Eigenheid bevordert integratie

Sterke etnische gemeenschappen zijn geen belemmering voor de integratie, maar juist een aanbeveling. Dat toont de Turkse gemeenschap aan, aldus Jean Tillie....

Jean Tillie

Nederland is in de ban van het falen van de multiculturele samenleving. In Rotterdam wordt serieus gediscussieerd over een allochtonenstop' en over het spreiden van kansarme migranten over de stad. De overlast van Marokkaanse en Antilliaanse jongeren in de grote steden is volgens velen niet meer te verdragen en iedere moslim is in onze perceptie langzaam maar zeker een potentiële terrorist geworden.

Tegenover de angst voor desintegratie van de samenleving stelt het kabinet Balkenende II een gedwongen aanpassing aan de Nederlandse normen en waarden. Overheidsinstellingen moeten minderheden zo weinig mogelijk toespreken in hun eigen taal. Iedereen moet Nederlands leren en zich houden aan fundamentele westerse normen en waarden zoals respect voor de lichamelijke integriteit en de gelijkheid van mannen en vrouwen. Het onderwijs in levende allochtone talen wordt afgeschaft. In het huidige politieke denken is de taal en cultuur van etnische gemeenschappen verdacht geworden.

Oud-minister Hedy d'Ancona verontschuldigde zich bijna voor de parlementaire onderzoekscommissie integratiebeleid omdat ze nog altijd voor het behoud van identiteit van etnische minderheden' is. De verontschuldigende toon van d'Ancona is echter onterecht, want het zijn juist krachtige etnische gemeenschappen die de integratie bevorderen. Als voorbeeld wil ik hier de Turken en Marokkanen noemen. Beide groepen zijn in de jaren zestig, wegens een groot arbeidstekort, naar Nederland gehaald. Ze zijn beide overwegend islamitisch en spreken oorspronkelijk een andere taal dan de Nederlandse.

Naast deze overeenkomsten is er echter een belangrijk verschil. De Turken slaagden erin een hechte civiele gemeenschap op te bouwen gebaseerd op een gedeelde Turkse identiteit. Civiel omdat de Turkse gemeenschap bestond uit een groot aantal Turkse organisaties die via allerlei horizontale, gelijkwaardige netwerken met elkaar waren verbonden. De diversiteit binnen de Turkse gemeenschap was georganiseerd. Linkse en rechtse Turken, religieuze en niet-religieuze Turken stonden met elkaar in contact via een fijnmazig netwerk van organisaties. In zo'n netwerk zit veel zogenaamd sociaal kapitaal' verborgen. Sociaal kapitaal verwijst naar vertrouwensnetwerken tussen mensen. Deze netwerken zijn een vorm van kapitaal omdat ze voor verschillende doeleinden gebruikt kunnen worden.

Wie hulp zoekt bij het opstarten van een bedrijf of het vinden van een baan kan gebruik maken van de middelen die in het netwerk besloten liggen. Wie hulp zoekt bij scholing of zorg kan sneller mensen hierop aanspreken.

Een cruciaal neveneffect van het sociale kapitaal in de Turkse gemeenschap is dat Turken zich meer op de Nederlandse samenleving richten. Men heeft namelijk geleerd zich in de ander' te verdiepen. Veel sociaal kapitaal in een gemeenschap leidt tot minder criminaliteit omdat vanuit sociale netwerken een enorme corrigerende

kracht uitgaat. De Marokkaanse gemeenschap is, zeker in de jaren negentig van de vorige eeuw, meer gefragmenteerd geweest. Er waren wel Marokkaanse organisaties, maar die waren niet zo hecht met elkaar verbonden als Turkse organisaties. De hoeveelheid sociaal kapitaal in de Marokkaanse gemeenschap was kleiner.

Het verschil in sociaal kapitaal tussen de Turkse en Marokkaanse gemeenschap is direct gerelateerd aan allerlei vormen van integratie. Uit de Integratiemonitor 2002 van het Instituut voor Sociologisch-Economisch Onderzoek aan de Erasmus Universiteit Rotterdam blijkt, los van het feit dat de werkloosheid enorm gedaald is onder migranten, dat de resterende werkloosheid onder Turken lager is dan die onder Marokkanen. Het percentage huishoudens met een laag inkomen was in 1999 onder Turken 33 procent terwijl dit bij Marokkanen 41 procent was.

Nederlanders hebben meer sociale contacten met Turken dan met Marokkanen. Van de Marokkanen is 4,6 procent wel eens verdacht van een misdrijf, bij Turken is het vergelijkbare percentage 2,4 procent. Turken participeren meer in de politiek en hebben een groter vertrouwen in de democratische instellingen.

Een hechte etnische gemeenschap sluit het onderschrijven van Nederlandse normen en waarden niet uit. Van alle Turken die in Amsterdam woont is bijna 75 procent het oneens met de stelling dat mannen en vrouwen niet altijd gelijk behandeld hoeven te worden'. Voor autochtone Amsterdammers is dit percentage 85 procent.

Dit zijn cijfers die allemaal dezelfde

richting uitwijzen. Leden van etnische gemeenschappen met een hoge organisatiegraad integreren beter in de Nederlandse samenleving. Zeker als er sprake is van een civiele etnische gemeenschap. Dit is voor veel mensen contra-intui tief, omdat men over het algemeen denkt dat hechte etnische gemeenschappen integratie belemmeren. Het tegendeel blijkt waar.

Nu dringt zich natuurlijk de vraag op hoe het komt dat Turken meer georganiseerd zijn dan Marokkanen. Ik wil hier twee factoren noemen. Allereerst identificeren Turken zich sterk met het land van herkomst. Dit maakt dat zij actief hun eigen gemeenschap vorm geven. Ook hier is de paradox dat een krachtige identificatie met het land van herkomst, identificatie met Nederland niet uitsluit.

In Amsterdam voelt zeventig procent van de Turken zich verbonden met Nederland, terwijl maar zeven procent zich expliciet niet verbonden voelt met Nederland.

Ten tweede is het civiele karakter van etnische gemeenschappen maakbaar'. De overheid kan middels gerichte interventies in netwerken van etnische organisaties de diversiteit binnen etnische gemeenschappen organiseren en zo het vertrouwen in de democratische instellingen vergroten. Wat dit betreft moeten we bij het huidige kabinetsbeleid het ergste vrezen. De afbraak van het maatschappelijk middenveld die nu is ingezet zal er alleen maar toe leiden dat netwerken van etnische organisaties dunner worden, waardoor de integrerende kracht zal afnemen. Het kabinet creëert zo een selffulfilling prophecy. Vanuit de voorspelling dat de integratie gaat falen, ondergraaft men de mechanismen die integratie bevorderen, waarna men kan concluderen dat de integratie is mislukt.

Meer over