Einde van het communisme bracht vrouwen nauwelijks kans op politieke of maatschappelijke carrière: Poolse vrouwen schoten weinig op met Walesa

De post-communistische regeringen van Polen hebben weinig op met vrouwen. De privileges van weleer worden gebruikt om hen te discrimineren en vrouwen in de politiek blijven witte raven....

Van onze correspondent

Cees Zoon

WARSCHAU

'Ik had liever weer een vrouw', mompelde president Lech Walesa, toen hij in februari hoorde dat Jozef Oleksy de coalitie-kandidaat voor het premierschap van Polen was. 'Om de een of andere reden kan ik beter met vrouwen opschieten.'

De opmerking was niet geheel ontbloot van opportunisme, maar gold niettemin als een compliment aan Hanna Suchocka, die in de jaren 1992 en 1993 de eerste vrouwelijke premier van Polen was en door vriend en vijand werd geprezen. En inderdaad, zij was de enige regeringsleider met wie Walesa als president niet élke dag oorlog voerde.

Vrouwen in de Poolse politiek blijven witte raven, en zeker vrouwen in belangrijke functies. Walesa komt de eer toe dat hij de benoeming heeft doorgedrukt van Hanna Gronkiewicz-Waltz tot president van de Nationale Poolse Bank, een functie die zij met zoveel verve vervult dat ze vorig jaar als tweede eindigde op een lijst van 29 centrale bank-directeuren in de wereld, samengesteld door het Amerikaanse blad Global Finance. Gronkiewicz wordt nog altijd getipt als een mogelijke kandidaat voor de presidentsverkiezingen in het najaar.

Maar Walesa's voorkeur voor vrouwen dient niet overdreven te worden. Op zijn eigen kanselarij werken slechts drie vrouwen op leidinggevende posten, onder wie Maria Rymarowicz, die directeur is van het kabinet van Mieczyslaw Wachowski, de voormalige chauffeur van Walesa die zich ontwikkeld heeft tot een alter ego van de president en een zeer machtig man.

Vrouwen verschenen pas in 1989 op het politieke toneel in Polen. In de communistische jaren waren zij natuurlijk wel vertegenwoordigd in de diverse applaus-machines van de partij, die samengesteld werden op grond van een nauw omschreven systeem van quota uit verschillende sectoren van de maatschappij.

In de eerste post-communistische regering van Tadeusz Mazowiecki werden twee vrouwen opgenomen, op het ministerie van Cultuur en als regeringswoordvoerster. Zijn opvolger Bielecki koos een vrouw op het ministerie van Industrie en benoemde een regeringscommissaris met ministeriële rang voor vrouwenzaken. De conservatieve premier Olszewski meende geen vrouwen nodig te hebben en ook Hanna Suchocka benoemde in haar kabinet geen enkele sexegenote.

De riante verkiezingsoverwinning van de voormalige communisten betekende geen grote stap vooruit voor de vrouwen. Onder premier Pawlak werd Barbara Bilda minister van stadsplanning en bouw. Het kabinet maakte zich impopulair door een aarzelende koers, maar Bilda mocht zich in een aanzien verheugen dat haar de kwalificatie 'de enige vent in de regering' opleverde. Bij de reshuffle door Oleksy behield zij haar portefeuille.

Pawlak had heel Polen verbaasd met de benoeming van zijn woordvoerster: de jonge en onervaren Ewa Wachowicz, wier enig wapenfeit was dat zij recentelijk tot miss Polen was verkozen. Zij werd door Oleksy prompt ingeruild voor Aleksandra Jakubowska, een bekende en zeer geroutineerde journalist.

Vrouwen zijn wel aanwezig op het niveau van staatssecretaris. De bekendste was Danuta Waniek, de eerste vrouw die in zo'n hoge positie op het ministerie van Defensie werd benoemd. Waniek heeft inmiddels ontslag genomen en is benoemd tot leider van de verkiezingscampagne van ex-communisten-kandidaat Aleksander Kwasniewski. De eerste leus die zij bedacht: 'Iedere vrouw stemt op Alex.'

In het parlement liggen de verhoudingen iets gunstiger, maar de inbreng van vrouwen blijft getalsmatig beperkt. Van de 460 afgevaardigden in de Sejm zijn er zestig vrouw, terwijl slechts dertien van de honderd senatoren vrouwen zijn.

Maar die vrouwelijke parlementariërs zijn wel bijzonder actief. Op een enkele uitzondering na hebben zij zich aangesloten bij de Parlementaire Vrouwengroep, die buiten de partij-politieke strijd om de belangen van de Poolse vrouwen probeert te behartigen en daarbij veel stampij maakt.

Dat is hard nodig, want de positie van de Poolse vrouw is er sinds de val van het communisme niet onverdeeld beter op geworden. Om te beginnen is daar de nieuwe abortuswet, onder druk van de katholieke kerk tot stand gekomen, en een van de strengste van Europa. Die wet maakt abortus praktisch onmogelijk. De vrouwengroep heeft er binnen en buiten het parlement heftig tegen geageerd, maar heeft de wet uiteindelijk niet kunnen torpederen.

Artikel 78 van de Poolse grondwet stipuleert dat 'in de Republiek Polen vrouwen gelijke rechten hebben als mannen op alle terreinen van het leven'. In de praktijk blijkt het opeisen van die gelijke rechten niet altijd eenvoudig.

Wanda Paruszewska voert een gevecht om het gelijke-rechten-artikel tot meer dan een stuk papier te maken. Zij werd gedwongen haar baan op te geven toen ze zestig jaar werd. Was zij een man geweest, dan had ze nog vijf jaar mogen blijven werken.

Het recht van vrouwen om op hun zestigste met pensioen te gaan is ooit gecreëerd als een privilege, een voorkeursbehandeling omdat vrouwen 'aanvullende verplichtingen' hebben. Maar het privilege draait in veel gevallen uit op een plicht. Bedrijven in problemen gebruiken de clausule niet zelden voor inkrimpingen.

Wanda Paruszewska wendde zich tot de Commissaris voor de Bescherming van Burgerrechten, zoals de nationale ombudsman voluit heet. Deze weigerde de kwestie in behandeling te nemen. Volgens Malgorzata Fuszara van het Centrum voor Sociaal en Legaal Onderzoek naar de Positie van Vrouwen van de Universiteit van Warschau is Paruszewska een onderdeel van een veel groter probleem.

'De vervroegde pensionering is maar een voorbeeld van de vele regelingen die vroeger omschreven werden als privileges voor de vrouw, maar nu ordinaire excuses voor discriminatie zijn geworden.'

Dat ombudsman Zielinksi de zaak negeert, is een teken aan de wand, aldus Jolanta Plakwizc van de Poolse Feministenbond: 'Zielinski beschouwt vrouwen niet als een aparte groep wier rechten speciale bescherming vereisen. Hij spreekt van ''burgers'' en weigert te erkennen dat meer dan de helft van die burgers wordt gediscrimineerd, zowel in de wet als in de praktijk, op grond van hun sexe.'

Vrouwen zijn het hardst getroffen door een hele reeks sociale maatregelen van alle post-communistische regeringen in Polen, ongeacht hun kleur. Zo is uit de arbeidswet een clausule geschrapt die speciale bescherming verleent aan één-ouder-gezinnen. Heel wat alleenstaande moeders hebben hun baan verloren en vrouwen blijken bijna twee keer zo lang werkloos te zijn als mannen.

Een ander terrein waarop de Poolse wet nodig aanpassing behoeft is dat van de echtscheiding, maar dat is in het katholieke Polen bepaald geen prioriteit. Zo kent het Poolse systeem van alimentatie geen voorziening tegen de inflatie. Fuszara stuitte onlangs op het geval van een vrouw die 8 zloty per maand aan alimentatie ontvangt, genoeg voor een fles Coca Cola. 'Deze vrouw moet minstens een keer per jaar naar de rechtbank om te bewijzen dat de inflatie bestaat.'

Inmiddels is eindelijk de post van regeringscommissaris voor vrouwen- en gezinszaken opgevuld. Het werk werd er een tijd bij gedaan door minister Blida, die uit het parlement werd overstelpt met kritiek. De functie wordt nu vervuld door Jolanta Banach van de regerende SLD. Een specialist op het terrein van vrouwenzaken die haar handen vol krijgt.

Dit is de derde aflevering in een serie voorafgaand aan de vrouwenconferentie in Peking. Eerdere delen verschenen op 8 en 15 juli.

Meer over