Eikehouten kist, Mozart, cake en een graftak

Rouwkost door Toneelgroep Amsterdam, tekst en regie Bert Edelenbos. In Bellevue Amsterdam t/m 3 december (12.30 uur)...

HEIN JANSSEN

'Het leven is net een hertshoorn, af en toe valt er een blad uit.' Het is de lijfspreuk van een van de tantes die na de begrafenis van hun zuster Jo nog even een advocaatje lepelen. De hertshoorn hangt aan de muur van Jo's aanleunwoning, en in de vensterbank staan de azalea en de sanseveria. Ja, in dit interieur moet zo'n veertig jaar niets veranderd zijn - potplanten voor het raam, schemerlamp naast het dressoir.

In het huis van Jo Weebosch worden na haar overlijden in drie korte bedrijven herinneringen opgehaald. Zoon Harrie blijft alleen achter. Harrie is een nicht, net zo gewoon als de hertshoorn. Hij had meer dan twaalf jaar een relatie met Hein, maar met Hein ging het uit en sindsdien experimenteert Harrie een beetje met SM.

Voor deze Harrie (Adriaan Olree) schreef Bert Edelenbos Rouwkost, dat in zijn regie als middagvoorstelling wordt gespeeld door Toneelgroep Amsterdam. Het is een komische, soms ook wat droevig stemmende blik in een Hollandse huiskamer, zoals ons eerder werd gegund in Nadien en Verf. Edelenbos heeft een talent voor het schilderen van realistische tafereeltjes met af en toe een absurde wending.

Zo komt na de dood van Moeder Jo ineens dochter Thea aanzetten, die 'm vijftien jaar geleden is gesmeerd naar Benidorm en daar een carrière als barjuffrouw heeft opgebouwd. Het plotselinge vertrek van Thea destijds heeft ook al zo'n oer-Hollandse reden, tenminste als je de gezamenlijke talkshows van het afgelopen jaar mag geloven: incest.

De manier waarop dit tragische familiegeheim in Rouwkost vrolijk wordt ontrafeld, is een voorbeeld van Edelenbos' originele schrijverschap. Er valt veel te lachen om de begrafenisondernemer (Hans Kesting) die de net wees geworden Harrie een eikehouten kist, Mozart, cake en een graftak met chrysanten komt aansmeren. Nog leuker is de scène met de tantes, in achteloze travestie gespeeld door Fred Goessens, Hans Kesting en Edelenbos zelf - alsof je in één klap wordt teruggeduwd in de schoot van een benauwend familieleven.

Alleen het gedeelte waarin Harrie en zus Thea boven het Monopoly-bord hun leven analyseren, is minder geslaagd. Of dat komt door de schouwburg-dictie van Sigrid Koetse (Thea) of door een hier wat te vlakke tekst, wordt niet duidelijk.

Wel duidelijk is, dat het decor van Paul Gallis er onweerstaanbaar uit ziet (let vooral op de koperen heksenketeltjes), dat Adriaan Olree een knap en nergens overdreven portret van een eenzame nicht neerzet, en dat de drie tantes in een volgend stuk van Edelenbos absoluut terug moeten komen.

Hein Janssen

Meer over