'Elkaars dromen kennen we, maar elkaars gewoonten niet'

Corine Koole interviewt mensen over lust & liefde. Deze week: Clarice (25) en haar vriend zijn allebei nietsontziend ambitieus. Is de liefde voor hun werk en die voor elkaar te combineren?

'Sinds twee maanden is hij er weer en woont hij bij mij. Na bijna alle vijf jaar van onze verhouding van elkaar gescheiden te zijn geweest door onze buitenlandse studies en stages, haalde ik hem op van Schiphol. Het voelde behalve heerlijk vooral onwerkelijk. Beduusd liet ik me in zijn armen vallen, eindelijk, eindelijk samen. Maar de dagen en weken erop moesten we opnieuw aan elkaar wennen en dat duurt eigenlijk nog steeds voort. Niet dat ik bang ben dat het tegenvalt nu we elke dag samen zijn, of dat ik liever in de melancholie van een langeafstandsrelatie was blijven hangen.

Nee, ik heb eerder de neiging me aan hem vast te klampen, zo verliefd ben ik. Maar wat wonderlijk is voor een tamelijk lange verhouding als de onze, is dat we na jaren dagelijks skypen, facetimen en mailen elkaar weliswaar op een dieper niveau hebben leren kennen, maar niet op een alledaags niveau. We kennen elkaars dromen, maar hoe zien onze gewoonten eruit? Nu pas begint ons leven samen echt en elke dag vraag ik me af: hoe gaat dat eruitzien? Gaan we het redden?

We zijn allebei nietsontziend ambitieus. Onze grote liefde betreft niet alleen elkaar, maar evenzeer ons werk. Als hij niet groot kan worden in industrieel ontwerpen en ik niet kan groeien in de mode, zullen we nooit worden wie we ten diepste willen zijn. En hoe groot is de kans dat de plek in de wereld waar hij straks een baan vindt ook de plek is waar ik mijn bedrijf kan opzetten? Ik zou naar Kopenhagen willen of in Nederland willen blijven. Maar wat als hij ineens een droombaan in Japan vindt? Ik kan niet zomaar met hem meereizen en alles opgeven. Maar op twee plekken leven hou ik ook niet meer vol.

Hij zegt dat het wel goedkomt. Al die mogelijkheden, samen grijpen we er wel een. Dan houdt hij me vast en hang ik in die grote armen, kijk in zijn heldere ogen en denk: hij is de eerste man met wie ik alles kan delen. Intelligent, knap en geestig, en toch is dat allemaal niet genoeg. Ik heb op mijn 17de een eigen kledinglijn opgezet en ben vervolgens economie gaan studeren om me te kunnen toeleggen op duurzame productieprocessen. Als ik dit opgeef, ben ik mezelf niet meer.

Ziedaar mijn luxeprobleem. Ik heb het felbegeerde allebei: grote liefde en zicht op een geweldige carrière. Nu nog zien hoe we beide kunnen combineren. Nadat ik in het begin van onze verhouding in Italië had gestudeerd, vertrok hij de afgelopen drie jaar voor zijn master naar een universiteit in Zweden, het Harvard voor ontwerpers. Het eerste semester ben ik met hem meegegaan om samen te kunnen zijn. Ik had mijn studie en werkgevers achtergelaten en belandde in Zweden achter een bar, er moest geld binnenkomen. Het was winter, het sneeuwde de hele dag en het werd vroeg donker. Het ergste was nog dat ik in de ogen van mijn vriend de schittering zag van iemand die zijn plek had gevonden en tussen gelijkgestemden een greep deed naar de toppen van zijn kunnen, een gevoel dat ik zo goed kende en zo intens miste. Hij was als een vis in het water, ik lag spartelend op de kant. Ik begon hem te verwijten dat hij niet inzag wat ik nodig had en hij verweet mij dat ik hem de begeerde opleiding misgunde waarvoor hij talloze toelatingsexamens had gedaan.

Toen ik eens na een paar dagen Nederland terugkwam in Zweden, was hij er niet om me op te halen. Ineens voelde het of ik er niet meer toe deed. Gefrustreerd nam ik de bus naar zijn huis, waar ik hem woedend mijn koffer naar zijn hoofd slingerde en hem de huid vol schold. En hij, die grote bedaarde man, liet me uitrazen en pas toen ik kalmer werd, zag ik de mooi gedekte eettafel achter hem. Niet bezaaid met vellen papier, maar vol schalen met allerlei soorten vis en een fles wijn. Er brandden kaarsen en het viel me op hoe fris gedoucht mijn vriend was en hoe mooi hij zich voor me had aangekleed. Ik kon wel huilen. Hij had mijn onzekerheid en frustratie dus wel gezien, hoe kon ik daaraan twijfelen?

Eenmaal thuis, na die drie maanden, sloeg de balans weer de andere kant op en was er alleen mijn werk. We hadden weliswaar dagelijks contact via mail en Skype, maar zijn gezicht stijfjes als beeld op mijn laptop bracht behalve geluk ook pijn. Ik miste hem en hij had het ook moeilijk. Maar we zeiden niets, want intuïtief begrepen we allebei dat dit het soort gemis was dat verwoord alleen maar erger wordt. En er viel toch niks tegen te doen. Dus draaide ik mijn hoofd weg als ik moest huilen tijdens onze Skypesessies of wendde een storing voor, en vroeg hem alleen het leuke te vertellen van wat hij meemaakte. Andersom deed hij hetzelfde. Hij weet nog steeds niet dat mijn somberheid over het gemis de laatste tweeënhalf jaar zo groot werd dat het neigde naar depressie. Tot verbazing van mijn vriendinnen trok ik mezelf steeds meer terug, zo ongelukkig was ik dat we er maar niet in slaagden om al onze liefdes op een harmonieuze manier te combineren. Tot nu dan. Tot hij twee maanden geleden voorgoed terugkwam. Het is spannend. De komende tijd komt het erop aan. Hij solliciteert door heel Europa en ik bouw aan mijn bedrijf en hoop maar dat zijn designwalhalla in een grote stad zal zijn, want die balans tussen bij elkaar zijn en zelfontplooiing is van levensbelang voor ons en onze toekomst.'

Op verzoek van de geïnterviewde is de naam Clarice gefingeerd. Ook geïnterviewd worden over liefde en lust? Mail een korte toelichting naar lust@volkskrant.nl

Meer over