'eigenlijk is iedereen steeds blij'

Zes jaar geleden gingen de ouders van Tessel Velthuyse (10) uit elkaar, omdat ze ‘niet zo goed bij elkaar pasten’....

‘Mijn vader en moeder gingen uit elkaar toen ik 4 was, en ik kan me daar eigenlijk bijna niks van herinneren; ik was nog te klein, ik zat op de kleuterschool en ik wist niet wat scheiding was. Pas later kwam ik dat te weten.

Ik ging om de beurt bij mijn vader en mijn moeder wonen. Mijn moeder woonde eerst in een flat. Daar lagen de matrassen op de grond. Ik vond het wel leuk, want ik mocht bij mama in bed slapen. Ze was verliefd geworden op Bart. Ook papa werd verliefd, op Wilma. Ik vond het wel normaal om de ene week bij mijn vader en de andere week bij mijn moeder te wonen, en dat is nog steeds zo. Misschien vind ik het ook wel normaal omdat ze bijna nooit ruzie hebben gemaakt. Later sprak ik vriendinnetjes bij wie dat wél zo was – daar praatten we over als we op het schoolplein speelden. Ik herinner me nog goed dat de ouders van een vriendinnetje haar kwamen ophalen na een schoolfeestje en toen enorme ruzie begonnen te maken. Dat vond ik zielig voor mijn vriendinnetje – ze was pas 6. ‘Je moet niet verdrietig zijn, het komt wel weer goed’, heb ik gezegd, maar dat was niet zo: haar vader en moeder zijn gescheiden en ze praten bijna nooit meer met elkaar.

Ik heb weleens gevraagd waarom mijn vader en moeder uit elkaar gingen. Dan zei mijn moeder dat ze niet zo goed bij elkaar pasten. Misschien zijn ze ook wel een beetje verschillend. Mama is met het eten iets strenger. Bij haar moet ik altijd alle groenten opeten. Papa is weer met andere dingen strenger. Met de telefoon bijvoorbeeld, of met mijn oorbellen. Van mama mocht ik ze, van papa eigenlijk niet. Hij lette er ook altijd meer op welke kleren ik aantrok. En hij wil altijd precies om half zes eten. Bij mijn moeder wordt het meestal wat later, ze is niet zo van de precieze tijdstippen, en ze zegt ook niet dat ik voor het eten mijn handen moet wassen. Dat doe ik trouwens uit mezelf al.

In allebei de huizen heb ik een eigen kamer met mijn eigen spullen. De kamer bij mijn vader is misschien net iets mooier, want die is boven, en niet in de kelder, zoals bij mijn moeder – daar zie ik niet zoveel buitenlucht. Maar de buurt van mijn vader is minder gezellig: daar zijn minder kinderen van mijn eigen leeftijd om mee te spelen.

Mijn ouders en mijn stiefvader en stiefmoeder hebben het heel druk. Twee keer per week ga ik naar de naschoolse opvang, omdat er dan niemand is die me kan komen ophalen. Op maandag is het leuker dan op donderdag, omdat er dan meer vriendinnetjes zijn en omdat de juf dan leuker is. Op woensdagmiddag is mijn moeder vrij. Dat vind ik leuk; dan zijn we de hele tijd samen.

Af en toe ben ik wel verdrietig geweest. Ik miste mijn moeder bijvoorbeeld wanneer ik met mijn vader op vakantie was. Ook vind ik het niet zo leuk als er ruzie wordt gemaakt. Mama en Bart noemen dat een discussie. Als mijn stiefmoeder chagrijnig is zegt mijn vader dat ze dat niet op de kinderen hoeft af te reageren. Ze vindt het bijvoorbeeld niet zo leuk als hij steeds maar weer koekjes koopt bij de Albert Heijn.

Maar dat papa en mama uit elkaar zijn gegaan, heeft ook voordelen. Ik ga nu twee keer op vakantie, er wordt twee keer Sinterklaas gevierd, en twee keer Kerst. Ik heb nu drie opa’s en vier oma’s, en zelfs twee overgrootoma’s. En wat ik het leukst vind: dat ik drie broertjes heb gekregen. Bij papa wonen Boudeyn van 3 en Luyte van 2, bij mama Dirk van 2. Luyte en Boudeyn zijn altijd blij als ik kom, en Dirk ook, dus eigenlijk is iedereen steeds blij. Dirk is misschien wel het liefste broertje – heel schattig, en hij loopt nog niet zo lang, dus hij loopt heel leuk. Luyte en Boudeyn halen weleens grapjes met me uit. Dan maken ze me wakker of gaan ze stiekem mijn kamer in, tot ze horen dat mijn vader of stiefmoeder eraankomt. Ze houden ook van knikkeren, en van spelletjes waarbij je dieren moet redden. Ik niet zo, ik kijk liever op Jetix naar Hannah Montana. Dat is een meisje dat gewoon op school zit maar in het geheim ook een popster is die optreedt en mooie muziek maakt; alleen haar beste vriendin weet dat. Misschien wil ik later ook wel zangeres worden.

Ik vind dat ik bof dat mijn ouders altijd goeie vrienden zijn gebleven. Ze gaan samen naar het rapportgesprek op mijn school. En laatst hebben ze samen een feestje voor me georganiseerd en toen zijn we naar Corpus in Leiden gegaan, waar je een reis door het menselijk lichaam kunt maken. Ik ken wel kinderen van wie de ouders met ruzie uit elkaar zijn gegaan. Tegen hen zeg ik niet dat mijn vader en moeder nog bevriend zijn. Dat vind ik zielig voor ze.

Ik vraag papa en mama niet meer waarom ze uit elkaar zijn gegaan. Dat weet ik nu wel. En ik vind het ook niet erg dat ze dat hebben gedaan, al mis ik soms papa als ik bij mama ben en andersom. Maar als ik een foto zie van vroeger, van toen we met z’n drieën op vakantie waren, denk ik niet: waren ze maar weer bij elkaar. Dat was toen, en niet nu.

Als ik later ooit nog een vriendje krijg hoop ik dat hij niet veel ouder is dan ik, dat hij wel slim is maar geen nerd, en dat hij sportief is. Ik hoop dat we dan twee kinderen krijgen – meer hoeft niet. En ik hoop dan natuurlijk dat we bij elkaar blijven. Maar dat weet je maar nooit.

Meer over