'Eigenlijk weten we niet waarom we dromen'

Hebben dromen betekenis, of weerspiegelen ze alleen de chaos in ons hoofd? Douwe Draaisma tast nog steeds in het duister.

Het goede nieuws: dat de man die naast je ligt te slapen zo'n flinke erectie heeft, wil niet zeggen dat hij in het geniep ligt te dromen over een of andere roodharige sloerie. Het slechte nieuws: hij droomt ook niet over jou. Douwe Draaisma: 'Vermoedelijk droomt hij over iets saais als postzegels. Of over een vergadering. Iets niet-seksueels, in de meeste gevallen.'


Deze week ligt De dromenwever in de winkel, waarin Douwe Draaisma het belangrijkste onderzoek naar nachtmerries, vliegdromen, slaapwandelen en de erotische droom op een rij zet en becommentarieert. Dromen vormen niet meteen een voor de hand liggend onderwerp voor Draaisma, hoogleraar geschiedenis van de psychologie in Groningen; zijn eerdere boeken gaan over het geheugen.


Om boeken over dromen liep hij altijd met een wijde boog heen, schrijft hij in de inleiding van De dromenwever. Ze stonden in de boekhandel steevast 'in de verkeerde kast, bij esoterie & spiritualiteit'; je had aan twee van die boeken genoeg om vast te stellen dat ze 'een belediging voor het verstand' waren. Zijn eigen dromen vond Draaisma ook al nauwelijks interessant.


Dat hij toch een boek over dromen schreef, is de schuld van een vriendin, die hem vroeg hoe blinden eigenlijk dromen. Douwe Draaisma begon te lezen en raakte geïnteresseerd. 'Als je je eenmaal dingen gaat afvragen, komen er steeds nieuwe vragen bij; op een gegeven moment kon ik niet meer anders dan dit boek schrijven.'


Het slothoofdstuk gaat over de erotische droom. Dacht u: ik bewaar het lekkerste voor het laatst?

'Ja, ik heb dat hoofdstuk ook echt het laatst geschreven. Ik dacht: als ik in tijdnood kom, dan is die erotische droom een gemakkelijk en prettig hoofdstuk. Maar dat zat mij niet glad, want het was helemaal niet gemakkelijk. Over erotische dromen is eigenlijk heel weinig bekend. Er zijn vooral veel aannamen.


'Uit onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat mannen elke nacht ongeveer twee uur lang een erectie hebben. Logisch, denken we dan: het cliché wil dat mannen altijd aan seks denken, en dat zal 's nachts wel doorgaan. Maar het overgrote deel van de nachtelijke erecties blijkt niet gepaard te gaan met dromen over seks. Mannen dromen met erectie en al over enorm saaie dingen. Erecties komen in de slaap met een ijzeren regelmaat op en verdwijnen dan weer - bij vrouwen is die regelmatige genitale opwinding er overigens ook. Maar waarom, dat weten we niet precies.'


Volgens Freud drukken de meeste dromen een seksuele wens uit.

'Voor Freud was elke droom een wensvervulling. Zijn Traumdeutung uit 1900 - eigenlijk verscheen het in november 1899 maar de uitgever zette er 1900 in, omdat het anders snel een boek uit een vorige eeuw zou lijken - is een langdradig werk, en veel van zijn ideeën worden inmiddels als achterhaald beschouwd. Maar wat al die tijd overeind is gebleven, is de idee dat een droom jou iets dieps over jezelf vertelt, iets blootlegt uit het onbewuste.


'Naarmate we vanuit de neurologie en de fysiologie meer over dromen weten, raakt die gedachte wel wat op de achtergrond, maar het blijft moeilijk je er helemaal aan te onttrekken. Zeker bij de repeterende droom denk je toch: wil die droom mij iets duidelijk maken? Zit er een bericht in datgene wat slapend tot mij komt? Is er iets wat mij overdag bezighoudt en waar ik niet genoeg aandacht aan besteed? Dromen hebben iets dubbels: aan de ene kant komen ze uit jezelf voort, aan de andere kant voelen ze als iets dat van buiten komt, omdat je ze niet kunt sturen, en waarover je de volgende dag nadenkt.'


In uw boek gaat u vooral in op wat er tijdens dromen gebeurt in het lichaam en in de hersenen. U blijft ver van de droomduiding.

'Droomduiding is een dubieus genre. Je kunt best gaan speculeren waarom iemand toch steeds over een steigerend paard droomt, maar ik zou dan eerst wel willen weten of dat paard gedroomd werd door een 16-jarig meisje dat pas verkering heeft of door een man van 60 met impotentieproblemen. Mijn aanvankelijke scepsis ten opzichte van droomduiding is na dit boek niet verdwenen.


'Als mensen mij een droom vertellen en ik geef daar voor de grap een duiding aan, ervaren ze die meestal als totaal overtuigend - terwijl ik hem gewoon ter plekke verzin. Ik vind droomduiding vaak erg plat, en tegenstrijdig bovendien. Heb jij geregeld vliegdromen? Nou, dat wil zeggen dat je je wilt verheffen boven de massa. Of het duidt juist op een minderwaardigheidsgevoel. Het betekent dat je wilt ontsnappen of dat je helemaal vrij bent van alles - wat je maar wilt. Het enige wat we over vliegdromen weten is dat ze zeldzaam zijn, in de meeste culturen als gunstig worden geïnterpreteerd en dat ze even vaak voorkomen onder mannen als onder vrouwen.'


Een vliegdroom is meestal tevens een droom waarin je weet dat je droomt.

'De psychiater en schrijver Frederik van Eeden heeft de naam 'lucide droom' bedacht voor dromen waarin je weet dat je droomt. Hij had dergelijke dromen heel vaak en hij schreef ze allemaal op - Van Eeden heeft vanaf zijn 15de een droomdagboek bijgehouden. Ik heb zelf nog nooit een lucide droom gehad en ben wel jaloers op Van Eeden, want lucide dromen zijn meestal leuk, je wordt er vrolijk van.


'Frederik van Eeden beschrijft heel mooi de drang die lucide dromende mensen kunnen hebben om de buitenwereld een teken te geven. Hij vertelt hoe hij in zijn droom iemand vastklampt: goedendag, ik ben dokter Van Eeden uit Bussum, zou u mij een brief kunnen schrijven waarin u bevestigt dat ik in mijn droom tegen u heb gesproken? Dat is de halflogica van de droom. Je kunt wel bedenken dat je droomt, maar je trekt niet de conclusie: dan is die persoon in mijn droom ook niet echt.'


Bent u zelf anders gaan dromen, sinds dit boek?

'Dat had ik wel gehoopt. Als je meer belangstelling krijgt voor dromen, ga je doorgaans ook meer dromen. En je onthoudt ze ook beter. Er bestaan droomverenigingen - clubjes van mensen die dromen bijhouden - en die mensen hebben vaak de ervaring dat als ze inslapen met het idee dat ze hun dromen willen onthouden, dat ook lukt. Maar bij mij had dat geen effect.


'Het enige bijzondere dat ik in mijn slaap ooit heb meegemaakt, is dat ik 's nachts door mijn vrouw uit de keuken werd gevist omdat ik een flesje stond klaar te maken voor de baby. Ik was aan het slaapwandelen geslagen. Verder ben ik een saaie dromer. Mijn dromen zijn vaak examendromen: dat je je verhaal niet klaar hebt, je powerpoint niet bij je hebt, de zaal waar je een lezing moet geven niet kunt vinden. Het is wonderlijk dat je wel telkens nieuwe obstakels kunt vinden in je droom, maar nooit op het idee komt te dromen over al die keren dat het wel goed ging.'


Hebben die examendromen nut?

'Wat we weten is dat ze in tijden van stress worden gedroomd. Het zou kunnen dat ze een waarschuwend effect hebben en je op die manier bij de les houden. Sigmund Freud dacht dat de examendroom een soort vermaning was. Maar het blijft gissen. Over de meeste droomsoorten weten we geen beslissende dingen.


'Een uitzondering zijn angstdromen: die kunnen we dankzij wetenschappelijk onderzoek heel goed in de slaapcyclus plaatsen. Van het ene type droom kun je uitleggen waarom hij onthouden wordt, van het andere type waarom het wordt vergeten. We weten hoe de angstdroom van slaapverlamming kan ontstaan, namelijk door de vergrendeling van de motoriek, waarbij je echt verlamd in bed ligt en in totale paniek bent omdat er van alles op je afkomt en je niks kunt doen. Over de nachtmerrie is vrij veel bekend, over de rest niet.'


En waarom we dromen, weten we dus ook niet.

'Nee. Mijn aanvankelijke gedachte was dat we 's nachts worden overspoeld door allerlei indrukken en gedachten en dat we daarvan een verhaal proberen te maken, precies zoals we overdag ook voortdurend doen. We zien van alles, we horen van alles, we proberen daarvan de zin en de betekenis te zien. Inmiddels denk ik dat er toch meer patroon in dromen zit dan verenigbaar is met die idee van chaos. Het is wat minder de flipperkast die ik dacht dat het was, en meer een weerspiegeling van je leven, van je angsten en besognes.


'De meerderheid van de dromen is onaangenaam; toch denk ik dat de meeste mensen niet zonder dromen zouden willen. Maar of ze een functie hebben, zou ik niet kunnen zeggen. Mogelijk is het niet anders dan met de brom in de ijskast. Die brom heeft geen nut, het is gewoon het koelmechanisme dat lawaai maakt. Zo zou het ook met de droom kunnen zijn: dat er allerlei dingen in ons brein zijn die 's nachts gewoon doorgaan, en dat dromen daarvan een bijverschijnsel zijn.'


VIER STERREN

Douwe Draaisma (1953) is hoogleraar geschiedenis van de psychologie aan de Universiteit te Groningen. Hij schreef een aantal boeken, waaronder Waarom het leven sneller gaat als je ouder wordt, De heimweefabriek en Vergeetboek. Zijn jongste boek De dromenwever (Historische Uitgeverij; 224 p.; euro 25,00) krijgt deze week vier sterren van de Volkskrant.


REM

Begin jaren vijftig werden de 'rapid eye movements' van de remslaap ontdekt, de perioden gedurende de nacht waarin het brein even actief is als overdag. Een gezonde slaper werkt in acht nachtelijke slaapuren vijf slaapcycli af; zo'n slaapcyclus bevat vier stadia van non-remslaap plus remslaap. Gemiddeld is een mens anderhalf uur per nacht aan het dromen.

Meer over