Analyse

Eindstrijd begonnen in Glasgow: oplossing voor klimaatongelijkheid is nog ver weg

Ongelijkheid is in Glasgow de spreekwoordelijke olifant in de kamer. De kwetsbaarste landen worden niet gehoord. Dat voorspelt weinig goeds voor de uitkomst van de klimaattop.

Ben van Raaij
Demonstranten voeren actie bij het Scottish Event Campus waar de COP26 wordt gehouden. Beeld ANP
Demonstranten voeren actie bij het Scottish Event Campus waar de COP26 wordt gehouden.Beeld ANP

Met nog enkele dagen te gaan zijn de stellingen voor de eindstrijd op de klimaattop in Glasgow betrokken. De woensdag gepubliceerde ontwerp-slotverklaring laat zien dat er nog heel wat moet gebeuren. Qua ambitie, als we de opwarming willen beperken tot 1,5 graad. En qua steun voor arme landen, als we de lasten eerlijk willen verdelen. COP26 maakt duidelijk dat de klimaatcrisis niet in de laatste plaats een ongelijkheidscrisis is.

De klimaatcrisis: de rijke landen zijn de veroorzakers

De klimaatcrisis wordt op de top in Glasgow, die vrijdag officieel zijn laatste dag ingaat, zozeer gepresenteerd als een mondiaal gezamenlijk probleem dat je bijna zou vergeten dat zij vooral is veroorzaakt door de rijke, ontwikkelde landen. Zij maakten als eerste het industrialisatieproces door en werden zo de afgelopen twee eeuwen verantwoordelijk voor het leeuwendeel van de historische CO2-emissies.

Wilt u dit artikel liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie.

Deze disbalans tussen rijk en arm bestaat nog steeds. De gemiddelde Nederlander veroorzaakt met zijn huis, auto en vliegvakanties acht keer meer uitstoot dan de gemiddelde Afrikaan, de gemiddelde Amerikaan zelfs 14 keer meer. De rijkste 10 procent van de wereldbevolking (met een jaarinkomen van 55 duizend dollar of meer) is volgens de Verenigde Naties verantwoordelijk voor meer dan de helft van de uitstoot van de afgelopen 25 jaar.

Volgens onderzoek van hulporganisatie Oxfam zal de rijkste 1 procent van de wereldbevolking (jaarinkomen 172 duizend dollar of meer) in 2030 met zijn exorbitante levensstijl 16 procent van de wereldwijde uitstoot voor zijn rekening nemen, twee keer zoveel als de armste 50 procent. De voetafdruk van de rijkste 1 procent is 30 keer groter dan mag om de opwarming op 1,5 graad te houden. In andere woorden: zij moeten hun uitstoot met 97 procent reduceren.

De klimaatschade: de arme landen krijgen de problemen

Heel anders is het beeld als we kijken naar de gevolgen van de klimaatcrisis. Dan zijn het juist de arme landen die het kwetsbaarst zijn voor klimaatschade (en nu al meer dan rijke landen erdoor getroffen worden). Volgens een rapport van Christian Aid verliezen zij 20 procent van hun bruto binnenlands product (bbp) in 2050 en 64 procent in 2100 bij een opwarming van 2,9 graden (waar we met het huidige beleid op afkoersen), en nog altijd respectievelijk 13 procent in 2050 en 33 procent in 2100 als de opwarming beperkt blijft tot 1,5 graad.

Deze ramingen zijn gebaseerd op de verwachte opwarming alleen. Als ook de gevolgen van extreem weer (zoals cyclonen en bosbranden) worden meegenomen wordt de schade navenant groter. De totale klimaatschade voor ontwikkelingslanden zal tegen 2030 volgens onderzoek van de Duitse Heinrich-Böll-Stiftung tussen de 400- en 580 miljard dollar per jaar bedragen. Tegen 2050 zal de schade zijn opgelopen tot 1,8 biljoen dollar per jaar.

Het is dan ook niet vreemd dat de ontwikkelingslanden (in Glasgow verenigd in de allianties van Least Developed Nations, het Climate Vulnerable Forum en de Association of Small Island States) op de klimaattop aandringen op ambitie: de rijke landen moeten zich houden aan de 1,5 procent en dus snel en drastisch terug met hun emissies, en daarom voortaan jaarlijks hun klimaatplannen aanscherpen, in plaats van om de vijf jaar zoals nu.

Daarnaast willen de arme landen meer en sneller geld voor klimaatactie, met name adaptatie. Concreet gaat het om de 100 miljard dollar per jaar die de rijke landen in 2009 voor de periode 2020-25 toezegden, maar vooralsnog slechts ten dele leverden (en dan nog vooral in leningen, niet in giften), en om een financiële regeling ter compensatie van nu al geleden klimaatschade (loss and damage). Dat laatste punt is uit den boze voor de VS en de EU, die vrezen voor hoge kosten en aansprakelijkheid. Het gaat daarnaast ook om de klimaatfinanciering voor de periode na 2025. Zo eisen Afrikaanse landen tot 2030 de som van 1,3 biljoen dollar per jaar.

De klimaatoplossing: een compromis lost weinig op

Omineus voor een bevredigende oplossing van al deze kwesties van climate justice is dat de klimaatongelijkheid ook op de top in Glasgow zelf bestaat, getuige het selecte gezelschap dat in de Blue Zone aan tafel zit. COP26 is volgens veel critici de minst inclusieve COP-klimaattop ooit. Delegaties uit ontwikkelingslanden en kleine eilandstaten zijn veel minder aanwezig dan andere jaren, net als vertegenwoordigers van actiegroepen en ngo’s (eenderde van het aantal op andere COP’s). Gevolg van covidmaatregelen (lockdowns, reisverboden en strenge Britse vaccinatie-­eisen), en extreem hoge reis- en verblijfskosten, met hotelprijzen van duizenden ponden per nacht.

Onderzoek van Global Witness toonde deze week bovendien aan dat andere partijen juist massaler dan ooit zijn uitgerukt, met name het internationale bedrijfsleven, tuk op een deal over CO2-markten. De fossiele industrie is de grootste lobby in Glasgow. Ze is present met meer dan 100 bedrijven en belangenclubs, samen ruim 500 personen, meer dan welk land ook, en groter dan de delegaties van de acht kwetsbaarste landen samen, zoals Bangladesh, Haïti en Mozambique. Omdat ngo’s en activisten dit jaar ondanks hun waarnemersstatus beperkt toegang hebben tot onderhandelingsruimten wordt de stem van de kwetsbaarsten nog minder gehoord.

Geen wonder dat het niet opschiet. Terwijl landen en bedrijven vorige week over elkaar heen buitelden om ambitieuze maar papieren CO2-reducties en zero carbon-beloften te proclameren, bleef het op financieel vlak akelig stil. De 100 miljard dollar per jaar, zoveel is duidelijk, wordt pas in 2023 gehaald (en heel misschien 2022), en onzeker is of de achterstallige betalingen sinds 2020 worden ingehaald. Op het vlak van loss and damage zit de zaak muurvast. De arme landen hopen nu maar dat ­minimaal wordt afgesproken dat zo’n regeling er op de volgende COP komt. Maar afgaande op de concept-slotverklaring zit meer dan een vage belofte er niet in.

Meer over