Einde der tijden is reinigingsritueel

Het einde der tijden is nabij. De Mayakalender eindigt op 21 december 2012 - precies op het uitzonderlijke moment dat de aarde en de zon op één lijn in het hart van de melkweg staan. Onheilsprofeten beweren dat daardoor een omkering plaatsvindt van elektro-magnetische velden waardoor de aarde van binnenuit opwarmt, verschroeit door de zon of juist verandert in een ijsklomp.

Talloze andere verhalen over het einde der tijden zijn razend populair. Gingen rampenfilms uit de jaren zeventig vooral over neerstortende vliegtuigen (Airport, 1970), zinkende schepen (The Poseidon Adventure, 1972) of brandende flatgebouwen (Towering Inferno, 1974), sinds de eeuwwisseling nemen wij met niets minder genoegen dan een totale verwoesting van de wereld. Consumenten van films als Armageddon (1998),The Day after Tomorrow (2004) en, jawel, 2012 (2009) van Roland Emmerich, laven zich aan knap gevisualiseerde en breed uitgemeten natuurrampen, tsunami's, komeetinslagen of vulkanische erupties die in korte tijd de aarde vernietigen.

Dit denken over de apocalyps is natuurlijk te herleiden tot de joods-christelijke religieuze traditie in het Westen - vooral De Openbaring van Johannes uit het Nieuwe Testament - maar vormt een blauwdruk voor verschillende seculiere kennisvormen. Veel van de moderne wetenschap is geënt op de christelijke leer dat de geschiedenis een inherent doel kent en dat er in de toekomst collectieve verlossing ligt. De in de Verlichting verankerde sociale theorieën van Auguste Comte (1798-1857) en Karl Marx (1818-1883), bijvoorbeeld, onderscheidden verschillende historische stadia van onwetendheid, onderdrukking en (klassen)strijd die onvermijdelijk en abrupt uitmonden in een verlossing van de mensheid. Bij Comte was dat het 'positivistische stadium' waarin wetenschappelijke kennis de mens zou bevrijden en bij Marx het 'arbeidersparadijs' dat, na de klassenstrijd tussen bourgeoisie en proletariaat, zou aanbreken.

Vergelijkbare apocalyptische schemata vinden we onder hedendaagse computerexperts. In zijn invloedrijke boek The Singularity is Near: When Humans Transcend Biology (2005) beweert Ray Kurzweil bijvoorbeeld dat de exponentiële groei van technologie - de halfjaarlijkse verdubbeling van computercapaciteiten ('Moore's Law') en ontwikkelingen van nanotechnologie en artificiële intelligentie - plotsklaps resulteren in een wereld waarin machines bewustzijn krijgen, mensen cyborgs worden of zelfs hun bewustzijn kunnen uploaden in een computernetwerk om daar, als lichaamsloze entiteiten, eeuwig te leven. Dit scenario - dat resoneert met apocalyptische sciencefictionfilms als Strange Days (1995), The Matrix (1999) of Existenz (1999) - treedt niet alleen duidelijk in de voetsporen van de christelijke traditie maar introduceert, letterlijk, een technologisch equivalent van bijbelse thema's als wederopstanding, onsterfelijkheid en een 'nieuw Jeruzalem' op aarde.

Dergelijke scenario's wijzen op een secularisering van de apocalyps. In wat de Duitse socioloog Ulrich Beck een 'risicosamenleving' noemt, domineren de onvoorziene en potentieel catastrofale neveneffecten van menselijk handelen: de opstand der machines, zwarte gaten in deeltjesversnellers, tsunami's, kernrampen of de 'millenniumbug' - het zijn allemaal apocalyptische scenario's waarin niet God maar de goddeloze mens zelf de eindtijd teweegbrengt. Secularisering en verwetenschappelijking kleuren echter niet alleen de inhoud van de eindtijdscenario's maar verklaren ook waarom zoveel mensen erdoor gefascineerd zijn. De voortschrijdende moderne wetenschap, stelde de socioloog Max Weber een eeuw geleden, kan de wereld beschrijven zoals die 'is' maar kan en mag niets zeggen over de morele betekenis en het doel van de wereld. Sterker nog: zij toont dikwijls aan dat de wereld principieel betekenisloos is - denk bijvoorbeeld aan de willekeur van processen van evolutie waar volgens biologen geen hoger, dieper of sturend plan aan ten grondslag ligt.

Ultieme onthaasting

In zo'n 'onttoverde wereld' is 'zin' niet langer een gegeven maar een schaars goed en zijn betekenisvolle, pseudoreligieuze verhalen over een eindtijd interessanter dan ooit. Daar komt bij dat westerse burgers steeds meer worden geconfronteerd met sociale systemen die zij niet kunnen beheersen of begrijpen. Onzichtbare geldstromen stormen als natuurkrachten over de aarde en lijken in handen van bankiers, monetaire fondsen en politici, volledig ongrijpbaar. De eurocrisis woekert en Jan Kees de Jager komt dagelijks met 'fundamentele oplossingen' die de dag daarna al weer passé zijn; politiek is in de ogen van veel burgers een Europees of mondiaal machtsspel geworden terwijl de 'grote graaiers' van kapitalistische multinationals hun zakken ongebreideld vullen met bonussen - ook in tijden van economische crisis. Systemen woekeren, de wereld draait door. Onze postmoderne cultuur, schreef de Franse filosoof Jean Baudrillard, 'is als een lijk waarvan de haren en de nagels nog doorgroeien'.

Aangestuurd door dit cultureel onbehagen sluiten veel burgers zich aan bij populistische partijen, anti-globalisten of de Occupybeweging. Of zij mediteren, onthaasten en plaatsen zichzelf daarmee subjectief buiten de tijd. Hele volksstammen doen tegenwoordig aan yoga, reiki of mindfulness om het moderne 'regime van de tijd' af te werpen, de tijd te vertragen of, liever, de tijd te doden. Maar wij kunnen natuurlijk ook heimelijk dromen over het einde der tijden - de apocalyps als ultieme onthaasting. In het diepst van onze gedachten zijn wij misschien niet bang voor de apocalyps, wij verlangen ernaar. Het is veelzeggend dat in films als The Day After Tomorrow of 2012 vooral iconen van de moderne westerse beschaving het moeten ontgelden: reusachtige wolkenkrabbers, het Vrijheidsbeeld in New York of het Christusbeeld in Rio de Janeiro. Meestal overleeft er een groep uitverkorenen die de samenleving opnieuw moet opbouwen. Het einde der tijden is nooit het einde der tijden; het is een reinigingsritueel - de angst voor 2012 is het verlangen naar een nieuw begin.

In het diepst van onze gedachten zijn wij misschien niet bang voor de apocalyps, wij verlangen ernaar.

STEF AUPERS is cultuursocioloog.

undefined

Meer over