Elitepiet wordt volksvogel

Hoe komt een natuurhistorisch museum erbij om aandacht te besteden aan de kanarie?..

Ze probeerden een karmijnrode kanarie te kweken door gele en witte kanaries te kruisen met de kapoetsensijs, een zeldzame, Venezolaanse rode vink. Maar na vijftien jaar experimenteren moesten de Duitse biologieleraar Hans Duncker en zangkanariefokker Karl Reich in 1941 tot hun leedwezen constateren dat hun project was mislukt. Ze waren niet verder gekomen dan kanaries met een koperkleur, meer oranje dan rood.

‘Bij mijn weten’, zegt conservator Kees Moeliker van het Natuurhistorisch Museum in Rotterdam (NMR), ‘was dit het eerste experiment met genetische manipulatie. Waar het mis ging was dat Duncker en Reich, geheel in lijn met de Duitse obsessie in die tijd voor raszuiverheid en erfelijkheid, star vasthielden aan de idee dat alleen erfelijke eigenschappen de kleur van vogels bepaalden. Waar ze geen rekening mee hielden, was dat ook omgevingsfactoren daarbij een rol speelden.’

De Amerikaanse bioloog Charles Bennett loste het raadsel uiteindelijk op. Hij voerde gele en witte kanaries wortel en caroteenolie, en ontdekte dat sommige vogels oranje werden en andere niet. De verschillen tussen de kanaries duidden op erfelijke aanleg, maar zonder kleurvoer zou er niets gebeuren, hoezeer er ook werd gekruist en gefokt. Pas in combinatie met roodvoer kwam de genetische aanleg voor een karmijnrood verendek naar boven.

Moeliker is apetrots: de kanaries die Duncker en Reich voor hun experimenten gebruikten, zijn nu voor het eerst in Nederland te zien, in zijn museum. Het NMR mocht een beperkt aantal van de dode vogeltjes – opgevulde kanariehuiden – lenen van het Übersee-Museum in Bremen, de stad waar de bioloog en de zangkanariefokker hun erfelijkheidsproeven deden. De ‘legendarische’ kanaries, 28 in getal, zitten, inclusief kapoetsensijs, in een kastje en vormen zo’n beetje het hoogtepunt van De Grote Kanarie Tentoonstelling, die van 28 maart tot en met 26 september in Rotterdam te zien zal zijn.

Huismus
Hoe komt een natuurhistorisch museum bij de kanarie? ‘Een paar jaar geleden’, zegt Moeliker, ‘hadden we een grote huismustentoonstelling. We werden toen benaderd door de Nederlandse Bond van Vogelliefhebbers: of het niet eens tijd werd voor de kanarie. Ja, goed idee, zeiden wij, waarom niet.’

Wat de kanarie, Serinus canaria, volgens Moeliker zo interessant maakt, is de sociaal-culturele geschiedenis die achter het vogeltje schuilgaat. Die geschiedenis begint omstreeks de 14de, 15de eeuw, toen de kanarie voor het eerst van de Canarische Eilanden naar Europa werd overgebracht. Het welluidende gezang van de mannetjes was aanleiding om ze massaal te vangen. Ze bleken makkelijk tam te maken en goed te gedijen in een kooi. In Europa werden ze op grote schaal gekweekt, eerst in Spanje en Italië, vervolgens in Oostenrijk, Duitsland, Frankrijk, België, Engeland en Nederland, waar ze in de 16de eeuw voor het eerst als gezelschapsdier werden gehouden.

De zangkunst van de wilde kanarie bleef voor zijn gedomesticeerde familie behouden, maar zijn grijsgroene bevedering veranderde door het intensieve kweken in een geel kleed. De eerste belangrijke aanwijzing daarvoor vormt een schilderij van een Duitse kunstenaar uit 1657, waarop een tamme, volledig gele kanarie staat afgebeeld. De eerste afbeeldingen dateren van 1580, van een Duitse encyclopedie, waarin hij als een gedeeltelijk geel en gekuifd vogeltje wordt weergegeven.

Op de Canarische Eilanden, Ma-deira en de Azoren komt de kanarie nog algemeen in het wild voor. Hij is 12,5 cm groot, heeft een vleugelspanwijdte van 20-23 cm en een dikke, ronde, roze snavel, en maakt opvallend veel geluid, dat vermoedelijk te maken heeft met de harde wind die over de Atlantische eilanden waait en waar hij bovenuit moet zien te komen.

Vogelkenners gaan ervan uit dat er wereldwijd 35 tot 40 soorten zijn, een paar in Europa en Azië, het overgrote deel in Afrika. Ze dragen namen als dunbekkanarie, roodvoorhoofdkanarie, edelzanger, shoakanarie, Mozambiquesijs, zuidelijke dikbekkanarie en zwavelkanarie. De tamme kanaries, met hun honderden variaties in kleur en vorm, staan daar na 500 jaar selectief kweken uiterlijk inmiddels ver vanaf.

De eerste gedomesticeerde kanaries waren duur en fungeerden als statussymbool, elitepiet, in adellijke families. Er is een anekdote over de roemruchte Isabella van Spanje (1566-1633), die tijdens haar verblijf in Brussel palmbomen liet aanplanten waarin 84 kanaries werden losgelaten. Carlota Joaquina de Bourbon (1775-1830), koningin van Portugal, werd als 10-jarige op een schilderij geportretteerd met een gele kanarie op haar vinger.

Ook in Nederland was de kanarie tot omstreeks de 19de eeuw een icoon van de adel en de gegoede burgerij. Het personeel zorgde voor de fok. De vogeltjes verbleven voornamelijk in de keuken, waar de fornuizen vaak een slechte rookafvoer hadden, zodat ze hun diensten konden bewijzen als rookmelder voor het geval er koolmonoxide vrijkwam, want dan kieperden ze om.

Om dezelfde reden, hun gevoeligheid voor vervuilde lucht, werden ze later in kooitjes meegenomen in de mijnen. Zodra er giftig gas ontsnapte, ging de kanarie plat en haastten de mijnwerkers zich naar boven.

Het mijngebied van de Harz in Duitsland werd omstreeks 1900, niet toevallig, het centrum van de kanariekweek. Duitse kooplieden kwamen met 200 tot 400 kanaries tegelijk naar Nederland om ze hier aan de man te brengen. Zo werd de elitepiet een volksvogel.

Kanariestad
De prijs van de vogeltjes daalde, hun populariteit nam toe. Vogelliefhebbers wierpen zich op de fok en de kweek, en stichtten verenigingen om hun hobby optimaal te kunnen bedrijven. De eerste kanarievereniging, de Eerste Vogelvrienden Kring, kwam in 1885 van de grond in Tilburg. Vele zouden volgen. Rotterdam werd kanariestad nummer 1, met verenigingen als Ons Genot en Rotterdamsche Kleur Kanarie Vereeniging Feijenoord.

Momenteel zijn er zo’n dertigduizend fans van volièrevogels en 534 lokale verenigingen aangesloten bij de Nederlandse Bond van Vogelliefhebbers. Volgens deze bond is er een jaarlijkse aanwas van minstens 400 duizend kanaries en moet de totale Nederlandse populatie onderhand uit vele miljoenen vogeltjes bestaan.

Op de tentoonstelling – zonder levende vogeltjes – is te zien hoe de kanariekweek zich in de loop der eeuwen ontwikkelde, in de onderscheiden categorieën kleur (512 variaties!), zang en postuur, met in het laatste geval bizarre voorbeelden van vogeltjes met uitgerekte nekken en een alles bedekkend Beatle-kapsel op hun kop.

Er is een leerorgeltje neergezet, aangedreven door luchtcilinders, waarmee jonge kanaries een bepaalde zang werd aangeleerd. Aan een wand hangen kanariekooien. Elders staan busjes waarin zangzaad heeft gezeten. In een vitrine liggen oude en moderne handboeken over hoe de kanarie te houden en te fokken is. De expositieruimte is vervuld van kanariegezang.

En er is een Wall of Fame. Daar kunnen we de beroemde onthoofde kanarie aanschouwen die vorig jaar augustus werd aangetroffen in een buitenkooi te Kollummerzwaag. Het kopje was van de romp gerukt. Van de dader ontbrak elk spoor. Tal van media sprongen erbovenop. Bijna heel het land huilde dikke tranen.

We kunnen ook het beroemde kooitje van Sparta-Piet, de mascotte van voetbalclub Sparta, bewonderen, die jarenlang bij wedstrijden in het doel werd gehangen. En niet te vergeten: de oudste onder zijns gelijken in Nederland, de kanarie die in 1857 werd bijgezet.

Meer over