Elfstedenkaas en Opperdoezer truffels

Heel de Nederlandse landbouw zucht onder de grootschalige overproduktie van treurigstemmende eenheidsworst. Heel Nederland? Nee, een paar kleinere boeren roeien dapper tegen de stroom in met exclusieve eigen produkten....

'IK STOND voor de keuze: òf mijn melkveehouderij uitbreiden, òf de kwaliteit van mijn produkt verbeteren', zegt boer E. van Benthem uit Sint Jansklooster in de kop van Overijssel. De boer verkoos kwaliteit boven de kwantiteit. Wekelijks maakt hij nu van de melk van zijn 45 koeien vijfhonderd kilogram kaas. Dit 'Benthemmer boerenkaasje' verkoopt goed op de boerderij van boer van Benthem.

Mensen uit de streek, maar ook vele toeristen zijn nieuwsgierig naar dit Benthemmer kaasje, niet in de laatste plaats omdat Evert van Benthem midden jaren tachtig tweemaal de Elfstedentocht won. Op de kaas prijkt Van Benthems logo, twee schaatsen.

Het Benthemmerkaasje is een van de tientallen landbouwprodukten die hoofdzakelijk in de regio van herkomst worden verkocht. Pasta uit Groningen, veenweidekaas uit Zuid-Holland en ansjovis uit West-Brabant. Vanwege het streekgebonden karakter is de produktie kleinschalig. 'Het gaat om moedwillig gecreëerde schaarste, om exclusiviteit', zegt onderzoeker H. van der Meulen van de Landbouw Universiteit in Wageningen. Niettemin schat Van der Meulen de economische potentie van streekgebonden produktie op 15 procent van de totale Nederlandse landbouwproduktie.

De landbouwcrisis verergert, steeds meer boeren worden gemangeld tussen beleid en bank. Het nationaal beleid vraagt torenhoge investeringen voor milieumaatregelen, terwijl de Europese eenwording de landbouwsubsidies wegvaagt. De boer beurt bovendien ook nog eens slechte prijzen en er mankeert al te vaak een bedrijfsopvolger. Er valt, kortom, voor de boer weinig ondernemerslol meer te beleven.

Een gestaag groeiende groep boeren verlaat deze wedstrijd zonder winnaars en tracht met een milieuvriendelijk geteeld streekprodukt zowel economische meerwaarde te bewerkstelligen als vakmanschap terug te winnen. Op het Landbouw Economisch Instituut (LEI) in Den Haag bevestigt marktonderzoekster K. Zimmermann de indruk dat steeds meer boeren persoonlijk een toegevoegde waarde willen leveren aan hun produkt. De hypermarkt van het Europa zonder grenzen leidt tot een opleving van kleinschalige regionale economie.

'De opmars van streekprodukten is niet meer dan een logische reactie op de doorgeslagen bulkproduktie. Veel boeren willen een herkenbaar kwaliteitsprodukt maken, zoals kaas van hun eigen boerderij', aldus Zimmermann. Momenteel inventariseert zij de marktkansen voor een aantal landbouwprodukten uit de Mergelstreek in Limburg.

Zimmermann meent dat de opmars van streekprodukten minder ver is gevorderd dan in het buitenland. 'Nederlanders letten van oudsher meer op de prijs dan op de kwaliteit, en wellicht zijn we ook minder chauvinistisch.' Gezien de bourgondische inslag en het hogere kwaliteitsbewustzijn van de Limburgers denkt Zimmermann dat streekprodukten in het Zuiden meer kans hebben dan in het Westen.

Het LEI is minder optimistisch over de economische potentie van streekprodukten dan Van der Meulen. 'Als je bedenkt dat de biologische landbouw, die beschikt over een landelijk distributienetwerk, een marktaandeel heeft van circa 2 procent, dan denk ik dat de bijdrage van de kleinschaliger streekprodukten onder de 10 procent blijft', vermoedt Zimmermann. Soms gaat het om een innovatief idee van een individuele ondernemer, zoals de pasta uit Groningen, soms om een initiatief van meerdere boeren. Daarbij grijpen streekeigen produkten opvallend vaak terug op de geschiedenis. In vergetelheid geraakte aardappelsoorten, door de bulkproduktie verdrongen kaasjes of worstjes van marginale betekenis, beleven een wederopstanding.

Groningen herintroduceert de molleboon, een gepoft boontje dat tot de Tweede Wereldoorlog als een snack avant la lettre door jan en alleman werd gegeten. Wellicht groeit straks in Nederland na decennia afwezigheid weer mosterdzaad voor Marne-mosterd (Groningen) of Gulpense mosterd.

Op 130 hectare in Noord-Holland wordt de Opperdoezer Ronde geteeld. Dit ovaalronde, diepogige vroege aardappeltje werd rond 1850 door tuinder Sluis in het Westfriese Opperdoes ontdekt als mutant van de zogeheten Negen-Weker. 'De opbrengst is lager dan bij de conventionele aardappel. Het is dan ook een delicatesse, die je niet met jus moet overgieten en prakken, maar, gedoopt in een kommetje gesmolten jus, in zijn geheel moet consumeren', weet Van der Meulen.

Het ambachtelijke karakter betekent volgens hem niet dat streekprodukten slechts bestemd zijn voor de elite. 'Friese droge worst, op turf gerookt, halen zeer uiteenlopende consumenten bij de plaatselijke slager. En soms is een streekprodukt niet duurder. Wie een goed stuk Veenweidekaas wil, koopt direct bij de boerin en betaalt minder dan in de winkel', aldus de Wageningse socioloog.

Behalve onderzoeker is Van der Meulen ook secretaris van de Stichting Landbouw en EetCultuur Nederland (Lacune). Hij werkt aan een encyclopedie waarin honderd Nederlandse streekprodukten worden opgenomen. De verzameling verschijnt volgend jaar in een boekwerk waarin vierduizend Europese streekprodukten worden opgenomen.

Daarin staat het Texelse lamshammetje zij aan zij met de beroemde Italiaanse Parmaham. Het lokale schaperas 'de Texelaar' graast op de zilte vegetatie in duinen en kwelders van het oude land. De nieuwe polderweiden zijn weliswaar produktiever, maar de ham van lammetjes uit het oude land kent een unieke licht-zoute smaak, die in exclusieve restaurants wordt gewaardeerd.

Ook tarwerassen die door de schaalvergroting teloor zijn gegaan, beleven een wederopstanding. Zeeland kent sinds vier jaar de Zeeuwse vlegel, een volkoren tarwebrood, dat op de schappen ligt bij 250 bakkers in zuidwest-Nederland. Door de warme droge zomers kunnen baktarwerassen in Zeeland goed gedijen.

Ondanks de gereserveerde tegenwerking van de gevestigde landbouwcorporaties die het kleinschalige gekneuter niet zagen zitten, startten in 1990 twintig jonge boeren met de teelt van baktarwe op zestig hectare grond. De tarwe wordt op een windmolen in eigen beheer gemalen.

'Bestrijdingsmiddelen en kunstmest zijn uit den boze. De opbrengst per hectare is een kwart lager dan gangbaar is, maar dat wordt gecompenseerd door een 40 procent hogere prijs voor het vlegeltarwemeel', aldus J. Koeman, produktmanager van de Stichting Zeeuwse Vlegel.

De Zeeuwse vlegel staat sinds 1994 op eigen benen. 'De bakkers stonden aanvankelijk niet te springen om het zoveelste nieuwe broodje in hun toch al uitgebreide assortiment. Promotie-activiteiten als lezingen, excursies en dia-series hebben bakkers en consumenten over de streep getrokken', zegt Koeman. Hij moet er niettemin hard voor knokken om de kleine, bevlogen groep Vlegeleters uit te breiden.

IN ELKE bakkerswinkel gaan dagelijks tien Vlegels over de toonbank. Volgens de bakkers geen slecht resultaat, maar volgens Koeman bedraagt het marktaandeel nog maar één procent. Hij ziet streekprodukten dan ook niet als de ultieme oplossing voor de landbouwcrisis.

'Verwacht geen grote doorbraak. De Zeeuwse Vlegel is echter evenmin een eenmalige modegril. Met eerlijke produktinformatie veroveren we via de weg der geleidelijkheid draagvlak en marktaandeel.'

Een rustige ontwikkeling, met eigen verkoopnetwerken en produktieregelementen, is volgens Koeman beter dan een spectaculaire bliksemintroduktie. 'De shophoppende consument, met voedsel als sluitpost van zijn huishoudbeurs, koopt voor de lol vast wel eens zo'n Zeeuws broodje. Je hebt echter meer aan een gestaag groeiende groep vaste consumenten', meent Koeman, die ook Zeeuws Vlegelbier aanprijst.

Voor de Zeeuwse Vlegel liggen er aanknopingspunten met het toerisme. In de zomermaanden strijken een miljoen recreanten neer langs de kust. Daarvan kunnen streekprodukten profiteren. 'Op die manier kan ook het rijkelijk vage begrip plattelandsvernieuwing handen en voeten krijgen', zegt onderzoeker Van der Meulen in Wageningen.

Minister Van Aartsen van Landbouw wil met toerisme, natuurontwikkeling en opwaardering van cultuurhistorische monumenten het snel vergrijzende platteland nieuw leven inblazen.

'Plattelandsvernieuwing is vooral een holle kreet', vindt Van der Meulen. 'Beter is het als het ministerie een fonds schept voor startsubsidies voor streekprodukten en een informatiepunt opzet voor bedrijfstechnische en juridische aangelegenheden.' Zimmermann van het LEI meent dat ook een kwaliteitskeurmerk en een garantie over de herkomst onontbeerlijk zijn.

Van een Limburgse vlaai of Goudse stroopwafel weet niemand meer wat er in gaat, en populaire kazen als Leerdammer en Maaslander komen helemaal niet uit die streken. 'Je moet de consument garanderen dat hij ook werkelijk een streekgebonden en milieuvriendelijk produkt koopt. Zo'n keurmerk maakt kopiëren onmogelijk, en zorgt ervoor dat de revenuen van de boer gewaarborgd blijven', aldus Zimmermann.

DE FEDERATIE van land- en tuinbouworganisaties (LTO Nederland) vindt streekeigen produkten 'een goede zaak' en 'een nieuwe uiting van ondernemerschap'. 'Startsubsidies zijn echter een zaak van de regionale organisaties', zegt beleidsmedewerker R. van der Post.

Net als de LTO meent het ministerie van Landbouw dat streekprodukten nooit een structurele oplossing kunnen zijn voor de problemen in de landbouw. 'Een aantal individuele boeren kunnen er mee gebaat zijn', stelt het ministerie voorzichtig.

Zo'n keurmerk of 'appellation controlé', naar voorbeeld van de Franse wijnen, is tegen het zere been. 'Het is oneigenlijke bescherming van de markt. Nu de Europese richtlijn Regionale Produkten er toch eenmaal is, hebben we een handvol Nederlandse produkten aangemeld', aldus een woordvoerder van het ministerie. Daaronder bevinden zich de Boeren Leidse kaas en de Opperdoezer Ronde.

Voor startsubsidies moeten boeren niet in Den Haag zijn. 'Streekeigen produktie is een zaak die door de sector zelf moet worden opgepakt.' De woordvoerder ziet evenmin hoe streekprodukten kunnen meeliften met de toeristische ontwikkeling van het platteland.

Evert van Benthem haakt al op eigen wijze in op het toerisme. 's Zomers trekken talloze toeristen naar de Kop van Overijssel, voor fietstochten, om te zeilen of voor trektochten met een huifkar. Van Benthem verbouwde de bovenverdieping van zijn boerderij tot educatiecentrum, vanwaar de bezoekers in de kaasmakerij kunnen kijken. Van Benthem doet daar de finesses van de kaasbereiding uit de doeken.

Er zijn plannen voor de restauratie van een oude molen in Sint Jansklooster, die meel moet malen voor een streekeigen brood. 'Kloosterbrood', denkt Van Benthem. 'Dan kunnen de toeristen die beleggen met een dikke plak Benthemmer.'

Meer over