Eigenzinnig

Een jong architectenbureau uit Brussel krijgt de Maaskantprijs. Amper begonnen en nog nooit iets buiten België gebouwd. Maar vol ideeën en wilde plannen....

Door Hilde de Haan

Ze noemen zich Space Producers, geen architecten. Hun bureau 51N4E staat in Brussel en ze hebben nog nooit iets gebouwd buiten hun eigen land. En toch is juist aan het Belgische trio Johan Anrys (1974), Freek Persyn (1974) en Peter Swinnen (1972) de belangrijkste Nederlandse onderscheiding toegekend die beginnende bouwmeesters ten deel kan vallen: de Rotterdam-Maaskantprijs voor Jonge Architecten.

De (tweejaarlijkse) aanmoedigingsprijs bestaat uit 5000 euro en daarnaast 35.000 euro om een boek te produceren. Voor eerdere winnaars als John Körmeling (1985), Mecanoo (1987), Liesbeth van der Pol (1993) en Adriaan Geuze (1995) was het ooit een stevige duw naar, inmiddels, nationale roem. '51N4E is echt niet gekozen omdat we eens lief wilden zijn voor België,' zegt jurylid Jan Bruggemans (hoogleraar architectuur in Brugge en Gent). 'Maar uitsluitend om de kwaliteit van hun projecten. Die zijn eigenzinnig en vernieuwend en daarmee dus relevant voor Nederland.'

51N4E Space Producers zoals het bureau zich voluit noemt, bestaat officieel sinds 1998. Een aantal net afgestudeerden aan de Hogeschool voor Wetenschappen en Kunsten te Brussel, architectuurdepartement Sint Lucas, begon gezamenlijk aan een opdracht voor woningbouw. Veel gemeenschappelijk hadden ze niet, behalve dan – zeggen ze achteraf – dat ze alledrie een tijdje in het buitenland hadden gestudeerd. Jaargenoten Anrys en Persyn deden mee met een uitwisselingsprogramma met Dublin, Swinnen bracht een jaar door op het vermaarde Londense Instituut AA (waar ooit ook Rem Koolhaas, Ben van Berkel en Winnie Maas van MVRDV verbleven). Het gaf hen alledrie een wat afstandelijke blik op het architectenvak, zeker in België waar 'slechts een miniem percentage van de studenten een buitenlandse cursus volgt, waar de vakopleidingen nogal schools zijn en waar de meeste architectenbureaus individualistisch zijn opgezet.'

51N4E Space Producers ontstond uit een heftige wens om ongereglementeerd en collectief te werken. Waarbij de naam 51N4E werd gekozen omdat dat afgerond de coördinaten van Brussel zijn (Anrys: 'die stad was de enige zekerheid die we hadden'). De toevoeging 'Space Producers' was, volgens Swinnen, 'de meest effectieve benaming om aan te geven dat we open staan voor ongebruikelijke invalshoeken.'

Hoe uitzonderlijk de aanpak van 51N4E is, bleek al meteen bij dat eerste ontwerp uit 1998. De opdracht was bescheiden: in de kleine plaats Ooigem werd een ontwerp gevraagd voor 25 woningen. Het eerste wat 51N4E deed, en wat het sindsdien bij vrijwel elke opdracht doen, was de hele vraag herformuleren. Swinnen: 'We doen het niet om zo'n opdrachtgever terecht te wijzen, maar veeleer omdat de vraag volgens ons veel preciezer dient te worden gesteld'.

Voor Ooigem concludeerden de jonge ontwerpers dat ze daar helemaal géén woningen moesten ontwerpen. Beter was het de wijk zo'n stevige structuur te geven dat de vorm van de afzonderlijke woningen er helemaal niet meer toe deed, en iedereen dus gewoon 'op zijn Belgisch' een eigen huis naar wens kon bouwen. De gekozen oplossing was even eenvoudig als verrassend: een atletiekpiste zou de plaats innemen van de weg die normaal elke auto naar een voordeur leidt.

Zo'n atletiekpiste is een dominante vorm die qua maat precies in dit buurtje paste, en ook nog eens aansloot op al aanwezige sportgelegenheden als voetbalveld en sporthal. Maar, zoals 51N4E wist aan te tonen, dit Grote Gebaar had ook praktisch nut. Zo zou uitsluitend de buitenste, verharde, baan dienen voor auto's; de binnenbanen – uitgevoerd met vriendelijke bestrating – waren er dan voor wandelaars, fietsers en spelende kinderen. Het plan werd nooit verwezenlijkt.

51N4E Space Producers is slechts voor een klein deel is gericht op het ontwerpen van gebouwen. Strategieën ontwikkelen, onderzoek doen en publicaties verzorgen, nemen minstens evenveel aandacht en tijd. Dat kan overigens alleen doordat géén van de 'space producenten' van het bureau moet leven. Soms werken ze in deeltijd bij gevestigde architectenbureaus, daarnaast geven ze les. Swinnen: 'Het bureau is in zekere zin een luxe; een eigen project dat we voortdurend blijven ontwikkelen. En daardoor houd je het gevoel dat je er nog met plezier naar binnen kunt gaan.'

De collectieve aanpak is essentieel. Swinnen: 'Alles wat we doen stoelt effectief op de inbreng van ons alledrie. Onze karakters zijn heel verschillend maar in de discussie wisselen de rollen voortdurend. Er zijn wat dat betreft geen zekerheden. Dat houden we graag zo. Het draait bij ons om vrij associëren. De mooiste momenten zijn wanneer je, in de groep, hoort dat je dingen verkondigt die je zelf verrassen. Vaak ontstaan de beste dingen omdat we elkaar misbegrijpen, iets dat bij vrije associatie hoort.'

Hun nog bescheiden oeuvre speelt zich vaak af in, zoals 51N4E Space Producers dat noemt, de architectonische twilight zone. Het gaat bijvoorbeeld om het 'herwerken van de alledaagsheid' ofwel het 'recyclen van gebouwconcepten'. Zo werd een historische boerenhoeve in Outgaarden, in gebruik als bedrijfswoning, 'strategisch verbouwd'. Het hield in dat het bureau zich bewust slechts op enkele deelaspecten richtte (een zwembad, een badhuis, de herinrichting van tuin en keuken). Maar dat gebeurde dan wel op zo'n manier dat bij de keuken zeventig procent van het budget werd besteed aan slechts dertig procent van de ruimte. Een uiterst exclusieve cuisine ligt nu als een kostbaar sieraad in een overigens ruw, onafgewerkt vertrek.

In omvang varieert het opdrachtenpakket van bouwkundige details tot grootschalige infrastructuren en evenementen. Naast het plan voor een miniem prototype gebouw (CELL) dat door zijn geringe omvang precies buiten de Belgische regelgeving valt, houdt 51N4E zich bezig met het ontwerpen van Eurospace: een ruimtelijk kader voor Europees bewustzijn. Het is geen opdracht, maar een zelfbedacht project waarin de ontwerpers hun wildste fantasieën uitleven op Brussel, nu nog de 'gezichtsloze hoofdstad van het al even identiteitloze Europa'.

In dit project blijkt hoé wild de jonge Belgische architecten denken. Hun plan is niet bedoeld om nieuwe bouwwerken neer te zetten, al spreken ze onverbloemd hun ergernis uit over de smakeloze lease-gebouwen waarin het Europese bestuur zetel houdt. Ze zetten twaalf gouden sterren in een ring op de stadsplattegrond van Brussel. Als een gebaar, een filosofie, een beeldmerk van twaalf gouden sterren, die in het weefsel van de stadsplattegrond snijden, als een roep ('a star is born') om dat Europa ook daadwerkelijk in het stadsbeeld tot leven te brengen.

Voor de stad Antwerpen verdiepen de Space Producers zich in de mogelijkheden om via stoeptegels 'het beeldend vermogen van de wandelaars te prikkelen'. Er is een veelhoekige tegel bedacht die tot een grote rijkdom aan patronen kan leiden. Een vorm die niet alleen in verschillende maten maar ook in diverse materialen kan worden utgevoerd: geribbeld beton, beton versierd met glazen stenen - er is zelfs een variant in chocola. Zo evolueert uit de simpele vraag om een voetgangersgebied te herprofileren, een beeldmerk dat op vele manieren inzetbaar is.

In eigen land wordt 51N4E zowel verguisd als geprezen. Zeker nadat het in de museumstad Brugge het roemrijke Groeningemuseum heeft verbouwd. Het jonge collectief beperkte zich niet tot een opknapbeurt van het interieur maar waagde het ook de routing volledig te veranderen. En wel op zo'n manier dat de topstukken - 14de-eeuwse Vlaamse meesters - nu tussen de recentere werken staan opgesteld. Allerlei kunstwerken die voorheen slechts in depot stonden, zijn nu in lagen achter elkaar gehangen (waardoor sommige slechts gedeeltelijk zichtbaar zijn).

Het grootste project dat het bureau onder handen heeft is de voormalige brouwerij Lamot in Mechelen. Voor dit enorme complex lag al een ontwerp gereed waarbij het tot museum en congrescentrum zou worden omgebouwd. Ook hier wist 51N4E, via een wedstrijd voor interieurinrichting binnengeloosd, de opdracht te 'herformatteren.' En weer op een manier waarop hun commercieel gevoel voor symboliek tot uitdrukking kwam. Ze begonnen ermee de naam Lamot, die bekend stond als een mediocre biersoort, te veranderen in LamotTM, een trade mark. Die simpele toevoeging tm zorgt voor een zweem van exclusiviteit.

Maar ook bouwkundig zijn er ditmaal werkelijk ingrepen. Zo wordt de begane grond getransformeerd in een rijke variatie aan winkels en café's, als direct verlengde van het gewone straatbeeld. Vanaf de tweede verdieping zijn allerlei kleine en grote ruimten ontworpen waar culturele en commerciële activiteiten samengaan. Maar het meest radicaal is wat zich afspeelt op de eerste verdieping. Hier wordt rücksichtslos een hele laag uit het gebouw geknipt; alle wanden worden weggenomen dan wel vervangen door glas. Zo ontstaat een reusachtige openbare ruimte, 'Mechelen Centraal' gedoopt, wat straks een vrij toegankelijk stedelijk plein moet zijn van op zijn minst nationale allure.

Naast de toekenning van de Maaskantprijs zal met name de voltooiing van LamotTM (gepland in 2004) 51N4E definitief een plaats tussen gevestigde architecten kunnen geven. Het drietal is wat dat betreft vergelijkbaar met enkele Nederlandse bureaus die ooit zo'n vliegende start maakten, zoals het Delftse Mecanoo en het Rotterdamse bureau MVRDV.

Op de vraag of ze nu al naar een dergelijke beroemdheid streven, is het antwoord vooralsnog bescheiden: 'Als je vraagt wat onze ambitie is, zeggen we als boutade dat we nu wel een wolkenkrabber willen bouwen. Natuurlijk hebben we internationale ambities en dan liefst ook buiten de grenzen van Nederland. Maar het fantastische én dramatische van het architectenvak is dat je afhankelijk bent van de vragen die je krijgt. Onze enige buitenlandse opdracht tot nu toe kwam uit Luxemburg - en die is, helaas, niet uitgevoerd.'

Meer over