Einde aan eigen humaniteit

Bert Wagendorp

Van de CIA-gevangene Janat Gul werd gedacht dat hij iets wist van aanslagen in de Verenigde Staten, voorafgaand aan de presidentsverkiezingen van 2004. Om erachter te komen over welke informatie hij beschikte, werd Gul in juli van dat jaar wekenlang gemarteld. Dat leverde niks op, behalve dat Guld begon te hallucineren en zijn vrouw en kinderen zag in de spiegel.

Op 19 augustus meldden de ondervragers aan het CIA-hoofdkwartier dat Gul vermoedelijk niets wist. Ze kregen opdracht door te gaan: Gul móést wat weten. Ook de tweede sessie leidde tot niets. Gul verzocht zijn kwelgeesten hem te doden. Een herhaald verzoek de ondervraging te mogen staken werd genegeerd. In oktober bekende de bron die had gezegd dat Gul over cruciale informatie beschikte, dat hij alles had verzonnen. Gul werd vrijgelaten.

Het relaas van Janat Gul is één van de huiveringwekkende verhalen in het dinsdag vrijgegeven deel van het rapport over het Detentie- en Ondervragingsprogramma van de CIA. Het gaat daarin steeds over 'enhanced interrogation techniques', verscherpte ondervragingstechnieken. Die werden na het uitroepen van de war on terror ontwikkeld door de psychologen Mitchell en Jessen. Onder leiding van het duo werd in augustus 2002 in een CIA-gevangenis in Thailand de ondervraging van Abu Zubaydah ter hand genomen. Dat zorgde voor zulke hartverscheurende taferelen dat sommige van de aanwezige CIA'ers in huilen uitbarstten en moesten overgeven - misschien kwam dat ook door de onbekendheid met het fenomeen martelen en het ontbreken van eelt op de ziel.

Dat er in de oorlog tegen terreur door de Amerikanen werd gemarteld, wisten we al meer dan tien jaar. Onder meer uit het beroemde verhaal van journalist Seymour Hersh in The New Yorker van mei 2004, Torture at Abu Ghraib, over de mishandeling van gevangen in de Abu Ghraibgevangenis in Irak. Maar toen kon je nog denken dat het om incidenten ging, om daden van zieke geesten. Dat is na het rapport definitief onmogelijk geworden. Marteling maakte deel uit van de oorlogsstrategie van de Amerikanen en de 54 landen die volgens het rapport Globalizing Torture van George Soros' Open Society deelnamen in het CIA-programma Rendition, Detention, Interrogation - Nederland hoorde daar niet bij.

De pijn perste vaak informatie uit de ondervraagden die al bekend was, of zij verzonnen maar iets om het in godsnaam te laten ophouden. De claim van de CIA dat Osama bin Laden werd opgepakt dankzij met verscherpt verhoren vergaarde informatie, wordt in het rapport nergens bevestigd.

Het is gemakkelijker je in te leven in de tragische rol van gemartelde dan in die van de beul. Maar het gecompliceerde is dat die laatste mogelijk een stuk minder van u en mij verschilt dan we eigenlijk zouden wensen. Vermoedelijk ziet hij de marteling als voortzetting van de oorlog met andere middelen - smerig werk, maar iemand moet het doen.

Marteling vernietigt de gemartelde én de beul. Die tracht zijn slachtoffer te ontdoen van zijn menselijkheid, hem te laten sterven zonder hem te doden, hem willoos en volledig transparant te maken. Maar hij maakt daarmee ook een einde aan zijn eigen humaniteit.

In The New York Times stond gisteren een stuk van Eric Fair, docent creatief schrijven aan een universiteit in Pennsylvania. 'Ik was ondervrager in Abu Ghraib', schreef hij. 'Ik martelde.' Hij verloor er zichzelf. 'Abu Ghraib overheerst mij elke minuut van elke dag.'

Meer over