Elke Rus verzorgt zijn ijsgat met liefde

Wat is er leuk aan 's winters urenlang midden op een bevroren meer te staan, verstijfd door een wind die recht van de noordpool lijkt te komen, met een doosje krioelende wormen onder je blote oksel, turend naar een rond gat aan je voeten, voor het onwaarschijnlijke geval dat er...

'Leuk? Het is heerlijk,' zegt Vadim Spachov. 'Het liefst zat ik elke dag op het ijs te vissen.' Hij zit in zijn eentje op een piepklein vouwstoeltje op een bevroren zijarm van de Moskva-rivier. Vadim is 37, vader van twee kinderen, computeringenieur, geenszins een onaangepast mens.

Russische mannen houden van ijsvissen. Overal zie je op de ijsvlaktes zwarte stipjes. Het is mannensport nummer één. Veel vissen er alleen in de winter, 's zomers is het hen te min.

Ze dragen Siberische viltlaarzen, een oud legeruniform, en op het hoofd een bontmuts. In hun ene hand hebben ze een hengeltje, in de andere een tasje met vistuig, een thermos met soep en een flesje wodka. Naast hen op het ijs liggen twee of drie visjes van hoogstens een hand lang. Zo staan ze vanaf het eerste licht tot aan het donker gelukkig te zijn.

Elke man verzorgt zijn ijsgat met liefde. Vraag waarom hij hier heeft geboord, en niet een meter naar rechts of naar links, en je krijgt een verhandeling over vissengedrag, zuurstofgehaltes en onderwaterlandschap. Niet dat ze het ijs altijd goed inschatten. Elke winter verdrinken er vissers omdat de stroming het ijs van onderaf onzichtbaar heeft uitgehold. Dit jaar moesten er in het Verre Oosten vierhonderd man met helikopters worden gered, toen de ijsschol waarop ze stonden te vissen afbrak en de oceaan op dreef.

Vrouwen zie je zelden of nooit. De vissers zeggen dat vrouwen op het ijs ongeluk brengen. Een smoes, natuurlijk. Het ijs is hun enige toevluchtsoord, en dat willen ze zo houden.

Het gaat niet goed met de Russische man. Vroeger konden ze trots zijn op zichzelf. Ze waren revolutionairen, vormden het machtigste leger ter wereld en verkenden als eersten de kosmos. En wie niet in de officiële propaganda geloofde, wist zich in ieder geval verzekerd van een baan, een flat, vakantie aan de Zwarte Zee en misschien een autootje. Nu moet de Russische man vechten tegen werkloosheid en alcoholisme, en wordt hij gemiddeld niet ouder dan 61. Het leger verbouwt aardappels om niet om te komen van de honger. Het nationale voetbalteam verliest van IJsland.

'De Russische man was; de Russische man is niet; de Russische man zal misschien zijn,' concludeert de schrijver Viktor Jerefejev. Tot die tijd heeft de Russische man dringend behoefte aan een eigen plek - het ijs.

Andrej Golovanov wil het graag uitleggen. Hij is uitstekend gekwalificeerd: hij heeft ichtyologie gestudeerd en is hoofdredacteur van het blad Vissen. Dat staat vol verhalen van, nou ja, vissers. Hoe ze bij het krieken van de dag opstaan, de kou in hun wangen bijt, de hengel ver doorbuigt, ze een vis ophalen en tevreden terugkeren naar huis.

Andrej haalt een fles visserswodka tevoorschijn. Op het etiket staat een grote, gehaakte zalm. Andrej toost.

Het gaat niet om het drinken bij het ijsvissen, haast hij zich te zeggen, al is dat natuurlijk wel een prettige bijkomstigheid. Nee, het gaat om de dynamiek van het proces.

'Vissen is een oer-activiteit. Het hoort bij de mannelijke natuur', zegt hij, op dreef komend. 'Je geeft gehoor aan een innerlijke prikkel en vergeet de alledaagse problemen. Het is vakantie voor de ziel.'

Bart Rijs

Meer over