die met elkaar vloeken. Allereerst zijn daar de kapitalistische wensen en verlangens - van wintersport tot snelle bolides - die vervuld moeten worden, terwijl tegelijkertijd een beroep wordt gedaan op Overheidszorg en Staatsingrijpen, zoals die zo prettig geregeld waren in de voormalige DDR.

Dit is de Hollandse versie van het Wilde Westen: wel allemaal cowboy en cowgirl willen zijn, onder en boven de wet, maar ook vinden dat je recht hebt op kogelwerende vesten, die de plaatselijke autoriteiten gratis moeten verstrekken.

Dit is geen spelletje meer, dit is ernst.

De sukkelgang van de verzorgingsstaat baart monsters.

Meer over