Elke dinsdagavond swingen met de dood voor ogen

Ongeschonden staat buiten het kamp de villa waarin SS-Obersturmführer Albert Konrad Gemmeker heeft gewoond; proper en gerieflijk, met een mooie tuin, destijds angstvallig gekuist door gevangenen die daarmee hoopten de reis met de spooktrein uit te stellen....

Van onze verslaggever

Ben Haveman

AMSTERDAM

De moordenaar met handschoenen, zoals kampcommandant Gemmeker bekend stond, werd tot tien jaar gevangenisstraf veroordeeld. Na zijn dood drukte de Volkskrant een interview met hem af waarin hij zei slechts orders te hebben uitgevoerd. En dat hij 'joden onder zijn beste vrienden had'.

In Westerbork, het voorportaal van de dood, werd elke dinsdag op last van Gemmeker een bonte avond georganiseerd; macabere vaudeville tussen het vertrek van de dodentreinen door.Het SS-kader op de eerste rij vermaakte zich met de fine fleur van de Duitse revue (Willy Rosen en Max Ehrlich).

Het duo Johnny & Jones bezong er het zilv'ren maantje boven het spoorwegbaantje. Swingen met de dood voor ogen: 'Hoe dunner je wordt, hoe kleiner maat hemd, hoe kleiner maat hemd, hoe kleiner maat boord, totdat je de stem van de engeltjes hoort'. En: 'Wenn man kein Glück hat, dann hat das Leben keinen Sinn, dann rutscht man aus und fällt man hin.' Johnnie & Jones kwamen om in Bergen-Belsen.

'Het stormde haast het hele jaar door en de wind woei het zand en de heide op, zodat alles zwart en grijs werd, overal zand doordrong en de wegen bij regen direct in een diepe modderpoel veranderd werden', zo staat ergens in De Ondergang van J. Presser.

Tsores-Allee, Boulevard des Misères, noemden ingezetenen de hoofdstraat tussen de barakken, die nu is geplaveid. Waar gisteren de kroonprins liep, maakten 106 duizend joodse mannen, vrouwen en kinderen hun gang die voor de meesten de laatste zou zijn. 'Ja ons einde was gekomen', luidt de slotregel van de klaagliederen die in Hebreeuwse letters op een gedenksteen van Durchgangslager Westerbork is gegraveerd.

'Westerbork' is letterlijk uitentreuren beschreven. Bij De Jong, Presser, Herzberg, Wielek, Van den Berg en Mechanicus en bij Etty Hillesum, 'het denkende hart van de barak'. Zij gooide uit de trein naar Auschwitz een laatste kaart: 'We hebben zingende dit kamp verlaten.' Eén uit velen. Een baanwachter droeg zijn kinderen op de kaarten op te rapen en naar het postkantoor te brengen. Hartverscheurende briefkaarten. 'Houdt jullie flink, wij zullen dit ook proberen. Tot weerziens, jullie moeder en vader. Vele kussen.'

Tot verschrikkelijke documenten behoren ook briefjes in te laat gearriveerde pakjes met levensmiddelen voor de Häftlinge: 'Dat lust je toch zo graag pappie' en 'Eet smakelijk schat'. Siegfried van den Bergh, de man die in Westerbork als administrateur achter een bureau zat, was de hoop voor medegevangenen. Ze kwamen hem vragen of er nog een uitweg was, een stempel, een lijst, een Sperre. In 1983 zei Van den Bergh in een Volkskrant-interview : 'Ik kon niets voor ze doen. Maar ik moest een zeker decorum ophouden. Wat had ik moeten zeggen: u staat op het randje van de dood? Wat had u nou gewild , had ik een barak moeten opblazen? Ik had een baantje. Dat was een tolerabele daad van zelfbehoud.

'Ik ben wel blij', zei hij, 'dat ik in Auschwitz ben geëindigd. Als ik bij de bevrijding nog lekker op een stoel had gezeten, dan had ik me heel naar gevoeld. Maar als overlevende van Auschwitz hoef ik geen schuldcomplexen te hebben.'

In het herinneringscentrum Westerbork zijn de gedenkboeken van de Oorlogsgravenstichting te zien. Deze boeken vermelden de namen van meer dan 140 duizend landgenoten die geen eigen graf hebben gekregen. Johnny & Jones hebben ook geen graf. Maar op een vijf jaar geleden uitgebrachte cd en een cassetteband zijn hun stemmen vastgelegd.

Van onderduiken wilden ze niet horen. 'Wij zijn zó bekend', zei de een. 'Nee, ons pakken ze niet.'

Meer over