Einde in verschiet voor Droog Design

Bestuurslid en oprichter Bakker stapt op...

AMSTERDAM Gijs Bakker (1942) is per 1 mei opgestapt als bestuurslid van de stichting Droog Design. Bakker richtte het ontwerpplatform in 1993 op met Renny Ramakers (1946). Als reden voor zijn opstappen noemt Bakker ‘een voortschrijdend verschil van inzicht over de zakelijke en inhoudelijke koers van Droog Design’. Dit leidde tot een ‘onwerkbare situatie’. In afwachting van financiële vergoeding geeft Bakker geen toestemming voor nieuwe activiteiten van Droog Design in de Benelux, waarmee na vijftien jaar het doek zou vallen voor het invloedrijke ontwerpplatform.

Het conflict tussen de twee oprichters van Droog Design is professioneel en niet persoonlijk, benadrukt Bakker. Hun jarenlange samenwerking omschrijft Bakker als ‘boeiend’ en ‘vol chemie’. Bakker: ‘Ik heb me altijd meer op de vakinhoudelijke koers van Droog Design gericht, Renny meer en meer op de zakelijke activiteiten. Maar de balans tussen commercie en vakinhoudelijke verdieping kwam de afgelopen steeds meer uit het lood te staan.’ Beide partijen communiceren al maanden uitsluitend via advocaten.

In 2006 werd de stichting Droog Design, die een culturele doelstelling heeft, uitgebreid met een aparte bv die de naamsbekendheid van het ontwerpplatform gebruikt voor commerciële activiteiten, waaronder een productlijn en winkels in Amsterdam en Tokio. Bakker had daar naar eigen zeggen geen aandeel in. De directe aanleiding voor de breuk is de opening van Droog New York, een ambitieuze winkel annex galerie die dit voorjaar werd geopend op een prominente locatie op Manhattan. Bakker: ‘Ook deze onderneming gaat helemaal buiten mij om. Niettemin wordt een deel ervan betaald uit de overkoepelende organisatie. Dat loopt op tot 1,5 miljoen euro per jaar. Dat gaat ten koste van het scouten, ontwikkelen en produceren van vernieuwende producten van aanstormende ontwerptalenten, wat het bestaansrecht is van Droog Design.’

Droog Design heeft een doorslaggevende invloed gehad op het florerende ontwerpklimaat in Nederland sinds de jaren negentig. Met spraakmakende tentoonstellingen en projecten was dit ontwerpplatform de drijvende kracht achter de eigenwijze, humoristische en conceptuele ontwerpstijl die nu bekend staat als Dutch design. Belangrijke ontwerpers als Hella Jongerius, Jurgen Bey en Marcel Wanders brachten hun eerste producten uit onder de vleugels van Droog.

Maar de laatste jaren is de prominente rol van Droog Design uitgespeeld, meent Bakker. ‘Jonge ontwerpers voelen zich steeds minder verwant met de dwingende ontwerpvisie van Droog dat producten een conceptuele basis moeten hebben. Dat roept bij mij ook vragen op over de haalbaarheid van zo’n prestigieuze winkel in New York. Deze onderneming kan alleen rendabel zijn als er concessies worden gedaan aan de vraag van de markt. Maar ik weiger de inhoudelijke koers te laten bepalen door commerciële overwegingen.’

Ondanks het opzeggen van zijn bestuursfunctie blijft Bakker nog voor 50 procent eigenaar van de merknaam Droog Design, die hij in 1993 bedacht. ‘Zolang ik geen financiële vergoeding krijg voor alle tijd en energie die ik de afgelopen vijftien jaar, met veel plezier overigens, in Droog Design heb gestopt, kan er natuurlijk geen sprake van zijn dat er nieuwe activiteiten worden ontplooid.’

Ramakers zegt in een reactie zich niet te herkennen in het beeld dat zij alleen het zakelijke belang van Droog Design heeft gediend. ‘De inhoudelijke koers is altijd door ons beiden uitgezet. Alleen heb ik ook de commercie op me moeten nemen, omdat er geld moet worden verdiend. Die activiteiten heb ik volledig met eigen geld bekostigd, inclusief de winkel in New York, en ik loop ook alle risico’s. Ik heb Bakker overigens aandelen en winstdeel aangeboden maar dat heeft hij niet geaccepteerd. Bovendien, er wordt er nog helemaal geen winst gemaakt dus er valt niets te delen.’

Of er nieuwe activiteiten mogen worden ontplooid, is iets waar advocaten zich over moeten buigen, meent Ramakers. ‘Maar Droog gaat hoe dan ook door. Bij de stichting werkt een team van meer dan tien mensen. Moet ik die dan zomaar opzij schuiven omdat een bestuurslid geld wil zien?’

Meer over