Elvis

Mijn broer was jarig, maar hij hád alles al, behalve een pianola. Niet dat hij zich daarvan bewust was, ik bedoel, ik heb hem nooit horen zeggen: 'Het enige dat er nog aan mijn geluk ontbreekt is een pianola'. Feit is dat ik zélf al mijn hele leven een pianola heb willen hebben, en deze wens voor de gelegenheid op mijn broer projecteerde. Trouwens, wie wil er nou géén pianola?

Op Marktplaats bleken de spookpiano's volop te koop. Wel waren ze zowat allemaal stuk, of, zoals dat heette 'in te restaureren staat' of 'heeft wat aandacht nodig'.

Dat was natuurlijk een beetje een domper. Zat mijn broer te wachten op een pianola die aandacht nodig had? Nee, want daar heeft hij zijn vrouw en kinderen al voor.

Trouwens, hij woont driehoog in de Pijp, hoe kreeg ik die pianola daar naar boven zonder allerlei Laurel en Hardy-achtige slapsticktoestanden?

Dit was weer typisch zo'n 'tussen droom en daad'-geval, bedacht ik droevig. Nou, dan maar een muziekdoosje, want dat is bijna even fijn als een pianola. Een stuk handzamer en goedkoper bovendien. Even later stond ik in een winkeltje op de Elandsgracht aan piepkleine slingertjes te draaien. Edelweiss, Ode an die Freude, Hava Nagila, Candle in the Wind... Happy Birthday was natuurlijk wel toepasselijk, maar tevens zowat het ellendigste deuntje dat er bestaat, nee, dat kon ik mijn broer niet aandoen.

'Oooooooo, Elvis!', hoorde ik naast mij roepen. Een vrouw van begin zestig, type Edith Bunker. Ze speelde een doosje met

Love Me Tender af en zong met bibberige stem mee: 'Take me to your heart/ For it's there that I belong, and we'll never part...' Ik knikte haar maar eens vriendelijk toe, waarop ze het zingen staakte en zei: 'Wat die man voor me betekend heeft, hè. Elvis... Uren draaide ik die platen, als meisje. Liefst in bed, in het donker. Wat er dan allemaal door me heen ging... En hij was Joods hè, Elvis. Dat vond ik zó opwindend... Zó'n heerlijke man...'

Wacht even. Elvis, joods? Een klein beetje indianenbloed had hij wel, dacht ik, maar dat is toch echt heel wat anders. En al wás hij Joods geweest, quod non, waarom was dat dan opwindend? De vrouw draaide inmiddels voor de derde keer het speeldoosje af, nog steeds meezingend:

'I'll be yours through all the years/ till the end of time...' en vervolgens, tegen mij: 'Ja, en dan lag ik met mezelf te spelen he. Zes, zeven keer achter elkaar. Ach, Elvis...'

Ik stapte maar weer eens op.

Nee, ik had tóch die pianola moeten kopen.

WiBra

undefined

Meer over