El Greco, een schilder uit vele vaderlanden

In Venetië werd hij versleten voor een archaïsche Byzantijn; in Rome voor een maniëristische Venetiaan. In Spanje werd hem Italiaanse uitbundigheid verweten, die niet strookte met de lokale soberheid....

Van onze correspondent

MADRID

Domenikos Theotokopoulos, bijgenaamd El Greco, was tijdens zijn leven (1541-1614) weinig bemind en gewaardeerd. Het kwam, volgens zijn biografen, door zijn tomeloos vermogen mensen voor het hoofd te stoten en door een verbeten weigering zich aan heersende stilistische conventies aan te passen. Die geijkte karakterisering van El Greco probeert het museum Thyssen-Bornemisza in Madrid recht te zetten: El Greco was zo weinig geliefd, omdat hij niet begrepen werd, luidt de redenering. Want hij was een schilder, die gevormd was in één wereld, maar in staat zich een compleet andere eigen te maken.

Een gek, was niettemin de mening van veel tijdgenoten. Een van de redenen voor dit harde oordeel was zijn legendarische grootspraak. 'Michelangelo is een prima man, maar schilderen kan hij niet'. Ook deed hij de aanbeveling Michelangelos's Laatste oordeel in de Sixtijnse kapel uit te wissen. Hij zou dan bereid zijn 'met eerlijkheid en fatsoen, en schildertechnisch niet inferieur' te laten zien hoe je zo'n werk opzet.

De schilder trok, na een aantal jaren in Italië te hebben gewoond en gewerkt, naar Spanje omdat hij in Philips II een ideale opdrachtgever zag. De Spaanse vorst zat midden in de inrichting van zijn klooster-paleis El Escorial en El Greco zag zich als de aangewezen persoon om zijn stempel op het paleis te drukken. Philips II bestelde San Mauricio voor El Escorial, maar toen El Greco het kwam afleveren, vond hij het niks. Zijn stijl werd, door de strenge en sobere Philips, een liefhebber van Velazquez, te wild Italiaans bevonden.

Een voorbeeld van die 'wilde' stijl is het Apostolado, de portretten van de apostelen. El Greco schilderde hen met een onrustige, brandende blik. Zalig zijn de gekken, wilde hij aangeven, aldus El Greco-spcialist Gregorio Maranon, die ervan overtuigd is dat El Greco de inwoners van het gekkengesticht in het Hospital del Nuncio had laten poseren.

Koninklijke patronage verwierf El Greco zijn hele leven lang niet. Hij trok naar het welvarende 'burgerlijke' Toledo, ten zuiden van Madrid, waar hij een bloeiend schildersatelier begon en tal van grote opdrachten voor altaarschilderingen en portretten verwierf. Zijn atelier was zo succesvol, dat het 't karakter van een fabriek kreeg, waar de klant een prototype uit de catalogus kon kiezen dat de schilder vervolgens op elk gewenst formaat kopieerde.

Na zijn dood werd El Greco snel vergeten. Zijn 'wilde' manier van schilderen maakte geen school in Castilië en Aragon. Pas aan het eind van de vorige eeuw werd hij herondekt en bijgezet in het pantheon der allergrootsten. De tentoonstelling in Madrid wil 'een nieuwe kijk' op het werk van El Greco geven en heeft hiervoor zeventig werken bijeengebracht, waarvan er 25 nooit te zien zijn geweest in Madrid. De expositie volgt na Spanje de levensweg van de schilder in omgekeerde richting terug: eerst naar Rome, daarna naar Athene.

Een Europees burger: onder die noemer wordt El Greco gepresenteerd, met zijn verschillende 'vaderlanden', zijn eigen identiteit en de culturele veranderingen die in zijn werk weerspiegeld worden. De samenstellers van de tentoonstelling wijzen op El Greco's vorming op Kreta onder Venetiaans bestuur halverwege de zestiende eeuw, waar de byzantijnse traditie samenging met de westerse schilderkunst; op zijn komst naar Italië waar hij in contact kwam met de renaissance; op zijn vestiging in het wereldrijk Spanje uiteindelijk.

Zijn twee grootste werken hebben, als trekpleister, een plaats in de hal van het museum gekregen. Het zijn El martirio de San Mauricio, het doek dat Filips II bestelde maar niet waardeerde, en De aanbidding van de herders afkomstig uit Boekarest. Prachtig is de triptiek Vier scènes van de Passie, dat hij weliswaar in Italië schilderde, maar dat nog alle kenmerken van zijn Kretenzer achtergrond draagt.

Een andere manier om de ontwikkeling van El Greco te volgen is aan de hand van de herhalingen in zijn werk. Onder de noemer 'Transformatie' zijn reeksen werken gegroepeerd naar thema's die de schilder keer op keer weer opnam. Series als Annunciatie en De verdrijving van de handelaren uit de tempel laten perfect de ontwikkeling zien van een El Greco die net in Italië is aangekomen, tot de El Greco die aan het eind van de eeuw zijn meest karakteristieke stijl heeft gevonden.

Samensteller Alvarez Lopera wilde dat de expositie niet alleen een spectakel zou zijn, maar ook een 'wetenschappelijke redenering'. El Greco verdient zo'n benadering. Want hij is, volgens Lopera, 'een eiland in de westerse schilderkunst, de enige schilder gevormd in één taal die in staat was een andere taal te leren en die te transformeren, alleen vergelijkbaar met Picasso'.

El Greco - Identidad y Tranformacion. Museum Thyssen-Bornemysza in Madrid, tot en met 15 mei.

Meer over