Eindelijk een echt persmuseum

Het was een lang gekoesterde wens, en op 4 oktober is het zover: de zelfstandige expositieruimte van het Persmuseum in Amsterdam wordt dan officieel geopend door prins Willem-Alexander....

Ramon Schimmel

HET computerspel Deadline begint zo: twee jongens zijn naar een ziekenhuis vervoerd nadat ze in een jongerencentrum onwel zijn geworden; op basis van deze sumiere informatie vraagt de hoofdredacteur je uit te zoeken wat er aan de hand is en daarover een artikel te schrijven.

Zo kunnen bezoekers van het Persmuseum journalistje spelen. Ze spelen het spel via een webcam en gaan dus virtueel op pad. Voor bijtertjes - degenen die doorvragen, veel informatie verzamelen en zich houden aan het journalistieke principe van hoor en wederhoor - draait de computer aan het eind van het spel een mooie scoop uit. Voor anderen wordt een standaardberichtje over het voorval geprint.

Wat later dan gepland vanwege de moeizame fondsenwerving opent prins Willem-Alexander op 4 oktober de zelfstandige expositieruimte van het Persmuseum in Amsterdam. Het museum bevindt zich in het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG), maar heeft een eigen entree aan de achterkant, niet te missen door de enorme lichtkrant erboven. Daarop zal het ANP nieuws gaan brengen. Nu wordt er nog hard gewerkt aan de inrichting van de vaste expostie en de eerste wisseltentoonstelling.

Het in 1902 opgerichte Persmuseum beheert ruim achttienduizend titels van kranten en tijdschriften, politieke prenten, foto's en reclamedrukwerk, en tal van archieven van journalisten. Sinds 1989 is de collectie ondergebracht in het IISG. Het museum beschikte niet over een eigen expositieruimte. De collecties waren alleen toegankelijk via een online publiekscatalogus en in de studiezaal van het IISG. 'Dat blijft zo', zegt Mariëtte Wolf, directeur van het museum. 'Maar nu komt daar het museum bij, een lang gekoesterde wens.'

De vaste opstelling onder de titel Start de persen! toont de geschiedenis van de Nederlandse pers van 1600 tot heden. Een introductiefilm over vierhonderd jaar nieuws schetst het kader van de tentoonstelling. De bezoeker kan de film bekijken vanuit een luie stoel, een strandstoel, en zelfs vanaf een wc-pot. 'De krant wordt immers overal gelezen', zegt Wolf.

De film toont ook hoe een krant gemaakt wordt. Het resultaat daarvan is te zien in een selectie van originele voorpagina's van verschillende kranten en tijdschriften die in chronologische volgorde zijn opgehangen. Wolf: 'Formaat, typografie, kleurgebruik en de verhouding tussen tekst en beeld maken de ontwikkelingen die de pers heeft doorgemaakt, in één oogopslag duidelijk.'

Vervolgens wordt in drie sfeeropstellingen ingezoomd op drie tijdsgewrichten. De bezoeker maakt kennis met Abraham Casteleyn en zijn wereldberoemde Oprechte Haerlemse Courant (1656-1681), met de patriot Pieter 't Hoen en zijn opinieweekblad de Post van den Neder-Rhyn (1781-1787), en met de invloedrijke krantenman Hak Holdert en het succesverhaal over De Telegraaf (1902-1930). Oude documenten, soms in laden verstopt, teksten, filmpjes en geluidsfragmenten maken elke periode inzichtelijk.

't Hoen maakte politiek tot nieuwsonderwerp en introduceerde de opiniërende pers. De opkomst van de massapers en de pro-geallieerde toon van De Telegraaf tijdens de Eerste Wereldoorlog zijn de onderwerpen die verbonden zijn met Hak Holdert. Een nagebootst mini-redactielokaal van De Telegraaf, met typemachine en telefoon, moet de sfeer oproepen van begin twintigste eeuw.

Dan wordt de sprong gemaakt naar het heden. Hier speelt de bezoeker zelf een actieve rol. Via een touchscreen kunnen vragen worden gesteld aan de hoofdredacteuren van onder meer de Volkskrant, De Telegraaf, de Leeuwarder Courant en Metro. Hoe ziet volgens hen de toekomst van de kranten eruit? Wat is hun grootste journalistieke succes, en hun grootste blunder?

Het computerspel Deadline kan worden gespeeld aan wat Wolf de interactieve leestafel noemt. Bezoekers willen niet alleen iets leren, maar ook iets ervaren, meent zij. 'En pubers moeten het museum ook leuk vinden. We willen niet alleen geïnteresseerde studenten en journalisten over de vloer.'

Op de leestafel staat het A-B-C van het nieuws, een selectie van nieuwsberichten uit de voorbije vierhonderd jaar. Zo is het bakje met daarop de letter X gevuld met berichten die de afgelopen decennia zijn verschenen over xenofobie. Actuele kranten en tijdschriften ontbreken niet, evenmin als het bakje koffie en actuele persfoto's: de foto's van de maand uit het vakblad De Journalist worden vergroot en met een korte toelichting gepresenteerd in een speciale vitrine.

Naast de vaste tentoonstelling worden twee tot drie maal per jaar wisselende exposities ingericht. Daarbij ligt de nadruk op de geïllustreerde pers, zoals politieke tekeningen, persfotografie en strips. De vaste expositie is vrij hoogdrempelig, vindt Wolf. 'De wisselexpositie moet tegenwicht bieden.'

De eerste wisselexpositie, De getekende eeuw, toont volgens Wolf de honderd mooiste en meest geruchtmakende politieke prenten van de twintigste eeuw. De originele prenten, tot 8 april 2002 te zien, worden 'als een tijdlint opgehangen, waarbij nieuwsberichten de context weergeven en de hele twintigste eeuw aan je voorbijtrekt'. Er is werk te zien van onder anderen Albert Hahn, Tjerk Bottema, Peter van Straaten en de onlangs overleden Opland.

Bij de uitgang toont een mobile het tweede leven van kranten. Eenmaal gelezen wordt de vis erin verpakt of wordt er een hoedje of bootje van gevouwen. Want, zegt Wolf: 'We willen de betekenis van de krant ook een beetje relativeren.'

Meer over