Einde van de hypermoraliteit

HET AFGELOPEN najaar werd de filosofische wereld opgeschrikt doordat de Duitse filosoof Peter Sloterdijk in een lezing voor vakgenoten zou hebben bepleit de eugenetica te benutten om een beter mensenras te kweken....

Toen Vrij Nederland een vertaling publiceerde van de gewraakte fragmenten werd duidelijk dat het een storm in een glas water was. Sloterdijk zegt veel minder dan journalisten hem in de schoenen hadden geschoven. Hij wordt ervan beschuldigd een gevaarlijk spel te spelen met de eugenetica, terwijl hij, integendeel, zijn gehoor wil waarschuwen het gevaar dat in genetische manipulatie schuilt niet te bagatelliseren. Wanneer hij het kader schetst waarbinnen de filosofie in het verleden heeft nagedacht over het vormen en cultiveren van mensen en daarbij de namen noemt van Plato, Nietzsche en Heidegger - inderdaad niet direct de meest democratische denkers - wordt dat opgevat als een bewijs van instemming met deze ideeën.

Inmiddels is Regels voor het mensenpark in een integrale vertaling verschenen, aangevuld met, in chronologische volgorde, de belangrijkste commentaren. Als deze verzameling oordelen en opvattingen één ding duidelijk maakt, is het wel hoe desastreus de gevolgen kunnen zijn van onzorgvuldig lezen. De eerste kritische stukken die in de Duitse pers verschenen, geven blijk van een slordige en oppervlakkige lezing van Sloterdijks tekst en een gebrek aan kennis van het filosofische discours in het algemeen. Wie de originele tekst niet kende, moest wel verontrust raken door deze alarmerende berichten.

Wie verder leest, komt erachter dat de affaire op nog minstens twee andere manieren te verklaren valt. Daar is om te beginnen de twijfelachtige rol die de filosoof Jürgen Habermas speelt. Het is een tamelijk onsmakelijk verhaal. Habermas, die tot op heden beschouwd wordt als dé toonaangevende Duitse filosoof, zou zijn leerling Thomas Assheuer, journalist bij de Frankfurter Allgemeine Zeitung, een brief hebben geschreven waarin hij hem aanzette tot het schrijven van een misleidend stuk over de lezing van Sloterdijk. Aanvankelijk ontkende Habermas zijn aandeel in de affaire, maar de bewuste brief dook op en werd op de ARD voor de camera getoond.

Het Franse Magazine Littéraire suggereerde al direct nadat de affaire uitbrak dat hier meer aan de hand was dan een journalistieke hetze. We zouden getuige zijn van een belangrijke machtsovername in Duits-filosofische kringen. Inderdaad stamt zowel Sloterdijk als Habermas uit dezelfde filosofische school, de zogenaamde Frankfurter Schule, die al tijdens en vooral na de Tweede Wereldoorlog een marxistisch onderzoeksprogramma opzette met het doel de Duitse burgers tot ware democraten op te voeden. De inzichten van de Frankfurter Schule, ook wel bekend als Kritische Theorie, hebben altijd zwaar gewogen in het Duitse intellectuele debat en gaven het de morele toonzetting die ook nu nog kenmerkend is.

Dat Sloterdijk de coming man was, was al geruime tijd zichtbaar. Uit het in 1983 verschenen monumentale werk Kritiek van de cynische rede kon worden afgeleid dat we van deze denker nog opzienbarende boeken mochten verwachten. Inmiddels is hij bezig deze verwachting in te lossen met een nog monumentaler werk in drie lijvige delen, Sphären, waarvan de eerste twee delen intussen uit zijn.

Dat Sloterdijk het op belangrijke punten met Habermas oneens is, was eveneens al langere tijd duidelijk. Waar Habermas vooral voortgaat in de lijn van de Frankfurter Schule en zijn denken als een aanvulling daarvan opgevat kan worden, breekt Sloterdijk veel radicaler met de in deze stroming gebruikelijke gedachten. De decennialang gepredikte Vergangenheitsbewältigung vindt haar oorsprong in een denken dat de tijd als beslissend ijkpunt neemt. Sloterdijk maakt hier een rigoureuze wending en neemt de ruimte als paradigma voor zijn denken. Ook spreekt de titel van zijn nieuwste werk, Sphären, hier boekdelen.

Het is ironisch dat Sloterdijk, terwijl hij de traditie van de Frankfurter Schule op paradoxale wijze voortzet, bijna ten val wordt gebracht door het strenge moralisme dat door haar in het leven werd geroepen. De Duitse intellectuelen kennen een lange geschiedenis van affaires, alle voortgebracht door een over haar kop geslagen morele waakzaamheid.

De affaire Sloterdijk onderbrak ternauwernood de commotie over Martin Walser, die eveneens beticht werd van fascistoïde neigingingen. Antje Vollmer, vice-voorzitter van de Bondsdag, memoreert een lange lijst 'van grote namen die verdacht zijn gemaakt en een slechte reputatie hebben gekregen: Botho Strauss, Anselm Kiefer, Hans Magnus Enzensberger, Peter Handke - hun werd allemaal 'gevaarlijk denken', afglijden in een 'afgrond' of 'vissen in troebel water' verweten'.

Vollmer merkt terecht op dat Sloterdijk de eerste lijkt te zijn die niet als verliezer uit de strijd komt. Sloterdijks antwoord aan de oorspronkelijke boosdoener Thomas Assheuer is sterk en blinkt uit in ironie. Zijn open brief aan Habermas is vinniger en duwt Habermas met zijn neus op de tegenstrijdigheden in zijn denken terwijl hij de discussie tegelijkertijd naar een hoger plan tilt. Hij besluit zijn analyse nuchter: 'Eigenlijk is de situatie niet zo geheimzinnig: het tijdperk van de hypermorele zonen van nationaal-socialistische vaders loopt gaandeweg ten einde. Een wat vrijere generatie rukt op. Voor haar betekent de traditionele cultuur van verdenking en beschuldiging niet meer zo veel.'

Hoewel Sloterdijks eigen denken beslist schatplichtig is aan de Frankfurter Schule, kan hij haar in deze zin toch ten grave dragen: 'De Kritische Theorie is op 2 september j.l. gestorven. Ze was al geruime tijd bedlegerig, de kribbige oude dame, nu is ze van ons heengegaan. We zullen samenkomen aan het graf van een tijdperk om de balans op te maken, maar ook om het einde van een hypocrisie te gedenken.'

Meer over