Einde van de matiging

MEER GELD en korter werken. Met die eis gaat de grootste vakbond in de marktsector komend jaar de cao-onderhandelingen in....

Maar het is het signaal dat telt. En dat is ondubbelzinnig. Als zelfs de dagelijkse leiding van de industriebond erkent dat loonmatiging te weinig werkgelegenheid heeft opgeleverd, komt de weg vrij voor ouderwetse poencontracten.

Zo ver is het nu nog niet. De bond wil in 1996 in de collectieve arbeidsovereenkomsten een combinatie van een verkorting van de werkweek en een reële loonsverhoging van 1 procent voor zijn leden. Dat betekent een looneis van naar schatting 3 procent omdat de inflatie ergens rond de 2 procent uitkomt.

Met een echte loonsverhoging van 1 procent probeert de industriebond een groep opstandige kaderleden de wind uit de zeilen te nemen. Zij kondigden eerder dit jaar aan dat ze in 1996 gewoon weer geld willen zien. Niets matigen, eruit halen wat erin zit, luidt de boodschap.

In de voorbesprekingen van de bond met zijn leden zijn looneisen van 8 procent over tafel gegaan en door de bond als onrealistisch aan de kant geveegd. Het is te hopen voor Krul en de zijnen dat deze leden een reële inkomensverbetering van zegge en schrijve 1 procent niet even onrealistisch vinden.

Het voorzichtige einde van de matiging, zoals nu door Krul gepropageerd, komt overigens niet uit de lucht vallen. Ook binnen het CNV gaan stemmen op te breken met de zuinige lijn. En ook daar wordt geroepen om een verdere verkorting van de werkweek en meer maatwerk in de bedrijven.

Invoering van een 36-urige werkweek, eventueel gekoppeld aan verlenging van de bedrijfstijd, kan er in ieder geval toe leiden dat er minder banen verloren gaan. Dat is voor de Industriebond FNV geen luxe. De bond beweegt zich in een sector waarin torenhoge bedrijfswinsten gekoppeld lijken aan afkalvende werkgelegenheid.

Die ontwikkeling is niet te stoppen. Automatisering, technologische vernieuwing en verplaatsing van produktie naar elders, leiden tot het verdwijnen van arbeidsplaatsen. Herverdeling van arbeid kan dat proces niet stoppen, wel vertragen.

De tragiek voor de industriebonden is daarbij dat uitgerekend de bedrijfstak waar het meeste behoefte is aan behoud van werk, de metaalindustrie, het minst voelt voor verkorting van de werkweek. Nu de deur open staat voor poencontracten, lijkt verdergaande arbeidstijdverkorting verder weg dan ooit.

Meer over