Elite achter de schermen

Bijna veertig jaar na de ‘Tweehonderd van Mertens’ kent het egalitaire Nederland nog altijd een toonaangevende bestuurlijke elite. Deze relatief kleine en nauw verweven groep is formeel en informeel vooral op de achtergrond actief, en heeft een grote invloed op politiek en beleid...

Door Wilco Dekker en Ben van Raaij

‘Ik heb laatst gebeld met staatssecretaris Wijn van Financiën’, zegt Kees van Lede, voormalig Akzo-topman, oud-voorzitter van VNO-NCW en nu nog actief in tal van bestuursfuncties in binnen- en buitenland. ‘Joop, zei ik, ik moet met je praten. En ik vertelde hem over wat ervaringen met de Belastingdienst, van mezelf en vrienden. Dat de computers van de inspecteur en de ontvanger niet gekoppeld zijn, bijvoorbeeld, en dat de overheid een service-organisatie is die best een keurige aanhef boven een brief van de fiscus kan zetten. Wijn heeft ademloos geluisterd. Dáár kan ik wat mee, zei hij.’

Constructief meedenken, noemt Van Lede dit. ‘Zoiets komt doorgaans niet in de krant, maar ik weet dat veel collega’s uit het bedrijfsleven het doen. Dat is ook het voordeel van een klein land als Nederland. Je kunt dingen hier heel makkelijk onderling regelen. Mits je elkaar kent natuurlijk.’

Het voorbehoud wijst op een cruciaal, vaak genegeerd fenomeen. De oude rangen, standen en zuilen mogen hebben plaatsgemaakt voor een ‘platte’ pluralistische maatschappij, Nederland kent nog altijd een bovenlaag met goede connecties met de macht. ‘Van buitenaf lijkt Nederland vrij egalitair, maar erachter ligt een wereld van mensen met veel invloed’, zegt topadvocaat en oud- CDA-senator Willem Stevens.

Achter de schermen

Dit is de wereld van de ‘bestuurlijke elite’: een relatief kleine groep landgenoten die zijn sporen heeft verdiend in politiek, openbaar bestuur of bedrijfsleven en nu, veelal achter de schermen, actief is in besturen, raden van toezicht, raden van commissarissen en adviescommissies. Vaak ook in meerdere sectoren, waar men elkaar tegenkomt en invloed uitoefent op het beleid. Een ‘schaduwmacht’ van mensen die, zoals een ingewijde zegt, ‘aan invloed zouden verliezen als ze minister worden’.

Die elite – beter: dit stelsel van deelelites rond figuren met meerdere functies die formele en informele netwerken verbinden – speelt een grote rol in het pluralistische samenspel van politieke partijen, sociaal-economische overlegstructuren, maatschappelijke en culturele organisaties, en niet in het minst de conglomeraten van belangengroepen en ambtenarij die volgens de Rotterdamse politicoloog Van Schendelen écht het land beheren. Deze elite regeert niet, maar bevordert wel dat belangen worden afgewogen, conflicten beslecht en compromissen gesmeed. En thema’s op de agenda komen.

Zo stapte toenmalig Unilever- topman Morris Tabaksblat in 1999 als voorzitter van de European Round Table of Industrialists naar premier Kok in het Torentje. ‘Wij vonden dat op Europees niveau iets aan de pensioenproblematiek moest gebeuren’, zegt Tabaksblat. ‘Kok zei toen: ‘‘Dat moeten we niet via de politiek spelen, die vindt dit geen leuk thema. Waarom organiseren jullie niet een onderzoek en vervolgens wat congressen daarover om het vuurtje op te stoken?’’ Daarin heeft de Round Table toen inderdaad een rol gespeeld.’

Niet lang erna barstte het debat over langer doorwerken en lagere pensioenuitkeringen los. ‘Zo hebben we eerder ook de Europese Monetaire Unie en de euro op de agenda gezet’, aldus Tabaksblat.

De observatie dat Nederland invloedrijke elites heeft, is natuurlijk niet nieuw. Befaamd zijn de ‘Tweehonderd van Mertens’. De toenmalig voorzitter van het katholieke vakverbond (NKV) stelde in 1968 dat een ‘old boys network’ van tweehonderd mensen via dubbelfuncties bij bedrijven sociaal- economisch Nederland regeerde. Dat leidde tot veel ophef. Maar er is maar weinig serieuze studie naar gedaan, zeker niet sinds ‘linkse’ thema’s uit de mode raakten.

‘Het is heel moeilijk voor dit soort onderzoek geld te krijgen’, zegt politicoloog Eelke Heemskerk van de Universiteit van Amsterdam, een van de weinige wetenschappers die zich met het thema bezighouden. Gevolg is dat we nu meer weten over allochtone schoonmakers of 17de eeuwse regenten dan over de huidige elite.

Dat komt ook doordat de elite in egalitair Nederland verborgener is dan in het Britse ‘klassenstelsel’ of in het Franse systeem, waar de bestuurlijke en zakelijke fine fleur wordt klaargestoomd op Grandes Ecoles. Toch is het goed dat ook Nederland zo’n elite heeft, stelt de Groningse socioloog Tom Snijders: ‘In elitenetwerken wordt veel snel en soepel geregeld dat anders veel tijd en moeite zou kosten.’

Niks mis mee, vindt Tabaksblat: ‘We zijn een transparant land, met democratische regels om te voorkomen dat politici met hun mandaat rare dingen gaan doen. Verder mag iedereen zo veel mogelijk invloed nastreven als ie wil, zolang hij binnen de wet blijft. De invloed op de politiek moet immers ergens vandaan komen. Je mag toch hopen dat ambtenaren niet gaan bepalen wat in dit land gebeurt.’

De bestuurlijke elite is een vertrouwd gezelschap, blijkt uit de enquête die onderzoeksbureau TNS Nipo voor de Volkskrant hield onder vierhonderd van de meest invloedrijke leden (zie inzet). Het zijn vooral mannen (85 procent). Ze werken in het bedrijfsleven (45 procent), bij de overheid (33 procent) en de semi-overheid (17 procent), veel minder in sectoren als vakbeweging, cultuur of wetenschap. Ruim viervijfde heeft gestudeerd – economie en rechten zijn de meest gangbare studies – en ruim een kwart is gepromoveerd.

Aardig op leeftijd

Met een gemiddelde leeftijd van rond de 60 jaar is de elite aardig op leeftijd. Veel leden hebben hun hoofdbaan dan ook al ingeruild voor nevenfuncties: 27 procent bij de overheid, 44 procent in het bedrijfsleven. Deze actieve senioren hebben gemiddeld tien bijbanen.

Gezien het bestaande systeem van politieke benoemingen is het niet vreemd dat bijna 60 procent lid is van een politieke partij, en dan vooral van de drie hoofdstromingen: PvdA 18 procent, CDA 16, VVD 16. Zonder partijlidmaatschap kom je immers moeilijk in aanmerking voor mooie banen.

Met de toegang tot Den Haag zit het dan ook wel goed: ruim viervijfde van de elite heeft direct contact met bewindslieden. Een kwart wordt regelmatig door ministers benaderd en benadert deze ook zelf geregeld. Slechts 10 procent heeft nooit contact. Bijna de helft heeft ook regelmatig of incidenteel contact met het koningshuis.

De elite bestaat niet langer uit de aristocratie van weleer. Het is een meritocratische elite, voor driekwart afkomstig uit de middenklasse en de hogere burgerij. Van Lede: ‘Vroeger had je verzuilde rangen en standen, maar dat is tijdens mijn loopbaan gelukkig vervaagd. Nu zijn contacten veel meer gebaseerd op wat je bereikt hebt, en niet dan op waar je vandaan komt.’ Concertgebouw-directeur Martijn Sanders beaamt dit: ‘De elite is een meritocratie. Je moet je in Nederland wél waarmaken.’

Niettemin bestaat ook deze elite van verdienste uit ‘ons soort mensen’, mensen dus die via opvoeding, opleiding en netwerken over het juiste sociaal en cultureel kapitaal beschikken. Deze groep recruteert leden via coöptatie. Want deze wereld draait om banen waarvoor je wordt gevráágd, en wel door ‘vrindjes’ die je kent. Zo tikte onlangs de Nationale Ombudsman minister Hoogervorst op de vingers, omdat hij partijgenoot Frank de Grave vooraf had getipt over de vacature van voorzitter van de Nationale Zorgautoriteit. De Grave kreeg de post. ‘Onbehoorlijk’, aldus de Ombudsman.

Toch is allerminst sprake van een afgebakende groep, een ‘vereniging van invloedrijken’, zegt de elite zelf. ‘De Nederlandse elite is geen gesloten groep’, aldus Martijn Sanders. Dat neemt niet weg dat veel insiders bezweren dat zij haarfijn weten wie al dan niet tot de elite behoort. ‘Ik zie het meteen, daarvoor heb ik een soort sensor’, zegt de een. ‘Ik weet als er iemand belt precies of ik moet aannemen, binnen tien minuten kan terugbellen of dat het ook wel tot morgen kan wachten’, zegt de ander.

Dat de buitenwereld die kennis niet heeft, is logisch, zegt een insider die al decennia ‘aan de rand van het schilderij’ opereert. ‘Echt invloedrijke mensen opereren buiten de publiciteit. Die zie je nooit in het Stan Huygens Journaal of in de talkshow van Harry Mens.’

Zaak van discretie

Invloed is een zaak van discretie. ‘Nooit zeggen dat je invloed hebt’, zegt Stevens. ‘Wie erover praat, is zijn invloed snel kwijt’, zegt een ander. Meest invloedrijk heten de ‘big linkers’, mensen die zich in meerdere sectoren bewegen, zoals bedrijfsleven, politiek en cultuur. ‘Nederland bestaat uit cirkels. En vooral mensen die in meerdere cirkels actief zijn, kunnen zaken in beweging zetten’, aldus Stevens.

‘Richtinggevend Nederland’ is in elk geval een overzichtelijk gezelschap. Veel insiders schatten de elite op hooguit enkele honderden tot duizend personen. Een beetje invloedrijke netwerker kan daarvan een flink deel in zijn Rolodex of Blackberry hebben staan, en via die mensen kent hij dan algauw de hele club. Cees van Lede: ‘Duizend man, dat haal je nog niet eens. Vijfhonderd haal je nog niet eens! De echt invloedrijke mensen in bedrijfsleven, politiek en ambtenarij passen op één velletje A4.’

‘De cruciale vraag’, zegt Snijders, ‘is echter niet of er een invloedrijke elite is – die is er – maar of die elite voldoende open staat voor nieuwe mensen en ideeën.’ En daarover heeft ook de elite zelf wel twijfels. De weg naar de top kenmerkt zich door een negatief selectiecriterium: don’t rock the boat, en dat levert dus vooral ‘accommoderende mensen’ op. Daarnaast worden nieuwe leden gemakzuchtig gerecruteerd, waardoor voortdurend dezelfde figuren opduiken. ‘Men speelt op safe’, aldus Tabaksblat.

Volgens sommigen wordt het old boys network inmiddels opengebroken door de intrede van vrouwen, de opmars van buitenlanders in de top van grote bedrijven en de toegenomen macht van Brussel. Anderen betwijfelen dit. Zo kwam Tabaksblat in de jaren negentig na vijftien jaar Brazilië en Verenigd Koninkrijk in besturen en commissies veelal dezelfde mensen tegen als voor zijn vertrek. ‘Nederland was veranderd. De mensen niet.’

Eén geruststelling: van complotten is geen sprake, bezweren de insiders. ‘We hebben in Nederland geen vrijmetselaarsachtige samenzweringen die in duistere hoekjes een putsch voorbereiden’, aldus Van Lede. Dat is het goede nieuws: in Nederland zijn geen staatsgrepen in voorbereiding. Het slechte nieuws: dat is ook niet nodig.

Meer over