Einde van het gaullisme is in zicht

President Chirac spreidde eerder deze week in een tv-toespraak een formidabele vernieuwingsdrift ten toon. Die kon echter niet verhullen dat de werkelijke crisis in Frankrijk draait om het naderende einde van het gaullisme....

MARTIN SOMMER

Van onze correspondent

PARIJS

Philippe Séguin, leider van de gaullistische beweging Rassemblement pour la République (RPR) kenschetste onlangs zijn met het Front National pacterende partijgenoten als 'zij die hun soepje koken in hun hoekje'. Een mooie zinsnede en een verwijzing naar de grote generaal, die ooit had getoornd op lieden die het nationale belang lieten varen voor 'hun potje' gekookt op 'hun pitje'.

In de Franse politiek duikt Charles de Gaulle nog altijd te pas en te onpas op, vooral uiteraard in Chiracs RPR die op de erfenis van de generaal is gegrondvest. Ook de dramatische toestand waarin de rechtse partijen zich door toedoen van het Front National bevinden, gaat in zekere zin terug op De Gaulle.

Het was zijn minister André Malraux die de gaullistische stelling formuleerde: 'Tussen ons en de communisten is niets.' Het betekende dat de Franse communistische partij door de generaal als enige op links werd geaccepteerd als gesprekspartner. Ten koste van de socialisten en met als gevolg de verdeeldheid die links tot 1981 buiten de macht hield.

Toen hij eindelijk president was, bedacht de socialist François Mitterrand het omgekeerde: tussen ons en het Front National is er niets. Sinds afgelopen vrijdag, toen een deel van UDF en RPR zich ondanks het verbod van de partijtop liet steunen door het Front National, lijkt dat een adequate beschrijving van de situatie.

President Chirac probeerde maandagavond voor de televisie nog te redden wat er te redden was. Zijn veroordeling van een 'racistische en xenofobe' politiek was van een ongekende hardheid, en hij kondigde stappen aan om de Franse politiek te moderniseren: 'Vervanging van afgevaardigden, een groter aantal vrouwen in het openbare leven, hervorming van bepaalde kieswetten, aanpakken van opeenstapeling van mandaten, een plaats voor het lokale en nationale referendum, en nog een aantal andere veranderingen zijn denkbaar.'

De hervormingsdrift van de president kende geen grenzen. Zoals wel vaker wanneer politici het antwoord schuldig blijven, zocht ook Chirac het in de institutionele verandering. De werkelijke crisis - maar dat kon natuurlijk niet over Chiracs lippen komen - is het voorzienbare einde van het gaullisme.

Geen kleinigheid: oud-minister Hervé de Charette, zelf rechts, sprak in een opmerkelijk vraaggesprek met Le Monde van 'de ruïne van rechts' en van 'het politiek belangrijkste evenement van onze generatie'.

Dat laatste is misschien wat te groot gedacht, maar zonder twijfel wijst het pacteren van een flink deel van het rechtse partijkader met het Front National op losgeslagen ankers. Charles de Gaulle is voor veel Fransen nog altijd 'de man van 18 juni' - de datum in 1940 toen hij, kort na de capitulatie voor Duitsland, de Fransen in een radiotoespraak opriep door te vechten.

Het gaullisme is geworteld in het verzet; daarentegen staat het Front National niet alleen voor het naar huis sturen van Afrikanen zonder visum, maar ook voor de uitspraak van Le Pen dat Auschwitz 'een detail in de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog' is. De oversteek tussen de twee is, hoe je het ook wendt of keert, een forse stap.

De voormannen van de RPR - Chirac incluis - hebben eerst te maken met een disciplineringsprobleem van de lagere echelons. Maar daarachter schuilt het werkelijke, gapende, onoplosbare dilemma. Want de keuze tussen vernieuwen of niet doet zich eigenlijk niet voor. Vernieuwen betekent afrekenen met de essentie van het gaullisme. Niet vernieuwen betekent sterven - een keuze tussen de kogel of de galg.

Ook de andere Franse partijen hebben het moeilijk. Voor de regionale verkiezingen ging 58 procent van de stemgerechtigden naar de stembus. Alle partijen, links en rechts, zijn aangetast door corruptie-affaires, en niet voor niets heeft Le Pen doorlopend succes met zijn nummer 'tous pourris' (allemaal verrot). Het ontbreekt ze allemaal aan antwoorden op de mondialisering, of de werkloosheid - terwijl de Franse politieke mores voorschrijven dat de politicus 'de politiek van de wil' uitstraalt: de staat lost uw probleem wel op.

Maar alleen onder het gaullisme is dat 'voluntarisme', gesymboliseerd in een president die de kracht van Frankrijk in binnen- en buitenland uitstraalt, de essentie van de leer. Voor het gaullisme is het dodelijk dat de politiek zijn beloften aanhoudend niet waarmaakt.

De andere partijen, van liberaal tot socialistisch, hebben aanzienlijk meer bewegingsruimte. 'De staat', schrijft De Gaulle in z'n Mémoires de guerre, 'is geen samenraapsel van particuliere belangen waaruit nooit meer dan zwakke compromissen kunnen komen, maar een instelling van besluiten, van actie, van ambitie, die slechts het nationale belang uitdrukt en dient.' Leg de televisie-interventie van Chirac en dit citaat van De Gaulle naast elkaar, en de conclusie die zich opdringt is dat het gaullisme op zijn laatste benen loopt.

Meer over