EITILOP POTS (STOP POLITIE)

IN DE achteruitkijkspiegel zag ik een politieauto. Met een snelheid van 50 kilometer per uur reed ik dus de IJtunnel in, richting Zaanstad....

Na de tunnel volgt een snelwegachtige weg waar een maximum van 70 geldt. De meeste mensen rijden hier altijd 100. De politiewagen kleefde nog steeds aan me. Verder was de route verlaten. Opnieuw stond ik voor het dilemma: me als een Brave Hendrik aan de letter van de wet houden, of een beetje normaal doen.

Met mijn geweten maakte ik het af op 80 kilometer per uur.

Na een paar honderd meter keek ik over m'n schouder en zag in rode letters iets dat leek op EITILOP POTS op het dak van mijn volgauto oplichten. Ik stopte.

'Goedemorgen', zei de politieagent. 'We hebben u een tijdje gevolgd. Het viel ons op dat u een opvallende rijstijl heeft.'

Alert ingrijpen van de lippen voorkwam dat een snedig antwoord aan m'n mond ontsnapte.

'Ik wil u daarom verzoeken even te blazen.'

Ik blies. Doordat ik de hele avond warme chocolademelk had gedronken (de alcohol is in de journalistiek geheel verdrongen door chocomel), was de uitslag negatief.

De agent keek teleurgesteld, en liet even zijn blik door de auto dwalen, kennelijk in de hoop op de achterbank dan in godsnaam maar een lading atropine-pillen aan te treffen, of zestien tegen hun zin uit Thailand ontvoerde seksslavinnen.

Ik had op dat moment niets bij me.

'Wat was er eigenlijk zo opvallend aan mijn rijstijl?', vroeg ik.

'U reed zo kalm', antwoordde de agent.

'Ah, ik zal voortaan beter oppassen', verontschuldigde ik me nog, maar hij was al bij het zijraampje verdwenen.

Aan dit recente voorval (waarvan ik de rechtsfilosofische implicaties overigens nog niet helemaal heb doorgrond) moest ik denken toen ik las over het onderzoek naar geweld in huis.

Bijna de helft van de Nederlanders is daar ooit slachtoffer van geweest. 'Een aardige buurman kan thuis een bruut zijn', aldus K. Komduur van de Utrechtse politie. 'Een voorkomende collega is niet altijd een nette echtgenoot.'

(En elke gewone, royale fooien uitdelende Duitser in een Gronings restaurant is vermoedelijk zojuist uit een tbs-kliniek ontsnapt).

De woorden van Komduur brandden me in de ogen als dat rode EITILOP POTS. Ik bén namelijk een ontzettend aardige buurman, en ik bén een voorkomende, ja kalme collega. Wat heet, ik word op de redactie op handen gedragen.

Dus zal men nu wel denken: wat spookt die allemaal uit binnen zijn hoeksteen?

Vooralsnog ben ik alleen bereid die vraag te beantwoorden in aanwezigheid van mijn advocaat. Hooguit kan ik bevestigen dat ik donderdagavond mijn jongste zoontje heb geslagen: Paard B1-C3.

Rob Vreeken

Meer over