Elkaars tranen

In mijn woning, niet ver van het stadion van FC Groningen - met daarin overigens een trotse Koeman-tribune - doen mijn kleuterdochtertje en ik de laatste dagen af en toe een huilspel. Als ik langsloop, roept zij: 'Ik vind jou niet lief!', en moet ik geschokt blijven staan, de handen voor het gezicht slaan en schokschouderend huilgeluidjes produceren.

Het spelelement bestaat eruit dat de kleuter de poot zo lang mogelijk stijf probeert te houden, maar ze moet nog wel wat harder worden, want het duurt meestal niet lang voordat er een trillend bovenlipje over de voortanden wordt getrokken en er twee armpjes hulpeloos uit de kinderstoel gestoken worden.

Lang geleden bezocht ik met een vriendin een wedstrijd in de Kuip. Van die middag herinner ik me alleen nog dat het de afscheidswedstrijd van József Kiprich bleek, een van de grootste publiekslievelingen uit de Feyenoordgeschiedenis. Terwijl het stadion zijn voornaam scandeerde, werd Kiprich op de schouders van zijn teamgenoten het veld rondgedragen, een hand voor zijn ogen, de andere uitgestrekt naar het publiek.

Toen ik opzij keek, zag ik mijn vriendin ook luidkeels 'József, József!' roepen, de armen hoog in de lucht en de tranen over de wangen. En dat vond ik weer ontroerend, want ze had geen idee wie er met 'József' werd bedoeld. De Kuip had haar meegevoerd.

Voorafgaand aan de thuiswedstrijd tegen PEC Zwolle werd zaterdagavond een minuut stilte in acht genomen voor Martin Koeman, de vader van Ronald en Erwin, die afgelopen week is overleden.

Stilteminuten hebben vaak ook een beetje een spelelement; van een metaverdiepinkje hoger kijkt het herdenken naar de rouw. Tijdens de stilteminuut denken mensen vaak ook niet zozeer aan de betreurde - het is meestal meer denken aan denken aan de betreurde wat er gebeurt. En soms zelfs aan hoe dat eruit zal zien.

Normaal gesproken is de overledene ook een oudgediende, iemand die zich in het verleden voor de club heeft ingezet. Misschien is wel familie aanwezig, een echtgenoot bijvoorbeeld op de eretribune, soms even kort in beeld gebracht.

Zaterdagavond zat een rouwende zoon op het veld, in de dug-out, in het centrum van de herdenkende massa. Ronald Koeman zuchtte, sloeg de benen over elkaar en wierp zijn blik een eindje voor zich uit, vermoedelijk zonder veel te zien. Van de gebruikelijke afstand tussen gedenken en rouwen was ineens niet veel meer over.

In de twaalfde minuut zongen de supporters nog voor hem ook, en staken ze allemaal tegelijk een sterretje aan. Het leek alsof er in de mond van Koeman een hardnekkig zuurtje zat. Hij hield zijn ogen de minuut lang opengesperd, omdat zijn oogleden anders misschien wel als ruitenwissers hadden gefungeerd.

'De twaalfde minuut...', zei de commentator. 'De trainer... is geraakt... Dit is... prachtig.' Geen hart onder de riem, maar een heel stadion. Aan de Kuip, maar dat is dan wat ik persoonlijk vind, mag eigenlijk nooit meer iets veranderen.

undefined

Meer over