Emoties in een geschikte verpakking

Fotografie..

Merel Bem

utrecht Elk kunstwerk dankt zijn ontstaan aan het leven zelf. Er komt in de kunst heel wat liefdesverdriet voor. Er is geboorte, dood, humor, geweld, verdriet, geluk. Dat mag allemaal. Wat niet mag – althans in de ogen van de meeste kunstbeschouwers – is sentimentaliteit. Dat staat gelijk aan kitsch, aan eendimensionale banaliteit. De kunst voor de maker is dus om dit effect te vermijden. Dat kan door een radicaal andere benadering te kiezen. Door nuchterheid te betrachten. Nuchterheid doet het meestal goed bij sentimentele onderwerpen.

De nieuwste expositie van het Utrechtse initiatief voor documentairefotografie Fotodok toont twee projecten, die beide voortkwamen uit een directe emotionele gebeurtenis in de levens van de fotografen. In Gallery Flatland hangt de fotoserie Dog Days, Bogotá (2007) van de Amerikaan Alec Soth. En in het CBKU is het onlangs afgeronde project Intensive Care van fotografe Andrea Stultiens en dichteres Vrouwkje Tuinman te zien.

Hoe werd de emotionele betrokkenheid van deze fotografen verpakt? En werkt die verpakking? Kan de emotie overslaan op de kijker zonder dat hij zich daarbij geforceerd voelt? Dat zijn de vragen die Fotodok zijn publiek stelt.

Alec Soth is verre van nuchter. In Dog Days, Bogotá is hij een romanticus met een roze bril. Die stond tijdens het maken van de serie in 2002 op zijn neus, toen hij en zijn vrouw in de Colombiaanse hoofdstad wachtten tot ze hun geadopteerde dochter mee naar huis konden nemen. Soth besloot om een fotografisch document van haar geboorteplaats te maken, bedoeld om Carmen, naar de wens van haar biologische moeder, zo veel mogelijk schoonheid mee te geven.

Op zoek naar schoonheid voor een klein onschuldig meisje, en dat in een miljoenenstad met de nodige problemen: Soth realiseerde zich de valkuilen en zocht zijn referentie daarom niet in straatkinderen (te clichématig) maar in straathonden, die overigens eenzelfde effect zouden kunnen hebben.

Toch komt Soth ermee weg (de idyllische foto van Carmen aan het begin daargelaten). Niet zozeer omdat zijn foto’s zo mooi zijn – dat zou in een project als dit behoorlijk tegen hem kunnen werken, aangezien de combinatie emotie plus esthetiek helemaal verdacht is – maar vooral omdat hij de kijker ervan weet te overtuigen dat hij door de ogen van een kind staat te kijken. En door die ogen veranderen agressieve glasscherven op een muur in een miniatuurstad met wonderlijk glinsterende wolkenkrabbers, zonder dat je een ergerlijke goedkope brok in je keel staat weg te slikken.

Even verderop in het CBKU hangt het werk van Stultiens en Tuinman. Het vertelt het verhaal van een overleden zusje en een beste vriend, die eind 2008 samen verongelukten. Hier wordt geen romantiek, maar juist keiharde nuchterheid ingezet om het mierzoete gevoel van gemis te vermijden.

Er wórdt wel gemist – maar dat vertaalt zich in goed getroffen gedichten over de alledaagse dingen die maar doorgaan nadat iemand is overleden (Tuinman) en in beheerste, klinische foto’s van ziekenhuisbedden, medische apparatuur en later de begrafenissen in felle kleuren (Stultiens). De fotograaf schrijft daarover dat ze in die dagen het gevoel had dat ze iets tussen zichzelf en de gebeurtenissen moest plaatsen, en dat iets was haar camera. Dat lees je niet alleen, je ziet het ook, bijvoorbeeld aan de afstand die ze neemt wanneer drie vrouwen het levenloze lichaam van haar zusje klaarmaken voor de begrafenis. In plaats van mee te doen, wilde Stultiens het moment documenteren.

Deze nuchtere benadering ontroert oprecht, meer dan de benadering van Alec Soth – al is dit een hellend vlak, aangezien je zo dicht in de buurt komt van een vergelijking tussen twee onvergelijkbare gebeurtenissen. Toch lijkt het of Stultiens en Tuinman in hun pogingen om zo min mogelijk sentimenteel over te komen, één stap te veel zetten in hun presentatie.

Sommige foto’s en teksten zijn alleen in spiegeltjes te zien (niet in spiegelbeeld), alsof de kijker extra moeite moet doen om erbij te komen. Of misschien om ervoor te zorgen dat hij er juist nooit helemaal bij kan. In dat geval zorgt het voor omwegen in het kijken, die als hinderlijk kunnen worden ervaren. Je voelt je een voyeur bij iets dat je toch nadrukkelijk wordt aangeboden. Die verwarring past niet bij het onderwerp.

Meer over