Elk museumobject is een curiosum

In de vestibule van het huis van Bouvard en Pécuchet, de romanhelden van Gustave Flauberts Bouvard et Pécuchet, stond een oude houten balk....

Paul Depondt

'Wanneer je de drempel was overgestapt, botste je tegen een stenen trog (een gallo-Romaanse sarcofaag) en vervolgens werd je blik getroffen door ijzerwaren. Aan de tegenoverliggende muur hing een beddenpan boven twee haardijzers en een haardplaat met de voorstelling van een monnik die een herderinnetje liefkoost. Op plankjes eromheen bevonden zich toortsen, sloten, bouten en moeren. De vloer was bezaaid met scherven van rode dakpannen. Op een tafel in het midden waren de zeldzaamste curiositeiten tentoongesteld: het montuur van een boerinnenmuts uit Caux, twee lemen urnen, munten en een opaalglazen fiool.'

Veel musea lijken op het huis van Bouvard en Pécuchet. Het zijn oudheidkundige musea, hybride mausolea, begraafplaatsen voor al hun schitterende memorabilia.

In het museum moet je fluisteren, schrijft Julian Spalding in The Poetic Museum - Reviving Historic Collections, je hoort er zelden stemmen en al helemaal geen muziek. Het lijkt wel een kerkhof voor potscherven, antieke meubelen en andere oudheidkundige voorwerpen, een opslagplaats voor het verleden. Spalding wil museacollecties 'opschudden', het museum is geen depot maar een plek vol wonderful things.

Elk museum is een curiositeitenkabinet, elk museumobject een curiosum. Maar hoe exposeer je zulke voorwerpen? Spalding gelooft niet meer in de oubollige en traditionele museale displays - je kunt niet louter uitstallen. Hij heeft in veel musea gewerkt en heeft er ook veel bezocht. Misschien, zegt hij, zijn het United States Holocaust Memorial Museum in Washington en het Vasa Museum in Stockholm de mooiste voorbeelden van wat hij in zijn boek met het post-Enlightenment museum bedoelt: geen louter wetenschappelijke uitstalling, naar het museummodel van de Verlichting, maar een poëtische. Spaldings poetic museum betovert de bezoekers, de uitgestalde voorwerpen verbazen.

Het is onvoorstelbaar hoe bezoekers van het Holocaust Memorial Museum op een ingetogen maar tegelijk huiveringwekkende manier zich de gruwelen van de nazi's proberen voor te stellen. In het Vasa Museum beleven museumbezoekers de roem en de ondergang van het zeventiende-eeuwse majesteitelijke vlaggenschip De Vasa, dat voor de kust van Stockholm verging in het brakke deltawater.

Het zijn 'narratieve musea', er wordt bij de voorwerpen een verhaal verteld. De voorwerpen komen tot leven. In sommige musea hoor je een tijd, het geluid van de klokken of het trompetgeschal bij een koningskroning, snuif je kruidengeuren uit lang vervlogen tijden op. Moet dat wel? Ja, zegt Spalding, 'tegelijkertijd wetenschap en poëzie'.

Hij beschrijft het British Museum in Londen - hét museale mausoleum par excellence - anno 2012. Het is dan een computergestuurd museum. Je kunt vragen stellen, je kunt beelden oproepen, je kunt bladeren in de collectie.

Spalding tekent in musea, hij maakt schetsjes van voorwerpen die hij er ziet. Misschien is het dát wel: niet alleen de vertelling maar vooral het voorwerp betovert ons.

Meer over